1. , DE NAAMLOZE VORM Wat

Verkenning van het thema van de oermaterie, aan de hand van kunstwerken uit de westerse abstractie sinds 1950 in dialoog met niet-Europese tradities. Choreografe en beeldend kunstenares Pé Vermeersch weeft de rode draad met video's waarin telkens een danseres in trance haar 'ervaringsgeladen' bewegingen afstemt op de primaire abstracte patronen van een tapijt van een anonieme maghrebijnse weefster (live performances op 22, 25 september en 6, 9 en 13 oktober). Raveelmuseum, Machelen-aan-de-Leie (tot 13 oktober)
...

Verkenning van het thema van de oermaterie, aan de hand van kunstwerken uit de westerse abstractie sinds 1950 in dialoog met niet-Europese tradities. Choreografe en beeldend kunstenares Pé Vermeersch weeft de rode draad met video's waarin telkens een danseres in trance haar 'ervaringsgeladen' bewegingen afstemt op de primaire abstracte patronen van een tapijt van een anonieme maghrebijnse weefster (live performances op 22, 25 september en 6, 9 en 13 oktober). Raveelmuseum, Machelen-aan-de-Leie (tot 13 oktober) Een feest voor kunst-uit-de-buikadepten, voor wie de picturale of plastische uitdrukking van emoties en impulsen telt, niet de vraag naar betekenis of verhaal in een kunstwerk. De bijna klassieke, lyrische abstractie van Karel Appel of Bram Bogart naast recente 'grensgevallen' tussen figuratie en abstractie (Thierry de Cordier, Tinka Pittoors), en handgeweven tapijten met abstracte motieven uit archaïsche gemeenschappen in Marokko. Een anonieme dreiging sluipt binnen, zoals in de verrassende dialoog tussen een werk op papier van Pol Mara (1958) en een sculptuur van Maartje Korstanje (2008). Huiskunstenaar Roger Raveel past moeiteloos in alle registers met enkele werken uit de late jaren vijftig. De tentoonstelling , de 'naamloze vorm', strookt met de kernwoorden in het beleid van het museum: Roger Raveel, schilderkunst, hedendaagse kunst, (architecturale) context. De hoop is dat dit regionaal erkende museum voor eind 2013 een volwaardig Provinciaal Museum wordt, waardoor het structureel gezond wordt en meer armslag krijgt. Voorwaarden: de collectie blijft integraal bewaard, en het juridische geschil met Marleen De Muer, de weduwe Raveel, is van de baan. Ruime keuze uit de collectie hedendaagse kunst, vooral schilderijen, in meer dan een halve eeuw opgebouwd door de Luikse architect Charles Vandenhove en zijn vrouw Jeanne. De harde kern van de verzameling is decoratief en conceptueel, met werk van Niele Toroni, Daniel Buren, Claude Viallat, Andy Warhol, Sol LeWitt. In het Museum Dhondt-Dhaenens, Deurle (tot 13 oktober). Vandenhove bouwde een kwarteeuw (1962-1987) aan het algemeen ziekenhuis Sart-Tilman in Luik. Hij zag de integratie van kunst als onontbeerlijk. Er ontstonden hechte relaties met kunstenaars die zich ten dienste stelden van de architectuur, en niet bang waren om als decorateurs te worden versleten. De architect verzamelde ook autonome kunst, zonder systematiek. Opgemerkt: een geweldig ensemble (buiten)aardse romantiek van Anselm Kiefer, een enkele unheimliche Hond van Goya door de jonggestorven schilder Antonio Saura. De Vandenhoves hadden delen van hun verzameling voor tien jaar in bruikleen gegeven aan het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Na de dood van Jeanne schonk Charles Vandenhove alles (zo'n 200 werken) aan de Universiteit Gent. Naast de Boekentoren bouwt hij er nu zelf een paviljoen. Studenten in de kunstgeschiedenis en de architectuur zullen er zich verdiepen in de collectie, die veel raakvlakken heeft tussen hun beide disciplines. Sommige (vooral Franse) werken lijken minder bruikbaar: hun belang is vooral persoonlijk. Op Pino Pascali na zijn alle Italiaanse kunstenaars van de Arte Povera-beweging met één of twee exemplarische werken vertegenwoordigd in Brussel, ter ere van de veertigste verjaardag van galerie Baronian (tot 9 november). Terug naar de essentie: de revolutie van de Italiaanse Arte Povera, die vanaf 1968 heel Europa inspireerde, werkte met de vier elementen aarde, lucht, water en vuur. Dat komt tot uiting in het gebruik van elementair materiaal en een uit de klassieke oudheid en het Oosten puttende natuurfilosofie en poëtica. Zo gebald en complementair als bij Baronian is hun discours zelden getoond. Aards en zwaar bij Anselmo en Kounellis, licht en hemels bij Paolini, letterlijk en figuurlijk een verruimende kunst. Galerist Albert Baronian bewandelde hele diverse wegen in veertig jaar, maar uit zijn vroege engagement voor Arte Povera sprak een houding die het commerciële oversteeg. Met Gilberto Zorio, Iannis Kounellis, Giulio Paolini en Mario Merz, die hij solo tentoonstelde, en hun internationale galeristen knoopte hij duurzame relaties aan. Ze leenden hem nu topwerken uit, bij wijze van verjaardagscadeau. Geen verkoop, puur kunstgenot. Tweede triënnale voor hedendaagse kunst in de lokalen en op het terrein van het Psychiatrisch Ziekenhuis Duffel. Zestien nationale en internationale kunstenaars met werk onder het thema vergankelijkheid. De instelling ziet kunst als een belangrijk element in de therapeutische omgeving en als middel om haar deuren te openen voor een ruimer publiek. What matters (tot 10 november). Het esthetische aspect is vaak bijzaak in Duffels omgang met hedendaagse kunst. De verzorgers zijn nauw betrokken bij de keuze van de werken. Ze willen via kunst immers het publiek rechtstreeks aanspreken over het taboe-beladen onderwerp geestesziekte. Drie werken mogen exemplarisch heten voor dat opzet. Kunstenaar Anno Dijkstra maakte een sculptuur van een zelfmoordenaar, op basis van gesprekken met familieleden. De video-installatie van Ilke De Vries documenteert omstandig de voorwaarden waarin aftakelende mensen gaan sterven. Architect Wim Cuyvers liet de oude afvalput weer openmaken, als uitnodiging om over (menselijke) restverwerking en vergankelijkheid - hoofdthema van de expo - na te denken. In het PZ Duffel bestaat een merkwaardige tweespalt in de omgang met kunst en therapie. Dat blijk zowel uit deze expo over vergankelijkheid, als uit de vaste collectie. 'Zachte' kunst als troost door schoonheid versus 'harde' kunst die het mes in de wonde duwt. Leidt de confronterende benadering werkelijk tot genezing, en zijn psychisch broze mensen daar tegen bestand? Rustpunten blijven Orla Barry's stenen zitput in de tuin, de vibrerende golven van de zee op een foto van Katrien Vermeire. De vanitassculptuur van Jan van Oost, Mimesis, verenigt eros en thanatos. Een 'belevenisparcours' met werk van meer dan dertig hedendaagse kunstenaars op de verenigde kasteeldomeinen van Gaasbeek en Groenenberg. De kunst is er naadloos verweven met het bouwkundige erfgoed, de uitgestrekte parken en tuinen. In Between (tot 3 november). De locatie vraagt geen enkele toevoeging, curator Joris Capenberghs en scenograaf Stéphane Lebrun plaatsen hedendaagse kunstwerken zo alsof ze bij het historische meubilair horen. Licht en gelaagd, de werken op een vier uur durende wandeling, ingeluid door een 'engel' van Michaël Borremans ('een engel die van vlees en bloed wordt als je het brood met haar deelt', zegt Capenberghs). Binnen geeft een mobiel van Susumu Shingu ('de Japanse Calder') even de illusie dat de hemel trilt, buiten hangt Willo Gonnissen gesculpteerde leestekens in de bomen, als vormden ze een boek om in te lezen. Het kasteel van Gaasbeek biedt een volmaakte illusie van middeleeuwen en renaissance, van postgotiek en oosterse exotiek. Erin ronddwalen is reizen door tijdvakken en culturen, en onderweg de geest tegenkomen van Marie Arconati Visconti (1843-1923), de laatste markiezin van Gaasbeek. Haar overdadige verbeelding wordt gespiegeld in een opulent beeld van Karen Knorr, The Holding of Vigilance, uit haar reeks symbolisch geladen foto's van zeldzame dieren in oosterse paleizen. Poisened by men in need of some love is de eerste grote internationale solotentoonstelling van de jonge Kosovaarse kunstenaar Petrit Halilaj. Tekeningen, sculpturen en een film rond het veroordeelde natuurhistorische museum in Pristina. In Wiels, Brussel (tot 5 januari). De dierensculpturen in aarde en mest werden gemaakt naar foto's van opgezette exemplaren uit het natuurhistorische museum in de hoofdstad van Kosovo, dat in 2001 om nationalistische redenen in een etnografisch museum veranderde. Halilaj brengt de dieren in een prachtige enscenering, en veredelt ze stuk voor stuk met ranke, abstracte sculptuurelementen uit messing. Als de politiek de geschiedenis van natuur en milieu uit het collectieve geheugen bant, dan voert de kunst ze opnieuw in, gebalsemd dan wel. Gelezen als een fabel of parabel, rijt Poisened by men in need of some love de menselijke tragedie in ex-Joegoslavië open. Petrit Halilaj was het niet om een gratuite artistieke daad te doen. Dat blijkt uit de begeleidende film bij zijn project. Getipt dat het museum zijn collectie opgezette dieren had verstopt in kelders achter valse wanden en plafonds, zocht de filmploeg van Halilaj met de steun van departementshoofd Safet Nishefci de confrontatie. Deels met verborgen camera werd gedocumenteerd hoe de verzameling in kasten en vitrines lag te rotten. Het boekje bij de expo bevat een inventaris (met foto's) van wat voor de burgeroorlog een der populairste musea van Pristina was, zij het dat niemand van de Albanese minderheid er tot de staf behoorde. Voor de Zwitserse curatrice Bice Curriger gaat er in de barok meer schuil dan exuberantie: iets wat ze als 'oproerig' omschrijft, wat tegen de gevestigde waarden ingaat. Die geest toont ze zowel aan met werken uit de historische barok als met hedendaagse beelden. Vitaliteit is precair, luidt de boodschap. In het Guggenheim Museum Bilbao (tot 6 oktober). De stijlen zijn door de eeuwen veranderd, een basisgevoel blijft: teugelloze visuele verbeelding opent de hemel en hel van de sensualiteit. Doorheen prikkeling en gratificatie gaapt vaak een morele afgrond. Dat blijkt op de expo zowel uit een Ontvoering van Europa door Simon Vouet (17e eeuw) of De verkrachting van een negerin door Christiaen van Couwenbergh (17e eeuw), als uit een 'oproerige' undergroundcartoon van Robert Crumb of de zwanenzang van een zwarte chocoladeballerina te midden van een barok 'grande bouffe'-servies (animatiefilm van Nathalie Djurberg). Het meest aangrijpende werk in Riotous Baroque is de video-installatie Chernobyl van Diana Thater, met zes projectoren op vier wanden. De bezoeker belandt in een soort uiteengerukt landschap, ontstaan na de kernramp in Tsjernobyl. Tussen giftige kleuren, lichtspleten, donkere holen, onkruid en puin lopen prachtige wilde Przewalskipaarden. Enkele tientallen werden uitgezet in zones die na de ramp door de bevolking waren verlaten. Het leven lijkt onuitroeibaar. Parcours met 250 kleine formaten. Schilderijen (en enkele sculpturen), gekozen om hun bijzondere schoonheid uit het oogpunt van levensechtheid, meer dan van esthetiek. La Belleza encerrada, uit de collecties van de 14e tot de 19e eeuw in het Prado Museum, Madrid. (Tot 10 november). Intimiteit, losheid, levendigheid, toets en tekening zijn kwaliteiten die op 'kleine' kunstwerken erg goed tot hun recht komen. Geen enkele 'grote' meester trok er zijn neus voor op. Ze zijn minder omstandig om te maken en kunnen ook van dichterbij worden bekeken dan de grote formaten. Bij voorkeur op ooghoogte, in een kamer eerder dan in een zaal. In een megamuseum niet evident, de suite van kabinetten die het Prado voor de gelegenheid optrok. Het museum kan er alle stijlen over de hele tijdslijn laten zien. Devotieschilderkunst, renaissance, maniërisme, barok, rococo, romantiek. Het aura van intimiteit is bijna tastbaar in een Sint Jan de Doper met Lam door Andrea del Sarto, een Agnus Dei van Zurbaran, een Fête galante van Antoine Watteau. Aardig wat schilderijen werden tijdig voor de expo opgeknapt. Daaronder 22 van de 39 schilderijtjes op koper die de reeks De vier continenten vormen, door de 17e-eeuwse Antwerpse meester Jan van Kessel. Verlost van hun laag vergeeld vernis, treden al de land- en zeedieren die Europa en Azië bevolken, in hun oorspronkelijke frisheid op de voorgrond. Voor zover hij ze zelf op de markt van Antwerpen had kunnen zien, zijn ze ook levensecht getekend, de meer exotische exemplaren zijn soms wat bij het haar getrokken. In de verte zijn telkens de bijbehorende steden en landschappen te zien. De Mexicaanse revolutie had een diep artistieke kant die wereldwijd de fijnste creatieve geesten aantrok. Werk van Mexicaanse 'revolutionaire' kunstenaars als Diego Rivera en Frida Kahlo, broederlijk verenigd met dat van buitenlandse sympathisanten als Josef Albers en Marsden Hartley. Daarnaast (foto-)documenten van bezoekende schrijvers, met D.H. Lawrence, André Breton en Graham Greene in hun rangen. Een expo en een boek (uitgeverij Ludion) door Adrian Locke, Royal Academy Londen (tot 29 september). 'Complex, langdurig, versnipperd, brutaal en destructief' noemt Adrian Locke deze revolutie, die leidde tot een soort socialisme waarin generaals, bandieten en verlichte intellectuelen een hoofdrol vertolkten. Puttend uit de schat aan hoogwaardige fotodocumenten schetst de expo een indringende beeld van de 'Mexicaanse renaissance', muurschilderkunst die precolumbiaanse, koloniale, traditionele en moderne elementen versmolt en die het hele publieke domein dynamiseerde. De lokale kunstscène werd opgevrijd door internationale kunstenaars, reporters en schrijvers. Hun enthousiasme teerde meestal na korte tijd weg in de droogte, het geweld, het stof en het vuil. Velen waren evenwel voorgoed getekend door de intensiteit van het leven, de kleuren en de dood in Mexico. Op de expo een zeldzame foto door een onbekende fotograaf, van Vladimir Majakovski. De dichter en culturele protagonist in die andere revolutie - de Russische (1917) - was in Mexico overrompeld door het landschap, minder door de politiek. Hij noteerde: 'Een Mexicaanse revolutionair is iedereen die met een wapen in de hand de heersende macht zou kunnen omverwerpen - wat die ook moge zijn. En omdat in Mexico iedereen het zittende regime heeft omvergeworpen of omverwerpt of wil omverwerpen, is iedereen revolutionair.' Grootste retrospectieve ooit, en de eerste in België, van pluridisciplinair kunstenaar Henry van de Velde (1863-1957). Drie hoofdonderdelen - schilderijen, meubilair, architectuurontwerpen - naast theekomforen, kacheltegels, glasspelden, gordelsluitingen en zowat alles wat ontworpen kan worden. Passie, functie, schoonheid: een expo in het Jubelparkmuseum, Brussel (tot 12 januari), en een boek (uitgeverij Lannoo). Altijd met de nieuwe, frisse winden mee, werd Van de Velde rond het fin-de-siècle verleid door de idee van het totaalkunstwerk. En zo richtte het Jubelparkmuseum ook de tentoonstelling in. Nu zowat het hele scala van zijn kunnen wordt getoond, valt het op dat alleen zijn schilderijen tegenvallen. Zijn behoefte om de toen modieuze stippeltechniek toe te passen ging ronduit tegen zijn natuur in. In potloodtekeningen kwam zijn aard wel bovendrijven: een lijzig vloeiende lijn die zich met andere lijnen organisch vervlecht. Dat maakt ook zijn meubilair zo elegant, ondanks een zweem van zwaarte. En het maakt dat hij geen ornamenten nodig had. Een feeling voor de combinatie van kleuren en materialen -- kostbare houtsoorten en edele metalen, deed de rest. Als architect maakte hij de breuk met het verleden door van binnen naar buiten te bouwen, organische ruimtes te creëren en dan pas gevels. Zijn vijanden schilderden hem af als een 'germanofiel', een kwade roep in een land dat tweemaal door de Duitsers werd bezet. In zijn jaren in Weimar, waar Van de Velde als directeur van de school voor kunstambachten aan de basis lag van de geïntegreerde kunstschool Bauhaus, liet hij zich niet als onvaderlandslievend kennen. En was hij een collaborateur omdat hij van 1940 tot 1944 in opdracht van de Deutsche Militärverwaltung adviseerde bij de wederopbouw van België? De beschuldigingen stemden hem bitter, en hij trok zich terug in de Zwitserse bergen. DOOR JAN BRAET