Navid Sharifi: Ik zit hier nu een paar maanden en mijn situatie is niets verbeterd. De eerste weken kon ik bij het IOM (International Organisation for Migration) verblijven. Maar na een week vertelden ze me dat ik weg moest. Ze waren onverbiddelijk: er waren hotels zat waar ik terechtkon. Ik moest mijn plan maar trekken.
...

Navid Sharifi: Ik zit hier nu een paar maanden en mijn situatie is niets verbeterd. De eerste weken kon ik bij het IOM (International Organisation for Migration) verblijven. Maar na een week vertelden ze me dat ik weg moest. Ze waren onverbiddelijk: er waren hotels zat waar ik terechtkon. Ik moest mijn plan maar trekken. Sharifi: Ik denk dat het om iets anders gaat: geld. Het IOM in Kaboel steekt de buitenlandse subsidies liever in eigen zak dan dat ze het aan opvang besteden. Hoe eerder ik buiten was, hoe liever, want dan hoefden ze me geen drie maaltijden per dag en elektriciteit te bezorgen. Toen ik zei dat ik echt nergens heen kon, dreigden ze er zelfs mee mijn spullen op straat te zetten als ik niet binnen drie dagen weg was. En het was niet wegens plaatsgebrek dat ik zo snel moest ophoepelen, het hele huis was leeg. Ik ben dan naar een goedkoop hotel gegaan van 25 dollar per nacht. Daar zit ik nog altijd. Sharifi: Ik zit de hele dag op mijn kamer, er is weinig anders te doen. Van mijn werk in België heb ik wat kunnen sparen. Dat geld gebruik ik nu. Inmiddels heb ik ook mijn auto in België verkocht. Verder heb ik geïnformeerd naar werk, aangezien ze in België beweerden dat ik hier met mijn diploma zeker snel aan de bak zou kunnen. Maar dat was een grote teleurstelling. Er is een straat in Kaboel waar elke dag een rij mensen staat te wachten op werk. In de bouw, op de markt, van alles eigenlijk. Ze worden voor één dag aangenomen en hebben allemaal hun eigen materiaal mee. Ik ben er geweest en kreeg te horen dat ik niets hoefde te verwachten. Er zit dus niets anders op dan in mijn kamer te blijven. Ik kijk een beetje tv, zit op internet en af en toe wandel ik eens tot aan de achterkant van het hotel. Ik heb een gaskacheltje gekocht omdat de verwarming van het hotel meestal niet werkt. Met een gasfles doe ik vijf dagen. Warm water is er ook meestal niet. Het voelt alsof ik vanuit de gevangenis in België naar een andere gevangenis ben gegaan. Sharifi: Toen ik daar in het stadskantoor om vroeg, zeiden ze dat ik twee getuigenissen van familieleden nodig had met de bevestiging dat ik in Afghanistan geboren ben. Dat lukt dus niet, want de familie in Afghanistan wil me niet helpen. De rest, onder wie mijn ouders, zit in Iran. En zonder identiteitskaart kan ik de grens niet over. Ik heb geïnformeerd of ik illegaal kon gaan, maar dat kost me 2000 dollar. Bovendien is het gevaarlijk, het Iraanse leger schiet op mensen die illegaal de grens proberen over te steken. Sharifi: Er is een vriend van me die ook uit België moest vertrekken, Ali Mahgram. Ik ken hem van het gesloten asielcentrum in Brugge. Hij werd na mij uitgewezen. Iedereen trekt zijn eigen plan. Sharifi: Er zijn intussen twee bomaanslagen geweest, waarvan één niet ver van mijn hotel. En toen ik hoorde dat Aref was vermoord (hij keerde vorig jaar vrijwillig terug uit België en werd afgelopen oktober doodgeschoten, nvdr.) schrok ik enorm. Ik kan de dreiging in dit land niet goed inschatten, maar ik ben heel bang en ik vertrouw eigenlijk niemand. Sharifi: Mijn advocaat zegt dat hij nog één mogelijkheid heeft. Op basis van een procedurefout zou ik terug kunnen en begint het hele proces opnieuw. Daar hou ik me aan vast, het is de enige uitweg op dit moment. Financieel kan ik nog even voort, gelukkig helpt mijn vriendin me een beetje. Als ik heel eerlijk ben, denk ik dat er geen enkele hoop meer is.