Opinie

Lieven Buysse

‘Liz Truss kiest voor een radicale koers van verdeeldheid’

Lieven Buysse Lieven Buysse is professor Engelse taalkunde en Britse cultuur aan de KU Leuven Campus Brussel.

‘Wie hoopte dat Liz Truss haar partij meteen zou willen herenigen, komt van een kale reis thuis’, schrijft Lieven Buysse nu de nieuwe Britse premier haar regering samengesteld heeft. ‘Net zoals Boris Johnson omringt ze zich met topministers uit een kleine kring van getrouwen.’

Na een korte audiëntie bij de Queen begon Liz Truss dinsdag als nieuwe Britse premier. Een behoorlijke meerderheid van de leden van haar Conservatieve Partij (of minder dan 0,3 procent van de Britten) verkoos haar boven voormalig financiënminister Rishi Sunak. De keuzes die ze in de eerste uren en dagen maakt, geven al een indicatie van de (weinig verenigende) richting die ze uit wil.

De keuze voor Truss lijkt er op het eerste gezicht een te zijn voor meer van hetzelfde. Ze bleef trouw aan de persoon Johnson, maar ook aan zijn beleid. De ramkoers met de EU over Noord-Ierland houdt ze bijvoorbeeld aan, en de beloftes voor investeringen in de gezondheidszorg, het onderwijs en Noord-Engeland blijven overeind, ook al is het – drie jaar na de verkiezingen – hoogst onwaarschijnlijk dat ook maar een van die doelen ooit bereikt zal worden.

Het enige beleidspunt dat Truss wil terugdraaien, is de recent door haar rivaal Sunak aangekondigde verhoging van de sociale bijdragen, die de kreunende gezondheidszorg weer op de been moest krijgen. Ze gaat zelfs een stap verder: de belastingen moeten omlaag. Dat zou groei stimuleren en zo de economische crisis oplossen. Nochtans is het risico niet denkbeeldig dat zo’n maatregel eerder de inflatie dan de economie zal aanzwengelen. Die groei moet ook zo massaal zijn dat de staatsinkomsten niet zullen dalen, wat investeringen onmogelijk zou maken. Voorlopig lijkt het een sprookje.

Wie hoopte dat Truss haar partij meteen zou willen herenigen, komt van een kale reis thuis. Net zoals Boris Johnson omringt ze zich met topministers uit een kleine kring van getrouwen. Haar beste vriendin, Thérèse Coffey, wordt bijvoorbeeld vicepremier en minister van Volksgezondheid, en supporter van het eerste uur Kwasi Kwarteng wordt financiënminister. Haar regering zal bijzonder inclusief zijn naar gender en migratieachtergrond – wat terecht wordt toegejuicht – maar veel minder inclusief voor de diverse strekkingen van haar partij. Ze haalde weliswaar enkele andere kandidaat-premiers naar haar kabinet maar dan enkel zij die haar in de afvalrace naderhand waren gaan steunen. Uit de keuze voor loyale gelijkgestemden spreekt een zekere angst om intern debatten aan te gaan.

In haar campagne richtte Truss zich duidelijk op de meest rechtse vleugel van de partij, maar om succesvol te regeren, moet ze het grootste deel van haar fractie in het Lagerhuis meekrijgen, terwijl minder dan een derde van hen haar steunden in de voorronde van deze verkiezingen. Door haar ministerkeuzes riskeert Truss de bestaande scepsis in de fractie om te buigen in verzet tegen haar beleid. Zelfs met de comfortabele meerderheid die ze van Johnson erfde, moet een premier nochtans al te veel gezichtsverlies door gerommel in de eigen partij zien te vermijden.

Toch benoemt de nieuwe premier consequent ministers die bekendstaan als haviken op hun domein. Het overwicht aan neoliberalen en brexiters suggereert dat het haar menens is om een Thatcheriaans beleid na te streven. Maar zit de Britse kiezer – die al over twee jaar opnieuw naar stembus mag – te wachten op een nieuwe Margaret Thatcher, die haar land evenzeer meer verdeelde dan verenigde?

Veeleer verwachten kiezers echte daadkracht waar hun leven snel beter van wordt. Truss kan zich niet blijven wegsteken achter goedkope beloftes en ronkende verklaringen over ’s lands rooskleurige toekomst (levert de Brexit eindelijk meer op dan handelsakkoorden met Nieuw-Zeeland en Liechtenstein?). Wie de huidige koopkrachtdaling het scherpst voelt, wil meteen actie zien om het hoofd boven water te houden, en geen premier – zoals Johnson – die adviseert om weer meer waterketels te gebruiken zoals in de goede oude tijd. Truss kondigde na haar aantreden onmiddellijk aan de nijpendste problemen te zullen aanpakken, maar bleef vaag, vooral over hoe ze ingrijpende maatregelen in de energiecrisis zal betalen. Ondanks weken van – daar gaan we toch van uit – inhoudelijke reflectie en debat wachten de Britten nog altijd op een helder plan van aanpak.

De politieke carrière van Liz Truss vertoont tekenen van opportunisme. Eerst een fervent lid van de Liberaal-Democraten, dan van de Conservatieven, en met haar huidige standpunten is ze wel heel ver afgedreven van haar eerdere ideeën. Ze vervelde ook binnen de kortste keren van een prominente tegenstander van de brexit in een heftige voorstander. Dat gebrek aan ideologische standvastigheid verwijdert Truss van haar (naar eigen zeggen) grote voorbeeld Thatcher. In haar eerste dagen in Downing Street geeft Truss aan dat ze voluit voor dat neoliberale ideologische kader kiest. Ook dat hoeft niet te verbazen: bij elke koerswijziging werd ze telkens meteen een stevige adept van de nieuwe koers. Maar zou haar partij, en bij uitbreiding het land, niet meer gebaat zijn met een gematigdere leider die een wendbaar beleid voert dat handig tussen de talloze mijnen door navigeert?

Lieven Buysse is hoogleraar Engelse taalkunde en Britse cultuur aan de KU Leuven Campus Brussel.

Partner Content