Opinie

Quinten Jacobs

‘Licht verschillende schoolkalender is geen absurditeit, maar een sterkte van ons federalisme’

Quinten Jacobs Rechtenstudent aan de KU Leuven

‘Als de verschillende deelstaten elkaar de weg kunnen wijzen, worden we daar uiteindelijk allemaal beter van’, schrijft Quinten Jacobs over de discussie over een kortere zomervakantie en de verschillende standpunten in het noorden en het zuiden van het land.

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez uitte gisteren in een interview op de Franstalige radio zijn ergernis over het feit dat de Franse Gemeenschapsregering heeft beslist om bij decreet de zomervakantie in het Franstalige onderwijs in te korten. Hoewel zijn eigen partij vrolijk meebestuurt in de Franse Gemeenschapsregering en die inkorting dus meestemt, maakte hij zich druk over het feit dat de schoolvakanties daarom lichtjes zullen verschillen tussen de gemeenschappen. Het Vlaamse onderwijs kent namelijk nog geen verkorte zomervakantie. Tien of elf van de vijftien weken jaarlijkse schoolvakantie blijven wel gemeenschappelijk, alleen wordt de paasvakantie losgekoppeld van Pasen (en wordt die vanaf nu lentevakantie genoemd) en worden de herfstvakantie en de krokusvakantie een weekje langer voor Franstalige scholen. In ruil wordt de zomervakantie twee weken korter.

Bouchez vindt zo’n licht verschil volstrekt ondenkbaar. In een interview op DH-radio noemde hij het “een absurditeit van het Belgisch federalisme”. Dat is opmerkelijk, aangezien het net de bedoeling is van het federalisme dat de verschillende gemeenschappen volgens eigen inzichten kunnen besturen. Aangezien onderwijs al meer dan dertig jaar een gemeenschapsbevoegdheid is, is het niet onlogisch dat de verschillende gemeenschappen stilaan nadenken over de indeling van hun schoolkalender. Inzichten over mogelijke leerwinst voor zwakkere leerlingen door kortere vakanties spelen daarbij een rol, maar ook de grotere laïcisering in Franstalig België. De loskoppeling van de paasvakantie met Pasen ligt in Wallonië veel minder gevoelig dan in Vlaanderen. Het voordeel van federalisme is precies dat zo’n verschillende gevoeligheden niet meer voor onderlinge frictie en dus jarenlange blokkering zorgen, maar dat de verschillende gemeenschappen zélf kunnen beslissen.

Licht verschillende schoolkalender is geen absurditeit, maar een sterkte van ons federalisme.

En het wordt nog mooier, want het feit dat de Franse Gemeenschap haar schoolkalender hervormt en de zomervakantie inkort, wakkert opnieuw het debat in Vlaanderen aan. Als de inkorting van de zomervakantie inderdaad zijn vruchten afwerpt in Franstalige scholen en voor leerwinst zorgt, kan Vlaanderen daarvan, jawel, leren en vergroot ook daar het draagvlak. Dat is het mooie aan het federalisme: verschillende overheden kunnen elkaars beleid bestuderen en best practices uitwisselen. Vreemd dat een liberaal als Bouchez niet gewonnen is voor het idee dat zo’n gezonde concurrentie tussen verschillende deelstaten leidt tot het beste resultaat.

Wie weet volgt de hernieuwde schoolkalender wel het pad van de hervorming van de kinderbijslag. Nadat die hervorming jarenlang geblokkeerd zat op federaal niveau, werd de bevoegdheid bij de zesde staatshervorming overgeheveld naar de gemeenschappen, waarna Vlaanderen snel haar kinderbijslag hervormde. Die hervorming was blijkbaar inspirerend, want de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap volgden met een regeling die heel gelijkaardig is aan de Vlaamse. Het federalisme vormt op die manier niet alleen de deblokkering van moeilijke dossiers, maar ook de motor voor belangrijke hervormingen.

Bouchez vindt dat echter een ‘absurditeit’. Ironisch genoeg is zijn oplossing nog absurder. Hij pleit namelijk op Twitter voor de installering van een hiërarchie der normen voor het onderwijs. In een tijd waar quasi élke constitutionalist pleit voor een homogenere bevoegdheidsverdeling zonder overlappende bevoegdheden, wil Bouchez dus zowel de federale overheid als de gemeenschappen bevoegd maken voor onderwijs met elk hun regels, waarbij de federale regels vervolgens voorgaan. Overlap dus, en dat uitgerekend bij de bevoegdheid die als hét geprezen voorbeeld geldt van een propere overdracht zonder versnippering. Precies voor die bevoegdheid wil Bouchez een hiërarchie der normen en dus concurrerende bevoegdheden, waarbij het voor de burger nog onduidelijker wordt welke overheid nu instaat voor wat.

In het federale België kunnen de praktische problemen die een licht verschillende schoolkalender tussen Nederlandstalige scholen en Franstalige scholen met zich mee kan brengen, best op een andere manier worden opgelost. Niks houdt Bouchez tegen om zijn partijgenoot en minister-president van de Franse Gemeenschap Pierre-Yves Jeholet (MR) aan te porren om met zijn collega’s van de andere gemeenschappen te overleggen over mogelijke pistes om praktische problemen in bijvoorbeeld Brussel te vermijden en eventueel een samenwerkingsakkoord daarover te sluiten. En als zo’n akkoord er niet komt, wat doet dan vermoeden dat diezelfde politici met dezelfde ideologische kleur elkaar wél zouden vinden als die onderhandeling op federaal niveau zou plaatsvinden in het geval van een hiërarchie der normen?

Kortom, waar een licht verschillende schoolkalender geen absurditeit maar een logisch gevolg is van ons Belgisch federalisme, is de oplossing van Bouchez wél zo’n absurditeit. Laat ons daarom vertrekken vanuit de autonomie van de verschillende gemeenschappen om vervolgens van elkaar te kunnen leren en elkaar te kunnen inspireren. Als de verschillende deelstaten elkaar de weg kunnen wijzen, worden we daar uiteindelijk allemaal beter van.

Partner Content