Opinie

François Levrau

‘LEF moet geen seculier bekeringsinstrument worden, maar moet de (wetenschappelijke) feiten voor zich laten spreken’

François Levrau Dr. Sociale Wetenschappen, verbonden aan Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen)

‘Wordt in het debat over een algemeen vormend vak over Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie en burgerschap (LEF) niet te veel gefocust op de levensbeschouwing’, schrijft François Levrau (Universiteit Antwerpen).

In een recent opiniestuk gaf Jurgen Slembrouck aan dat de religieuze waarheidsaanspraken niet meer rationeel te verdedigen zijn. Inderdaad, dat God de aarde heeft gecreëerd, dat we na onze dood naar de hemel of de hel zullen gaan, dat Mohammed echt de engel Gabriël heeft gezien, is wel erg onwaarschijnlijk. Net omdat die kans bijzonder klein is, moeten leerlingen volgens Slembrouck vooral aangeleerd krijgen dat religie zich dient ver te houden van waarheidsclaims. Slembrouck heeft het ook niet voor het algemeen vormend vak over Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie en burgerschap (LEF) zoals dat recent door Leni Franken werd verdedigd. Frankens pleidooi, zo stelt hij, is weinig meer dan “post-truth-praat met een filosofisch vernislaagje”. Franken zou ook uit het oog verloren hebben dat “een seculiere samenleving naast vrijheid en gelijkheid ook betrouwbare kennis als norm hanteert.” De invulling die Franken aan LEF geeft, tilt het volgens Slembrouck ‘niet hoger dan het niveau van een catalogus aan levensbeschouwelijke meninkjes. De ene gelooft in de evolutietheorie, de andere in het scheppingsverhaal en de leerlingen mogen er het hunne van denken. Einde verhaal.” Dit is natuurlijk niet het einde van het verhaal en ik betwijfel sterk of dit ook is wat Franken precies voor ogen staat wanneer ze LEF verdedigt.

‘LEF moet geen seculier bekeringsinstrument worden, maar moet de (wetenschappelijke) feiten voor zich laten spreken’

Het probleem met het debat over LEF, althans zoals ik het percipieer, is dat er teveel wordt gefocust op de ‘L’ van Levensbeschouwing en te weinig op de ‘E’ van Ethiek en de ‘F’ van Filosofie. Leerlingen krijgen inderdaad een zicht op de levensbeschouwelijke diversiteit (de L) – een catalogus om met de woorden van Slembrouck te spreken. Leerlingen worden echter ook aangezet om samen na te denken over (de rol van) levensbeschouwelijke diversiteit in de moderne samenleving (de E). Dat betekent dat ze onder meer zicht krijgen op het principe, het belang en de rol van de scheiding van Kerk en Staat en op wat overheidsneutraliteit nu eigenlijk betekent. Verder worden leerlingen ook uitgedaagd om kritisch na te denken over religie (de F). Wat houdt de wetenschappelijke methode in en wat is het verschil tussen ratio en mythos? Franken pleit net voor LEF omdat ze wil dat de toekomstige burgers goed geïnformeerd, autonoom en kritisch zijn.

Schepping en evolutie

Mogelijks kwam dit in het stuk van Franken wat te weinig uit de verf, maar het is vanzelfsprekend dat evolutieleer en het scheppingsverhaal niet op voet van gelijkheid moeten worden behandeld. Wanneer Slembrouck dus stelt: “Het getuigt van weinig lef om de waarheidsaanspraken van godsdiensten onbesproken te laten. Die lafheid versterkt immers de innige band die er bestaat tussen religieus obscurantisme en een mensonwaardige moraal.”, dan zou ik daar graag willen aan toevoegen dat net ook die waarheidsaanspraken uitdrukkelijk aan bod moeten kunnen komen in LEF, zonder dat daarbij wordt gesuggereerd dat de ene levensbeschouwing beter dan de andere zou zijn, maar eerder dat alle religies wat dat betreft in hetzelfde bootje zitten. Het lijkt me bijvoorbeeld niet (enkel) de taak van de biologieleerkracht om met leerlingen te discussiëren over de evolutieleer en het creationisme. Dit lijkt me ook en vooral een taak van de LEF-leerkracht die jongeren niet alleen levensbeschouwelijk geletterd wil maken, maar hen ook het elementaire abc van wetenschap wil diets maken om dan vanuit die kennis samen na te denken over de ‘waarheidspretenties’ van religies.

Zo zou de LEF-leerkracht – ik zeg maar wat – De Atlas der Schepping kunnen gebruiken als contrast met hoe goede wetenschap (en de evolutieleer) werkt. Het lijkt me veel interessanter dit in de lessen aan bod te laten komen, dan religie linea recta uit het curriculum te bannen of dan religie wat smalend af te doen als ‘aftands’, ‘marginaal’ of ‘onnozel’. Wellicht delen Franken en Slembrouck dezelfde bezorgdheid, maar het lijkt me dat Slembrouck te snel komaf wil maken met religie. “Binnen een seculier onderwijsproject moet de leerlingen verteld worden waarom de argumenten voor evolutie superieur zijn aan die voor schepping en dat in het licht van de wetenschappelijke consensus het scheppingsverhaal moet worden beschouwd als een mythe ontsproten aan de menselijke fantasie.”

Het pleidooi voor Franken is wat genuanceerder, omdat ze ook steeds respect wil blijven tonen voor de levensbeschouwelijke diversiteit die zo welig tiert in de samenleving en die studenten nolens volens in de school binnenbrengt. Jongeren moeten in het onderwijs, zoals Slembrouck terecht stelt, in contact komen met de beste kennis, maar het onderwijs moet haar leerlingen ook ernstig nemen. Dit is precies waarom Franken herhaaldelijk wijst op het feit dat de LEF-leerkracht (maar ook andere leerkrachten) de vrijheid van leerlingen moet blijven erkennen om een eigen levensbeschouwing aan te hangen zonder daarover een finaal oordeel te vellen. LEF moet geen seculier bekeringsinstrument worden, maar moet de (wetenschappelijke) feiten en de rechtsstatelijke principes eigenlijk vooral voor zich laten spreken.

Partner Content