Om voor de kinderen te sparen is geen groot beginkapitaal nodig: als je elke maand een beetje spaart, dan kun je al een mooie som verzamelen. Uit een onderzoek van AG Insurance blijkt dat ouders gemiddeld 39 euro per maand sparen voor de kinderen. En dat ouders van meer dan 35 jaar iets meer sparen dan jongere ouders. Opvallend is ook dat hoger opgeleiden meer opzij zetten dan ouders zonder een hoger diploma.

Spaarpot en spaarrekening

Er zijn natuurlijk verschillende manieren om voor je kind te sparen. Je kunt de spaarcenten in een spaarpot of oude koekjestrommel stoppen of ze op een spaarrekening zetten. Maar die spaarrekening, daar verdien je niets aan. Integendeel, door de combinatie van een lage rente met circa 2% inflatie gaan je spaarcenten erop achteruit. Anders gezegd, je moet ten minste 2% rente van de bank krijgen om geen verlies te lijden. Met de spaarrekening lukt dat dus niet.

Beleggen op de beurs is een andere optie. Maar dan moet je er toch wat kaas van hebben gegeten en er voldoende tijd in stoppen. Bij beleggingsfondsen neemt een ervaren fondsmanager het werk van je over. Doe je elke maand een inleg in een fonds dan kun je spreken van een spaarplan. Garanties zijn er evenwel niet op de beurs.

Doe je elke maand een inleg in een fonds dan kun je spreken van een spaarplan.

Bank of verzekeraar

Door de branchevervaging van de voorbije jaren kun je je bank om een verzekering vragen of je verzekeraar om een spaar- of beleggingsproduct. De verzekeraar heeft het dan over een spaar- of beleggingsverzekering en die formules winnen fors aan populariteit.

Wat meer risico met tak 23

Beleggen op de beurs kan dus ook via de verzekeraar. Je doet dat - onrechtstreeks - via een levensverzekering die aan beleggingsfondsen is gekoppeld (tak 23). Je centen staan een tijd vast en je neemt wat meer risico om een mogelijk rendement te realiseren. Dat risico moet je relativeren, want als je je beleggingen spreidt over verschillende producten (zoals in een fonds) en over een voldoende lange termijn (zoals voor kinderen), dan valt het meestal wel mee. Omdat je opbrengst van de financiële markten afhankelijk is, weet je natuurlijk niet vooraf hoeveel rendement je zult behalen.

Wil je meer zekerheid, dan kun je kiezen voor een spaarverzekering (tak 21).

Meer zekerheid met tak 21

Wil je meer zekerheid, dan kun je kiezen voor een spaarverzekering (tak 21). Ook dan staan je centen voor langere tijd vast en vul je het spaarbedrag met periodieke stortingen aan. Nu weet je wel waar je zult uitkomen, want je krijgt je totale inleg terug vermeerderd met een minimumrendement. Maar minder risico betekent meestal ook minder rendement. Daarom ligt de rente op een spaarverzekering dikwijls lager dan de mogelijke rente bij een beleggingsverzekering.

Bij een spaarverzekering van het type tak 21 geldt - precies zoals bij de bank - een depositogarantie van maximaal 100.000 euro. Dat bedrag kun je niet verliezen, zelfs als de verzekeringsonderneming failliet zou gaan.

De fiscus geeft én neemt.

Sluit je een spaarverzekering (tak 21) af en laat je je geld ten minste acht jaar staan - zoals bij de gereglementeerde spaarrekening - dan ben je op de opbrengst geen roerende voorheffing verschuldigd. Maar op producten van het type levensverzekering die vrijgesteld worden van roerende voorheffing, zoals een verzekering van het type tak 21, geldt wel een premietaks van 2%.

Digitaal spaar- en beleggingsplatform

Yongo, het digitale spaar- en beleggingsplatform ontwikkeld door verzekeraar AG Insurance, maakt gebruik van zowel de producten van het type tak 21 als van het type tak 23.

Het platform is bestemd voor ouders die de toekomst van hun kinderen financieel willen voorbereiden. Naast sparen en beleggen via Yongo Moon (tak 21 of gewaarborgd rendement) of Yongo Star (meer risico via fondsen) leer je via Yongo Dreams je kinderen bovendien hoe ze zelf kunnen sparen.

Tegelijk biedt Yongo volop informatie, onder meer via een panel van onafhankelijke pedagogen en specialisten uit de financiële wereld. Die nemen vanuit hun kennis en ervaring alle aspecten van kinderen en geld onder de loep.

Lees hier de andere artikels uit dit dossier.

Om voor de kinderen te sparen is geen groot beginkapitaal nodig: als je elke maand een beetje spaart, dan kun je al een mooie som verzamelen. Uit een onderzoek van AG Insurance blijkt dat ouders gemiddeld 39 euro per maand sparen voor de kinderen. En dat ouders van meer dan 35 jaar iets meer sparen dan jongere ouders. Opvallend is ook dat hoger opgeleiden meer opzij zetten dan ouders zonder een hoger diploma.Spaarpot en spaarrekeningEr zijn natuurlijk verschillende manieren om voor je kind te sparen. Je kunt de spaarcenten in een spaarpot of oude koekjestrommel stoppen of ze op een spaarrekening zetten. Maar die spaarrekening, daar verdien je niets aan. Integendeel, door de combinatie van een lage rente met circa 2% inflatie gaan je spaarcenten erop achteruit. Anders gezegd, je moet ten minste 2% rente van de bank krijgen om geen verlies te lijden. Met de spaarrekening lukt dat dus niet.Beleggen op de beurs is een andere optie. Maar dan moet je er toch wat kaas van hebben gegeten en er voldoende tijd in stoppen. Bij beleggingsfondsen neemt een ervaren fondsmanager het werk van je over. Doe je elke maand een inleg in een fonds dan kun je spreken van een spaarplan. Garanties zijn er evenwel niet op de beurs.Bank of verzekeraarDoor de branchevervaging van de voorbije jaren kun je je bank om een verzekering vragen of je verzekeraar om een spaar- of beleggingsproduct. De verzekeraar heeft het dan over een spaar- of beleggingsverzekering en die formules winnen fors aan populariteit.Wat meer risico met tak 23Beleggen op de beurs kan dus ook via de verzekeraar. Je doet dat - onrechtstreeks - via een levensverzekering die aan beleggingsfondsen is gekoppeld (tak 23). Je centen staan een tijd vast en je neemt wat meer risico om een mogelijk rendement te realiseren. Dat risico moet je relativeren, want als je je beleggingen spreidt over verschillende producten (zoals in een fonds) en over een voldoende lange termijn (zoals voor kinderen), dan valt het meestal wel mee. Omdat je opbrengst van de financiële markten afhankelijk is, weet je natuurlijk niet vooraf hoeveel rendement je zult behalen.Meer zekerheid met tak 21Wil je meer zekerheid, dan kun je kiezen voor een spaarverzekering (tak 21). Ook dan staan je centen voor langere tijd vast en vul je het spaarbedrag met periodieke stortingen aan. Nu weet je wel waar je zult uitkomen, want je krijgt je totale inleg terug vermeerderd met een minimumrendement. Maar minder risico betekent meestal ook minder rendement. Daarom ligt de rente op een spaarverzekering dikwijls lager dan de mogelijke rente bij een beleggingsverzekering.Bij een spaarverzekering van het type tak 21 geldt - precies zoals bij de bank - een depositogarantie van maximaal 100.000 euro. Dat bedrag kun je niet verliezen, zelfs als de verzekeringsonderneming failliet zou gaan.De fiscus geeft én neemt.Sluit je een spaarverzekering (tak 21) af en laat je je geld ten minste acht jaar staan - zoals bij de gereglementeerde spaarrekening - dan ben je op de opbrengst geen roerende voorheffing verschuldigd. Maar op producten van het type levensverzekering die vrijgesteld worden van roerende voorheffing, zoals een verzekering van het type tak 21, geldt wel een premietaks van 2%.Lees hier de andere artikels uit dit dossier.