"Er vallen nog steeds veel verkeersdoden, we beoordelen onze luchtkwaliteit als ontoereikend - ondanks het feit dat ze de laatste decennia nog nooit zo goed is geweest- en we ergeren ons aan de files. De auto van de toekomst zal kaderen in hoe wij in de toekomst willen leven. In hoe de samenleving van morgen zal zijn." Joost Kaesemans, Directeur Communicatie bij Febiac, plaatst het debat meteen in een groter kader. Toch tekenen zich stilaan een aantal grote richtingen af. Energie, autonomie en delen lijken de drie codewoorden te worden.

Zero emission

Joost Kaesemans noemt het drie paradigmashifts. "Het beperken of vermijden van uitstoot staat waarschijnlijk het dichtst bij ons", zo zegt hij. "Een merk als Tesla heeft enkel elektrische wagens, maar ook andere, traditionele spelers geven aan rond 2025 à 2028 te zullen stoppen met het verder ontwikkelen van traditionele verbrandingsmotoren." Al betekent dit volgens Kaesemans nog niet dat we binnen 6 jaar met z'n allen elektrisch zullen rijden. "De levensduur van de gemiddelde wagen is 17 jaar. Het zal dus belangrijk zijn om een overgangsperiode in te bouwen en auto's op diesel of benzine niet bruusk de toegang tot een stad te ontzeggen."

Stedelijke omgevingen zullen waarschijnlijk als eerste naar een elektrisch wagenpark evolueren. Dat zegt ook ontslagnemend minister van Mobiliteit François Bellot: "Hier hangt veel af van de laadpalen. In een stedelijke omgeving zijn die natuurlijk gemakkelijker te voorzien en liggen ze dichter bij elkaar."

Connectiviteit

Een tweede richting die wagens uitgaan, is die van de connectiviteit. Een connectie met de buitenwereld via een internetverbinding, een connectie tussen de wagen en andere toestellen van de gebruiker, maar bovenal een connectie tussen verschillende wagens. "Auto's die op elkaar zijn afgestemd, zorgen natuurlijk voor meer mobiliteit en meer veiligheid", zegt Joost Kaesemans erover.

En met geconnecteerde voertuigen komen ook de zelfrijdende auto's eraan. Hij voegt er echter meteen aan toe dat dit element niet zo snel zal ingeburgerd raken. Kaesemans: "De technologie is er, maar er resten nog belangrijke vragen rond het juridische kader. Wie is verantwoordelijk bij een ongeval? Welke modellen mogen de weg op?"

Ons mobiliteitssysteem zal geleidelijk aan moeten digitaliseren en van statische naar dynamische planning gaan.

De brug naar minister Bellot is snel gemaakt. "In 2018 zijn op mijn aangeven de eerste testprojecten gehouden in Han-sur-Lesse en Waterloo. Daar leerden we heel wat van. Zo kunnen we stilaan naar een juridisch kader overstappen. Recent pasten we de Belgische wegcode aan om dit soort projecten mogelijk te maken. De volgende stap zal zijn dat dit ook dagdagelijks mogelijk wordt. Daarnaast zijn er nog andere zaken die gereglementeerd moeten worden: verzekeringen, rijbewijs... Een heel ander aspect is dan weer het normeren en homologeren van de voertuigen en vooral van de software die hen aanstuurt."

Het is duidelijk dat er op dit terrein nog heel wat werk aan de winkel is. De eerste tests gaven ook aan dat de technologie goed moet omkaderd worden door de steun van infrastructuur. Minister Bellot: "Ook ons mobiliteitssysteem zal geleidelijk aan moeten digitaliseren en van statische planning naar dynamische planning gaan." Lees: niet meer standaard een minuut een groen en een minuut een rood verkeerslicht, wel verkeerslichten die zich aanpassen aan het verkeer.

Car sharing

Het derde element dat de wagen van de toekomst zal vormen, is niet gelinkt aan technologie, wel aan de mentaliteit van de chauffeurs. Zijn zij bereid een wagen te delen en niet langer te bezitten? "95% van de tijd gebruiken we onze wagen niet", kan Joost Kaesemans niet duidelijker zijn.

Veel hangt natuurlijk af van de andere mogelijkheden (denk aan fiets- of scooterdelen, het openbaar vervoer) en vooral de manier waarop die op elkaar zijn ingespeeld. "De creatie van mobiele toepassingen die de verschillende oplossingen in één app bundelen, zijn hier een belangrijke stap in de goede richting", vindt minister Bellot.

Joost Kaesemans haalt een laatste heikel punt aan: het businessmodel. "Er is Poppy, er is Drive Now, maar Zipcar kondigt aan Brussel te verlaten en eigenlijk is geen enkele dienst vandaag economisch rendabel. Ondersteuning van deze initiatieven is in deze beginfase broodnodig, zo niet gaan ze economisch ten onder alvorens ze echt de burger van hun meerwaarde hebben kunnen overtuigen."

Delen, autonomie en energie. De drie bouwstenen van de wagen van de toekomst. Maar ook drie bouwstenen met hun eigen hinderpalen en hun eigen snelheid van evolueren. Afwachten wanneer die wagen van de toekomst er helemaal staat...

Reeks over de wagen van morgen

Dit artikel is het eerste uit een reeks. U krijgt als lezer een vooruitblik op de evolutie in de auto-industrie en de trends die zich aandienen. In de komende weken zullen een aantal automerken uit verschillende segmenten hun toekomstvisie én hun ontwikkelingen uit de doeken doen. Op 12 juni komt het Britse luxemerk Jaguar aan bod, gevolgd door de Duitse generalist Volkswagen op 19 juni en tenslotte geeft het Franse premiummerk DS op 26 juni zijn visie.

"Er vallen nog steeds veel verkeersdoden, we beoordelen onze luchtkwaliteit als ontoereikend - ondanks het feit dat ze de laatste decennia nog nooit zo goed is geweest- en we ergeren ons aan de files. De auto van de toekomst zal kaderen in hoe wij in de toekomst willen leven. In hoe de samenleving van morgen zal zijn." Joost Kaesemans, Directeur Communicatie bij Febiac, plaatst het debat meteen in een groter kader. Toch tekenen zich stilaan een aantal grote richtingen af. Energie, autonomie en delen lijken de drie codewoorden te worden.Joost Kaesemans noemt het drie paradigmashifts. "Het beperken of vermijden van uitstoot staat waarschijnlijk het dichtst bij ons", zo zegt hij. "Een merk als Tesla heeft enkel elektrische wagens, maar ook andere, traditionele spelers geven aan rond 2025 à 2028 te zullen stoppen met het verder ontwikkelen van traditionele verbrandingsmotoren." Al betekent dit volgens Kaesemans nog niet dat we binnen 6 jaar met z'n allen elektrisch zullen rijden. "De levensduur van de gemiddelde wagen is 17 jaar. Het zal dus belangrijk zijn om een overgangsperiode in te bouwen en auto's op diesel of benzine niet bruusk de toegang tot een stad te ontzeggen."Stedelijke omgevingen zullen waarschijnlijk als eerste naar een elektrisch wagenpark evolueren. Dat zegt ook ontslagnemend minister van Mobiliteit François Bellot: "Hier hangt veel af van de laadpalen. In een stedelijke omgeving zijn die natuurlijk gemakkelijker te voorzien en liggen ze dichter bij elkaar."Een tweede richting die wagens uitgaan, is die van de connectiviteit. Een connectie met de buitenwereld via een internetverbinding, een connectie tussen de wagen en andere toestellen van de gebruiker, maar bovenal een connectie tussen verschillende wagens. "Auto's die op elkaar zijn afgestemd, zorgen natuurlijk voor meer mobiliteit en meer veiligheid", zegt Joost Kaesemans erover. En met geconnecteerde voertuigen komen ook de zelfrijdende auto's eraan. Hij voegt er echter meteen aan toe dat dit element niet zo snel zal ingeburgerd raken. Kaesemans: "De technologie is er, maar er resten nog belangrijke vragen rond het juridische kader. Wie is verantwoordelijk bij een ongeval? Welke modellen mogen de weg op?"De brug naar minister Bellot is snel gemaakt. "In 2018 zijn op mijn aangeven de eerste testprojecten gehouden in Han-sur-Lesse en Waterloo. Daar leerden we heel wat van. Zo kunnen we stilaan naar een juridisch kader overstappen. Recent pasten we de Belgische wegcode aan om dit soort projecten mogelijk te maken. De volgende stap zal zijn dat dit ook dagdagelijks mogelijk wordt. Daarnaast zijn er nog andere zaken die gereglementeerd moeten worden: verzekeringen, rijbewijs... Een heel ander aspect is dan weer het normeren en homologeren van de voertuigen en vooral van de software die hen aanstuurt."Het is duidelijk dat er op dit terrein nog heel wat werk aan de winkel is. De eerste tests gaven ook aan dat de technologie goed moet omkaderd worden door de steun van infrastructuur. Minister Bellot: "Ook ons mobiliteitssysteem zal geleidelijk aan moeten digitaliseren en van statische planning naar dynamische planning gaan." Lees: niet meer standaard een minuut een groen en een minuut een rood verkeerslicht, wel verkeerslichten die zich aanpassen aan het verkeer.Het derde element dat de wagen van de toekomst zal vormen, is niet gelinkt aan technologie, wel aan de mentaliteit van de chauffeurs. Zijn zij bereid een wagen te delen en niet langer te bezitten? "95% van de tijd gebruiken we onze wagen niet", kan Joost Kaesemans niet duidelijker zijn.Veel hangt natuurlijk af van de andere mogelijkheden (denk aan fiets- of scooterdelen, het openbaar vervoer) en vooral de manier waarop die op elkaar zijn ingespeeld. "De creatie van mobiele toepassingen die de verschillende oplossingen in één app bundelen, zijn hier een belangrijke stap in de goede richting", vindt minister Bellot.Joost Kaesemans haalt een laatste heikel punt aan: het businessmodel. "Er is Poppy, er is Drive Now, maar Zipcar kondigt aan Brussel te verlaten en eigenlijk is geen enkele dienst vandaag economisch rendabel. Ondersteuning van deze initiatieven is in deze beginfase broodnodig, zo niet gaan ze economisch ten onder alvorens ze echt de burger van hun meerwaarde hebben kunnen overtuigen."Delen, autonomie en energie. De drie bouwstenen van de wagen van de toekomst. Maar ook drie bouwstenen met hun eigen hinderpalen en hun eigen snelheid van evolueren. Afwachten wanneer die wagen van de toekomst er helemaal staat...