Als alles wankelt

In een onderzoek1 legt professor Robert Grosse uit dat de crisis van 2008 haar oorsprong vindt in zelfoverschatting. De beleggers en huishoudens in de Verenigde Staten bleven maar woningen kopen, terwijl de prijzen in tien jaar tijd al meer dan verdubbeld waren. Het gevoel van euforie dat op de markten heerste, zorgde ook voor het succes van effecten die steunden op hypothecaire leningen (de befaamde CDOs, "collateralised debt obligations"), ondanks de relatieve ondoorzichtigheid ervan.

De crisis van 2008 vindt haar oorsprong in zelfoverschatting en beheerst nog steeds een klein deel van de beleggers.

De eerste spanningen wekten geen wantrouwen, door het houvasteffect. Beleggers klampen zich aan hun eerste indruk vast tot het (Hyman) Minsky-moment, wanneer een overmaat aan pessimisme het blinde optimisme vervangt.

Kuddegedrag

Deze omkering is een uiting van kuddegedrag. Beleggers reageren op dezelfde manier op bepaalde informatie, of het nu gaat om opzettelijke nabootsing, dat wil zeggen wanneer ze vrijwillig het gedrag van een ander (bv. een goeroe) kopiëren, of om nabootsing door misleiding. Die tweede mogelijkheid doet zich voor als de pers aanhoudend slecht nieuws verkondigt.

Dit gevoel van paniek versterkt de risicoaversie van beleggers en van het bedrijfsleven als geheel. Zo bekende in 2009 Christian Jourquin, voormalig algemeen directeur van Solvay, dat zijn klanten eind 2008 beslisten om dag op dag te bestellen, in plaats van eenmalig grote bestellingen te doen. De chemiegroep beperkte daardoor op zijn beurt haar verplichtingen. Het gevolg van deze vicieuze cirkel was een verergering van de crisis.

Een blijvende crisis, tenzij ...Acht jaar later zijn de gevolgen nog steeds goed zichtbaar, vooral in het beleggersgedrag. Daniel Kahneman, één van de grondleggers van de behavioural finance, had gewezen op deze geneigdheid om de risico's van negatieve gebeurtenissen te zwaar te laten wegen2, zelfs die risico's met een zeer geringe waarschijnlijkheid.

© Getty Images/iStockphoto

Volgens een onderzoek van UBS heeft de generatie Y (mensen geboren tussen het begin van de jaren tachtig en het midden van de jaren negentig) tweemaal zoveel contant geld (spaarbankboekjes enz.) en tweemaal zo weinig aandelen als de generaties daarvoor. Een keuze die gerechtvaardigd wordt door de twee beurscrashes van 2001-2003 en 2008-2009, maar daarmee gaan ze voorbij aan het feit dat de Amerikaanse en Europese beurzen3 zestien keer een positief jaarlijks rendement hebben opgeleverd de afgelopen twintig jaar.

In tijden van crisis is de belegger dus intuïtief geneigd om koersdalingen te verduren en herstel te schuwen. Om deze fouten te vermijden en zijn emoties te beheersen, moet hij voor zichzelf regels opstellen en zijn beleggingsproces rationaliseren (met de hulp van een professioneel adviseur).

1 The Global Financial Crisis - a Behavioral View; januari 2010

2 Gesteld voor de keuze tussen een zeker verlies van $5 of een weddenschap met een kans van 1% om $5.000 te verliezen, kiest 83% voor de eerste mogelijkheid, die meer zekerheid biedt. Daarentegen kiest 69% voor het grotere risico wanneer ze de keuze hebben tussen een weddenschap met een kans van 50% om $1.000 te verliezen en een zeker verlies van $500.

3 S&P500- en Stoxx Europe 600-indices

Als alles wankeltIn een onderzoek1 legt professor Robert Grosse uit dat de crisis van 2008 haar oorsprong vindt in zelfoverschatting. De beleggers en huishoudens in de Verenigde Staten bleven maar woningen kopen, terwijl de prijzen in tien jaar tijd al meer dan verdubbeld waren. Het gevoel van euforie dat op de markten heerste, zorgde ook voor het succes van effecten die steunden op hypothecaire leningen (de befaamde CDOs, "collateralised debt obligations"), ondanks de relatieve ondoorzichtigheid ervan.De eerste spanningen wekten geen wantrouwen, door het houvasteffect. Beleggers klampen zich aan hun eerste indruk vast tot het (Hyman) Minsky-moment, wanneer een overmaat aan pessimisme het blinde optimisme vervangt.KuddegedragDeze omkering is een uiting van kuddegedrag. Beleggers reageren op dezelfde manier op bepaalde informatie, of het nu gaat om opzettelijke nabootsing, dat wil zeggen wanneer ze vrijwillig het gedrag van een ander (bv. een goeroe) kopiëren, of om nabootsing door misleiding. Die tweede mogelijkheid doet zich voor als de pers aanhoudend slecht nieuws verkondigt.Dit gevoel van paniek versterkt de risicoaversie van beleggers en van het bedrijfsleven als geheel. Zo bekende in 2009 Christian Jourquin, voormalig algemeen directeur van Solvay, dat zijn klanten eind 2008 beslisten om dag op dag te bestellen, in plaats van eenmalig grote bestellingen te doen. De chemiegroep beperkte daardoor op zijn beurt haar verplichtingen. Het gevolg van deze vicieuze cirkel was een verergering van de crisis.Een blijvende crisis, tenzij ...Acht jaar later zijn de gevolgen nog steeds goed zichtbaar, vooral in het beleggersgedrag. Daniel Kahneman, één van de grondleggers van de behavioural finance, had gewezen op deze geneigdheid om de risico's van negatieve gebeurtenissen te zwaar te laten wegen2, zelfs die risico's met een zeer geringe waarschijnlijkheid.Volgens een onderzoek van UBS heeft de generatie Y (mensen geboren tussen het begin van de jaren tachtig en het midden van de jaren negentig) tweemaal zoveel contant geld (spaarbankboekjes enz.) en tweemaal zo weinig aandelen als de generaties daarvoor. Een keuze die gerechtvaardigd wordt door de twee beurscrashes van 2001-2003 en 2008-2009, maar daarmee gaan ze voorbij aan het feit dat de Amerikaanse en Europese beurzen3 zestien keer een positief jaarlijks rendement hebben opgeleverd de afgelopen twintig jaar.In tijden van crisis is de belegger dus intuïtief geneigd om koersdalingen te verduren en herstel te schuwen. Om deze fouten te vermijden en zijn emoties te beheersen, moet hij voor zichzelf regels opstellen en zijn beleggingsproces rationaliseren (met de hulp van een professioneel adviseur).1 The Global Financial Crisis - a Behavioral View; januari 20102 Gesteld voor de keuze tussen een zeker verlies van $5 of een weddenschap met een kans van 1% om $5.000 te verliezen, kiest 83% voor de eerste mogelijkheid, die meer zekerheid biedt. Daarentegen kiest 69% voor het grotere risico wanneer ze de keuze hebben tussen een weddenschap met een kans van 50% om $1.000 te verliezen en een zeker verlies van $500.3 S&P500- en Stoxx Europe 600-indices