Kindergeneeskunde: ‘Minder diensten pediatrie, meer andere zorgvormen’

archiefbeeld (Belga) © belga

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelt voor om het huidige zorgmodel voor kinderen te vervangen door een nieuw zorgprogramma. Zo is het voor de gezondheidsstudiedienst van de overheid aangewezen om het aantal kleine diensten pediatrie af te bouwen. Naast de klassieke dienst pediatrie is er in dat model ruimte voor andere zorgvormen, bijvoorbeeld de piste van een ‘voorlopige hospitalisatie’ of observatie korter dan een dag. ‘Transmurale zorg’ of zorg die normaal in het ziekenhuis plaatsvindt verplaatsen naar de thuisomgeving kan ook, indien een pilootproject een positieve evalutatie krijgt.

Het brede debat over de ziekenhuiszorg is al langer aan de gang. Voor het zomerreces zette de federale regering een volgende stap in de ziekenhuishervorming. Grosso modo houdt dat meer samenwerking in ziekenhuisnetwerken in waarbij gespecialiseerde zorg niet meer overal in het aanbod zit. Maar elk ziekenhuisnetwerk moet sowieso een aantal meer algemene diensten aanbieden en kindergeneeskunde is er een van. Maar niet elk ziekenhuis in het netwerk moet dan weer deze dienst aanbieden.

In dat kader vlooide het kenniscentrum eerst de statistieken uit. Zo telt het land (situatie 2018) 91 ziekenhuizen met minstens één dienst pediatrie, dit verspreid over 99 locaties waarvan 57 in Vlaanderen. Op zeer gespecialiseerde zorg na, moeten deze diensten, samen 2.489 bedden, in principe alle zorg aan kinderen kunnen verlenen. Maar sommige regio’s hebben vele kleine diensten pediatrie. Ook zijn vaak alleen tijdens de winter alle bedden bezet. Dat zou dan weer kunnen veranderen nu er gewerkt wordt aan een vaccin voor RSV, het virus dat elke winter opnieuw heel jonge kinderen in het ziekenhuis doet belanden met ademhalingsproblemen.

Daarom lijkt het voor het KCE aangewezen om de capaciteit van de diensten pediatrie en het aantal diensten op het niveau van de ziekenhuisnetwerken te bekijken. Een afbouw van het aantal kleine diensten pediatrie lijkt aangewezen voor het KCE, wel rekening houden met de geografische bereikbaarheid en aanrijtijden. Anders gesteld: een ouder mag  bijvoorbeeld niet te ver rijden om met zijn kind naar het ziekenhuis te gaan. In die context keek KCE ook naar andere zorgvormen. Zo hebben andere landen inmiddels ’transmurale zorg’ voor kinderen uitgerold. Kinderen die normaal in het ziekenuis een behandeling krijgen, krijgen die thuis. ‘Deze aanpak kan gunstig zijn voor de levenskwaliteit van het kind en zijn familieleden.’ Een stressvolle of als traumatisch ervaren opname kan zo vermeden worden.

In België is het model weliswaar nog pril. In 2020 verzorgden vijf ‘pediatrische liasonteams’ – teams met daarin een kinderarts, verpleegkundige, kinesitherapeut … –  samen een duizendtal kinderen. Dit model, waarbij het ziekenhuis coördineert, kan voor het kenniscentrum uitgebreid worden, al kan een gebrek aan thuisverpleegkundige met de nodige expertise een probleem vormen. Daarom komen er pilootprojecten om de verschillende opties qua organisatie en financiering te evalueren. Daarbij is een resem randvoorwaarden van tel, onder meer de vrije keuze voor de ouder waar de zorg wordt verleend, thuis of in het ziekenhuis.

KCE stelt ook voor om de transmurale zorg in de pilootfase te verlenen aan pasgeboren en kinderen met een langdurige aandoening en/of frequente behandeling. Bij een positieve evaluatie kan de transmurale zorg deel uitmaken van het nieuwe zorgprogramma.  Voorts pleit KCE voor de erkenning en financiering van voorlopige hospitalisatie of opname van een kind voor enkele uren ter observatie. Daarnaast wordt meer financiering voor het dagziekenhuis aangehaald. ‘Ook zal moeten worden nagedacht over een betere taakverdeling tussen ziekenhuizen onderling en tussen ziekenhuizen en andere zorglijnen.’

Partner Content