‘Kenia verliest meer olifanten door droogte dan door stroperij’

© Getty Images
IPS

‘In Afrika haalt het klimaat soms harder uit dan stroperij, en de jongere generatie Afrikanen laat niet met zich sollen’. Dat zegt Kaddu Sebunya, de ceo van African Wildlife Foundation, in een interview waarin hij ook ingaat op de voedseltekorten in Afrika, en wat die teweegbrengen voor het milieu.

Kaddu Sebunya, een uitgesproken stem over de verhouding van Afrika met Europa en China, is in Londen om de zestigste verjaardag van zijn organisatie bij donoren onder de aandacht te brengen.

Welke impact hebben de crises van klimaat en voedselzekerheid op Afrika?

Kaddu Sebunya: Die hebben een enorme impact, omdat alles met elkaar verbonden is. In Kenia verloren we op negen maanden tijd ongeveer 78 olifanten door droogte in Tsavo National Park. Dat is meer dan stroperij en een hoger cijfer dan eender welke doodsoorzaak voor olifanten in de afgelopen vijftien jaar. Olifanten zijn een belangrijke soort – als zij lijden, weten we wat er nadien zal gebeuren met de planten, de kikkers, de vlinders, de bomen. Olifanten zijn de sleutel waarmee we de gezondheid van het ecosysteem meten. Dit dier kan je veel vertellen over wat er gaat gebeuren met alle andere soorten, inclusief de mens.

Als er droogte is, zullen overheden hun prioriteiten wijzigen en zullen milieu en natuurbehoud de laatste keuzes zijn.

Wat betreft droogte en voedseltekorten zien we dat mensen andere keuzes maken. Ze veranderen de manier waarop ze leven. Dat zet sommige natuurlijke bronnen onder druk want zelfs kleine keuzes betekenen dat mensen een ander dieet krijgen, daardoor bijvoorbeeld meer brandhout nodig hebben en er meer bomen worden gekapt. 70 procent van de Afrikanen werkt in de landbouw – het is hun levensonderhoud. Bij droogte gaan ze dus andere opties kiezen. Als de Masai 40 procent van hun veestapel in het noorden van Kenia verliezen, gaan ze op zoek naar alternatieven… De dichtstbijzijnde hulpbron zijn dan de dieren in het wild. Als er voedselschaarste en droogte heersen, gaan mensen meer jagen voor proteïnen.

Overheden putten allemaal uit dezelfde budgetten. Als er droogte is, zullen ze hun prioriteiten wijzigen en zullen milieu en natuurbehoud de laatste keuzes zijn. Ook het onderwijs zal daaronder lijden. Al deze sectoren moeten inboeten omdat de financiële middelen prioritair naar de snelle beheersing van de droogte en de gezondheidszorg gaan.

En op mondiaal niveau zien we meer migratie door de impact van het klimaat en de voedselzekerheid. In Centraal- en West-Afrika zien we plattelandsgebieden leeglopen. Jongeren verhuizen naar stedelijke gebieden zonder over de juiste vaardigheden te beschikken om er goed te kunnen leven. Vooral voor vrouwen en jonge meisjes is dat een probleem. De jonge jongens worden gerekruteerd voor terroristische groeperingen of verhandeld naar Europa. De gevolgen zijn dus niet alleen voelbaar voor de natuur… het vervormt de hele samenleving en zet overheden onder druk. Dit is groter dan alleen voedsel.

Kaddu Sebunya (links), hier samen met parkverantwoordelijke Prosper Uwingeli tijdens een bezoek aan de berggorilla’s in Rwanda. 2018. © Reuters

Wat is het antwoord van de African Wildlife Foundation (AWF) ?

Sebunya: Ons werk bestaat erin om de stem van dieren in het wild te vertegenwoordigen. Dieren spreken niet, dus moet iemand dat voor hen doen. We nemen die verantwoordelijkheid zeer ernstig en zullen bij elke verandering voor hen op tafel kloppen, op alle verschillende bestuursniveaus. De enige langetermijnoplossing tegen droogte is de natuur beter te beheren. Maar in de meeste gevallen wordt daar geen rekening mee gehouden en worden enkel de symptomen aangepakt. Hebben we het over hongersnood, dan brengen de Verenigde Naties ons koekjes en ander energierijk voedsel uit Europa of elders. Dat is geen oplossing, dat is een pleister.

Dat moet beter, volgens u?  

Sebunya: Historisch gezien was het voor internationale gemeenschappen gemakkelijker om te praten met internationale ngo’s die op het Afrikaanse continent werken of om van regering tot regering te praten. Dat heeft niet tot goede oplossingen voor onze problemen geleid. Er zullen Afrikanen zelf nodig zijn om eigenaarschap, verantwoordelijkheid en leiderschap op zich te nemen. Enkel de bevolking zelf kan de problemen van Afrika ten gronde oplossen. De voorbeelden waar we goede resultaten haalden zonder dat er Afrikaans leiderschap aan te pas kwam, zijn schaars. En waar het succesvol is geweest, was het heel duur. Zo werden er bijvoorbeeld duizenden boswachters opgeleid, ze werden van geweren voorzien, er werden voertuigen en brandstof aangekocht en de trainingen moesten regelmatig herhaald worden, en dat allemaal om 1500 olifanten te beschermen. Het is veel goedkoper als je Afrikanen steunt die geen wapens nodig hebben om dieren in het wild te beschermen omdat ze een relatie hebben opgebouwd met deze dieren en met de eigen natuur. Ondersteun de lokale bevolking om met die kennis een lokale economie te ontwikkelen. Dat is waar onze organisatie voor staat.

De modellen die tot nu toe zijn gebruikt zijn niet duurzaam. Regeringen kunnen geen gebieden ondersteunen waar duizenden rangers en voertuigen nodig zijn, ik bedoel, de Serengeti is zo groot als een land in Europa… De uitdaging die we nu hebben voor de komende tien jaar is om te kunnen opschalen. Een project dat we al dertig jaar in het noorden van Rwanda hebben, draait rond het behoud van de berggorilla’s en hoe we gemeenschappen kunnen mobiliseren zodat ze zelf een aandeel hebben in het toerisme. Dertig jaar geleden bestond ecotoerisme uit een investeerder die naar het gebied kwam, een concessie kreeg, een prachtige lodge bouwde en verder enkel wat lokale Afrikanen inhuurde voor onderhoudswerk en een groep lokale vrouwen liet dansen voor toeristen. Dat model bestaat nog steeds, maar wij hebben met onze organisatie gezegd dat het nu genoeg is. We hebben de lat hoger gelegd. Nu hebben we het dus over gelijkheid – gemeenschappen moeten een rechtvaardig deel hebben in de toeristische sector en dus in de lodges die we bouwen, zoals in Rwanda, Kenia, Namibië, Botswana. Daar zijn gemeenschappen zelf eigenaar van hun lodge.

Het is in die formule hard werken om de gemeenschappen voor dit businessmodel te mobiliseren. Het kost veel tijd om dat te doen, maar het is buitengewoon succesvol.

China’s invloed neemt toe in Afrika. Welke invloed heeft dat op het natuurbehoud?

Sebunya: Wij werken zelf ook in China. Voor corona heb ik veel tijd doorgebracht in Peking om te praten met beleidsmakers en functionarissen van de Communistische Partij. Dat heeft tot resultaten geleid. Wij maken onder meer deel uit van de groepen die zes jaar geleden China hebben geholpen om de ivoorhandel te verbieden. De dag dat China het verbod aankondigde, daalde de prijs van ivoor met 70 procent. De vraag naar Afrikaans ivoor daalde met 65 procent… het effect was dus enorm.

Het is voor een Afrikaan bijzonder vermoeiend als je Britse of EU-functionarissen hoort klagen over China.

We werken nu heel nauw samen met China, bijvoorbeeld rond de Chinese voetafdruk op ons continent vanwege de infrastructuur die ze bouwen, hun deelname aan de landbouw en de industrieën die ze opzetten in Afrika. We vragen hen expliciet om daar verantwoordelijkheid in te nemen. Aanvankelijk vertelden ze ons dat het niet hun verantwoordelijkheid was, maar die van de Afrikaanse regeringen. We hebben met hen gepraat, een jaar lang ruzie gemaakt. En we slagen in ons opzet als ngo om ervoor te zorgen dat Afrikaanse regeringen de voorwaarden scheppen. Het laatste wat China wil horen is dat Europa hen vraagt om het beter te doen in Afrika of dat de Verenigde Staten hen dit vragen.

Olifanten in Kenia. 2021. © Reuters

Verder werken we ook gericht met jongeren. Als er iets goeds uit de covidepidemie voortkomt, is het wel Zoom. We hebben platformen gecreëerd waar Afrikaanse jongeren in interactie gaan met Chinese jongeren en ze hebben heel erg interessante gesprekken over Afrika, over dieren in het wild, ze leren van elkaar. Cultureel voelen we ons verbonden. Voor jongeren is dit een geglobaliseerde wereld waar dingen stilaan veranderen. We praten ook met oudere Chinezen. Zij denken nog steeds dat het bezit van ivoor belangrijk is, een investering. De jongeren willen liever een poloshirt en een Apple Watch, en de jonge Afrikanen ook. Ze willen in een Porsche rijden, geen tonnen ivoor in huis hebben zoals hun grootouders.

We hechten veel belang aan sensibilisering om tot verandering te komen. Zo hebben we bijvoorbeeld een goede relatie met de dierentuinen van Peking en Shanghai. Daar hebben we elk jaar gedurende drie maanden een tentoonstelling. In Peking bereikten we voor covid op die manier 300.000 mensen per dag, echt verbluffende cijfers. Ze komen met hun families, ze leren over soorten en habitats van dieren. Ze bekijken de video’s die we maken. Dit zijn allemaal jonge middenklasse-gezinnen, die dingen beginnen in vraag te stellen. We zien verandering in China.

Hoe kunnen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) hun Afrika-beleid veranderen en omgaan met de groeiende aanwezigheid van China?

Sebunya: Ik vertelde het Europese parlement en enkele mensen in het VK in de discussie over China dat het voor een Afrikaan bijzonder vermoeiend is als je Britse of EU-functionarissen hoort klagen over China. Ik heb ze gezegd: ‘Kijk, China eet geen Afrikaanse cake, China eet Britse, Franse, Duitse en Italiaanse cake in Afrika’. Het VK zeurt over China in Afrika terwijl de helft van Afrika haar taal spreekt, de helft van Afrika gelooft in hun waarden. Zeventig procent van de Afrikaanse leiders zijn naar Oxford, Yale, Harvard of London University gegaan en jij zit in Londen en klaagt over China? Een enorme populatie Afrikanen spreekt Engels. Ik moet nog een Chinese Afrikaan of een gemeenschap van Afrikanen vinden die Chinees spreken.’

Het is zo belangrijk dat we Afrika gaan behandelen als de laatste grens voor mondiale oplossingen.

De westerse wereld moet dieper nadenken om de opties te begrijpen die China aan Afrikanen heeft gegeven. En in de spiegel kijken, om vervolgens een tegenbod te doen en een serieus gesprek aan te gaan. De Duitsers doen dat trouwens – ze heroverwegen hun engagement, en ik hoop dat met de oorlog in Oekraïne de relatie tussen Afrika en Europa daadwerkelijk zal veranderen. Je hebt een continent met de rijkste mineralen en de rijkste hulpbronnen op aarde en je bent afhankelijk van Rusland, ook voor voedsel? Dat is verbijsterend. Je vertrouwt op een land dat je vandaag als vijand definieert. Dat is de totale ontkenning van een continent dat enorm rijk is. Waarom geen handel drijven met Afrika? Hier is een reset mogelijk.

Volgens u zit er een massa rijkdom van Afrika boven de grond.

Sebunya: Ons werk bestaat erin om Afrikanen te vertellen dat onze rijkdom boven de grond zit, en niet onder de grond, zoals het VK, Frankrijk en anderen Afrikanen altijd hebben verteld. Telkens als ik in Europa en Noord-Amerika ben, hoor ik zeggen dat Afrika rijk is aan mineralen. Van de 54 landen zijn er nochtans minder dan tien landen die mineraalrijk zijn, dus waar is dit idee ontstaan dat heel Afrika vol mineralen zit is? De rijkdom van het continent zit echt ook boven de grond. We kunnen Europa voeden met biologisch voedsel. Jullie daarentegen kunnen Afrika een beter ontwikkelingsmodel bieden.

Wat er in Afrika aan de hand is, stopt niet in Afrika, snap je? Het zal Londen en het Westen bereiken. Of het nu gaat om vluchtelingen of in termen van overstromingen als gevolg van klimaatverandering, of gewoon verlies van biodiversiteit.

Het is zo belangrijk dat we Afrika gaan behandelen als de laatste grens voor mondiale oplossingen, of het nu gaat om voedsel of gezondheid – het volgende virus zal trouwens ongetwijfeld uit Afrika komen. Afrika is ook de laatste grens van wilde dieren. Het is in ons aller belang dat virussen in de wildernis blijven en dat is het werk van onze natuurbeschermers.

Je wilt de klimaatverandering tegengaan? Kijk dan verder dan nu. De energiebron voor Congolezen zou bijvoorbeeld een prioriteit moeten zijn in het Britse klimaatbeleid. Omdat de Congolese bevolking groeit – je weet dat de grootste Franstalige stad Kinshasa is, en niet Parijs – en die mensen blijven vertrouwen op brandhout als hun voornaamste energiebron. Wat denk je dat dit doet met de CO2-uitstoot en dus uiteindelijk ook met de lucht en de stijging van de temperatuur?

Ik klink cynisch, maar je hoeft je westerse manier van leven misschien niet zo drastisch te veranderen, als je ook Afrika helpt een sprong voorwaarts te maken. De keuzes die Afrikanen maken voor hun welvaart zijn zo cruciaal voor de rest van de wereld. Afrika jaagt de westerse wereld na… ze willen Londen in Kenia. Ze willen in grote auto’s rijden, ze willen een dorpshuis en een zomerhuis bezitten, vliegtuigreisjes maken.

Wat meer zorgen baart dan wat dan ook…

Sebunya: Mensen moeten weten wat Afrikanen denken. Je hoeft het niet met ons eens te zijn, maar luister naar onze mening. Wat nog belangrijker is, is dat Afrikanen naar Afrikanen luisteren. Er is een groeiende beweging in Afrika die me nu meer dan wat dan ook zorgen baart. Onder jonge mensen heerst de idee dat de westerse wereld ons niet mag, dat we de rest van de wereld maar moeten vergeten, dat natuurbehoud een leugen is, het gaat over westerlingen die ons land willen afpakken en eigenlijk niet willen dat Afrika zich ontwikkelt. Die beweging was er vroeger ook, maar was dan een tijdlang veel stiller. Jongeren pikken dat opnieuw op.

‘Ik zie mijn kinderen of hun kinderen niet naar Brussel komen om met Europa te onderhandelen, naar de VS gaan en uitleggen hoe ze kunnen helpen met het behoud van bossen. Onze kleinkinderen zullen die bossen zelf kappen, ze zullen al het water afvoeren, ze zullen doen wat ze willen omdat ze zelfs al niet naar ons luisteren… ze zijn zo onafhankelijk, ze doen echt wat ze willen. Als ze aan de macht komen – over 20 jaar zijn de 14-jarigen van nu de ministers – zullen ze niet naar de bijeenkomsten van het Gemenebest komen. Tenzij het Gemenebest verandert. Ze zijn koppig en boos op de rest van de wereld. Ze willen hun eigen wegen vinden, ze zijn onafhankelijk. Ze zijn zoals elke tiener in Londen, dus de rest van de wereld heeft tien jaar om dit uit te zoeken voordat deze generatie het overneemt. Mijn generatie is diplomatieker, meer vergevingsgezind. Die groep is dat niet. Het wordt zwaar. Alles wat Europa over tien jaar wil, zal het niet krijgen. Tenzij ze geweld gebruiken, wat ze al eerder hebben gedaan. Ja, het wordt moeilijker. Dit is dus het moment om een eerlijke deal te sluiten.

Guy Dinmore nam dit interview af voor IPS.

Partner Content