Italië is geen racistisch land.' Zo besloot Italië-correspondent John Foot van The Guardian recent een artikel over de racistische uitlatingen van senator Robertio Calderoli. Die politicus van de anti-immigrantenpartij Lega Nord vergeleek de eerste zwarte Italiaanse minister, Cécile Kyenge, met een orang oetan.

Ik ben geneigd John Foot gelijk te geven. Italianen, en ik put uit de ervaring van in vier landen gewoond te hebben en naar veel meer anderen gereisd te hebben, zijn bij de meest gastvrije mensen ter wereld. Om maar een voorbeeld te noemen: kijk naar de solidariteit en menselijkheid waarmee de kleine bevolking van het eiland Lampedusa (Sicilië) de afgelopen jaren herhaalde golven van immigranten verwelkomde. Diezelfde immigranten kregen in andere Zuid-Europese landen totaal andere reacties te slikken.

En toch duikt er in Italië regelmatig een hardnekkig, vulgair en brutaal racistisch discours op bij politici ter rechterzijde. Komen ook aan bod: een breed scala aan 'grappen', stereotypen en commentaren die in elk ander Europees land zo'n verontwaardiging zouden uitlokken dat geen enkele politieke carrière die zou kunnen overleven. Met een alarmerende regelmaat worden zwarte voetballers onthaald op minachtende apengeluiden en vallen er racistische uitlatingen in alledaagse conversaties. Niet alleen lijkt mij dat minder voor te komen in de VS en het noorden van Europa, het ergste is dat in Italië het antwoord van de publieke opinie, progressieve politici en de instellingen week en inadequaat is - om het eufemistisch uit te drukken.

Gewoontes en taal verander je slechts traag, dat is zo. Italië heeft de jongste jaren een historische ommezwaai meegemaakt. Het vervelde van een land waaruit generaties lang geëmigreerd werd naar alle windstreken van de wereld op zoek naar werk, tot een immigratieland: een land dus waar mensen naartoe wilden komen.

De politiek heeft op haar beurt haar best gedaan om een harder klimaat te creëren. Daarbij werd een fundamentele bijdrage geleverd door de Lega Nord, die jarenlang sleutelposities innam in de regeringen van ex-premier Silvo Berlusconi. Italië heeft van de strengste immigratiewetten ter wereld, en tegelijk een van de slechtste reputaties inzake het uitbuiten van immigranten die illegaal in het land verblijven. Zij worden onder meer in de landbouw- en bouwsector gedwongen om te werken zonder papieren. Vaak moeten zij ook nog kost en inwoon betalen aan die mensen die hen in een toestand dwingen die niets meer of niets minder is dan slavernij. Het Italiaanse burgerschap is nog steeds gebaseerd op de bloedlijn, en niet op het land waarin je geboren bent. Het actuele verhitte debat daarover heeft ook nog niets opgeleverd.

Het resultaat van dat alles: integratie (de bevoegdheid van minister Kyenge) staat op een pijnlijk laag niveau. Immigranten in bijvoorbeeld Londen pikken snel Engels op. Met dank aan gratis taallessen en goed geregelde paden richting integratie. In Italië daarentegen spreken veel immigranten minder dan een basis-Italiaans. Ze hebben geen toegang tot sociale woningen en ze worden eigenlijk, in zoveel gevallen, in de marge van de Italiaanse maatschappij gehouden.

Het gevolg daarvan is een voorbijgestreefde perceptie van 'wij' en 'zij', zelfs in de meest ruimdenkende delen van de Italiaanse samenleving. De Lega Nord heeft tijdens haar jaren in de nationale en regionale besturen bovendien een giftige cultuur van uitsluiting geïntroduceerd. Hun paranoïde regionale en zelfs lokale trots dreef het zo ver dat Italianen uit het zuiden even openlijk het slachtoffer werden van onversneden racisme als buitenlanders.

Wat is nu het middel hiertegen? Italië heeft een uitmuntende reputatie in solidariteit aan de basis. Tientallen ngo's (en ontelbare mensen in staatsinstellingen, voornamelijk de gezondheidszorg) helpen dagelijks immigranten te integreren. Ze zoeken mee naar een legale manier om in Italië te blijven en te werken. Ze ondersteunen vrouwen en leren de kwetsbaren zich te verweren tegen misbruik. Maar de sleutel is, zoals gewoonlijk, onderwijs. Dat zaad moet in deze vruchtbare bodem gezaaid worden.

Italiaanse scholen zijn steeds meer multi-etnisch en multicultureel. De nieuwe generaties Italianen bestaan uit kinderen vanuit elke denkbare etnische achtergrond. Het samen-leven is voor hen een feit, en misschien zelfs al voor hun ouders. Nieuwe percepties van 'anders-zijn' aanleren hoeft niet moeilijk te zijn. Dat is ook wat vele leraars de afgelopen jaren bewezen hebben.

Hopelijk draait de Italiaanse toekomst meer en meer rond mensen als voetbalster Mario Balotelli (vaak het slachtoffer van walgelijke 'grappen') dan rond schandalige uitlatingen als die van Calderoli.

Patrizio Nissirio

Italië is geen racistisch land.' Zo besloot Italië-correspondent John Foot van The Guardian recent een artikel over de racistische uitlatingen van senator Robertio Calderoli. Die politicus van de anti-immigrantenpartij Lega Nord vergeleek de eerste zwarte Italiaanse minister, Cécile Kyenge, met een orang oetan. Ik ben geneigd John Foot gelijk te geven. Italianen, en ik put uit de ervaring van in vier landen gewoond te hebben en naar veel meer anderen gereisd te hebben, zijn bij de meest gastvrije mensen ter wereld. Om maar een voorbeeld te noemen: kijk naar de solidariteit en menselijkheid waarmee de kleine bevolking van het eiland Lampedusa (Sicilië) de afgelopen jaren herhaalde golven van immigranten verwelkomde. Diezelfde immigranten kregen in andere Zuid-Europese landen totaal andere reacties te slikken. En toch duikt er in Italië regelmatig een hardnekkig, vulgair en brutaal racistisch discours op bij politici ter rechterzijde. Komen ook aan bod: een breed scala aan 'grappen', stereotypen en commentaren die in elk ander Europees land zo'n verontwaardiging zouden uitlokken dat geen enkele politieke carrière die zou kunnen overleven. Met een alarmerende regelmaat worden zwarte voetballers onthaald op minachtende apengeluiden en vallen er racistische uitlatingen in alledaagse conversaties. Niet alleen lijkt mij dat minder voor te komen in de VS en het noorden van Europa, het ergste is dat in Italië het antwoord van de publieke opinie, progressieve politici en de instellingen week en inadequaat is - om het eufemistisch uit te drukken. Gewoontes en taal verander je slechts traag, dat is zo. Italië heeft de jongste jaren een historische ommezwaai meegemaakt. Het vervelde van een land waaruit generaties lang geëmigreerd werd naar alle windstreken van de wereld op zoek naar werk, tot een immigratieland: een land dus waar mensen naartoe wilden komen. De politiek heeft op haar beurt haar best gedaan om een harder klimaat te creëren. Daarbij werd een fundamentele bijdrage geleverd door de Lega Nord, die jarenlang sleutelposities innam in de regeringen van ex-premier Silvo Berlusconi. Italië heeft van de strengste immigratiewetten ter wereld, en tegelijk een van de slechtste reputaties inzake het uitbuiten van immigranten die illegaal in het land verblijven. Zij worden onder meer in de landbouw- en bouwsector gedwongen om te werken zonder papieren. Vaak moeten zij ook nog kost en inwoon betalen aan die mensen die hen in een toestand dwingen die niets meer of niets minder is dan slavernij. Het Italiaanse burgerschap is nog steeds gebaseerd op de bloedlijn, en niet op het land waarin je geboren bent. Het actuele verhitte debat daarover heeft ook nog niets opgeleverd. Het resultaat van dat alles: integratie (de bevoegdheid van minister Kyenge) staat op een pijnlijk laag niveau. Immigranten in bijvoorbeeld Londen pikken snel Engels op. Met dank aan gratis taallessen en goed geregelde paden richting integratie. In Italië daarentegen spreken veel immigranten minder dan een basis-Italiaans. Ze hebben geen toegang tot sociale woningen en ze worden eigenlijk, in zoveel gevallen, in de marge van de Italiaanse maatschappij gehouden. Het gevolg daarvan is een voorbijgestreefde perceptie van 'wij' en 'zij', zelfs in de meest ruimdenkende delen van de Italiaanse samenleving. De Lega Nord heeft tijdens haar jaren in de nationale en regionale besturen bovendien een giftige cultuur van uitsluiting geïntroduceerd. Hun paranoïde regionale en zelfs lokale trots dreef het zo ver dat Italianen uit het zuiden even openlijk het slachtoffer werden van onversneden racisme als buitenlanders. Wat is nu het middel hiertegen? Italië heeft een uitmuntende reputatie in solidariteit aan de basis. Tientallen ngo's (en ontelbare mensen in staatsinstellingen, voornamelijk de gezondheidszorg) helpen dagelijks immigranten te integreren. Ze zoeken mee naar een legale manier om in Italië te blijven en te werken. Ze ondersteunen vrouwen en leren de kwetsbaren zich te verweren tegen misbruik. Maar de sleutel is, zoals gewoonlijk, onderwijs. Dat zaad moet in deze vruchtbare bodem gezaaid worden. Italiaanse scholen zijn steeds meer multi-etnisch en multicultureel. De nieuwe generaties Italianen bestaan uit kinderen vanuit elke denkbare etnische achtergrond. Het samen-leven is voor hen een feit, en misschien zelfs al voor hun ouders. Nieuwe percepties van 'anders-zijn' aanleren hoeft niet moeilijk te zijn. Dat is ook wat vele leraars de afgelopen jaren bewezen hebben. Hopelijk draait de Italiaanse toekomst meer en meer rond mensen als voetbalster Mario Balotelli (vaak het slachtoffer van walgelijke 'grappen') dan rond schandalige uitlatingen als die van Calderoli. Patrizio Nissirio