Opinie

Wouter Beke (CD&V)

‘In de publieke ruimte moet je zowel lingeriereclame als mensen met een hoofddoek verdragen’

Wouter Beke (CD&V) Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid

‘Hoe is het mogelijk dat wij na zoveel jaren van vooruitgang, er nog steeds niet in slagen om mensen zichzelf te laten zijn?’ Dat vraagt CD&V-voorzitter Wouter Beke zich af.

Vorige week stond in De Standaard een interview met actrice Sachli Gholamalizad. Met deze opmerkelijke passage: ‘Ik heb jaren in Brussel gewoond: dan leer je je wel stoer en niet te sexy te gedragen. Pas sinds kort draag ik weer korte rokjes en hakken. Een kleine overwinning.’

In de publieke ruimte moet je zowel lingeriereclame als mensen met een hoofddoek verdragen.

Ook het sterke geslacht is dus blijkbaar niet opgewassen tegen mensen met verkeerde bedoelingen. En dus passen vrouwen zichzelf maar aan. Hoe is het mogelijk dat wij na zoveel jaren van vooruitgang, er nog steeds niet in slagen om mensen zichzelf te laten zijn?

Het is niet de eerste keer dat ik zo’n getuigenis lees, maar elke keer komt het stevig binnen. Vrouwen in een rokje, vrouwen met een hoofddoek, vrouwen zonder hoofddoek, mannen met hun vriend, mensen met een andere huidskleur. Je hoeft maar de pech hebben op de verkeerde te botsen op straat, en je loopt het risico uitgescholden te worden, of veel erger. Het is symptomatisch voor een publieke ruimte waaruit het respect verdwenen is. Een publieke ruimte waar de wet van de sterkste geldt, de normen die een dominante groep opdringt aan de andere.

De straat is onze living niet, waar je je eigen wetten en regels kan opleggen aan je bezoeker. In je eigen huis kan je eisen dat mensen hun schoenen uitdoen of juist hun kleren aan houden. Daar kan je toestaan dat er al dan niet gerookt, gedronken of gescholden wordt. Thuis kan je beslissen dat er varkensvlees op tafel komt of dat het gebak koosjer of halal is. Op straat gelden andere regels. De essentie van de publieke ruimte, is dat die publiek en voor iedereen is. Het is niet ‘jouw’ plek, waar jij kan bepalen wat mensen dragen, wat ze doen en met wie. De samenleving moet een thuis zijn voor iedereen. Niet alleen voor de sterkste, de rijkste of de grootste groep.

Betekent dit dat al het eigene, al het unieke naar de woonkamer verdrongen moet worden? Dat zeker niet, integendeel zelfs. Sommige politici willen van onze samenleving een lekenstaat maken, een robotachtig geheel van atomaire individuen. Daarmee ontken je het unieke van elke persoon, en dat is geen houdbaar model.

Mensen moeten zichzelf kunnen zijn, maar kunnen hun eigen verwachtingen, waarden of gebruiken niet opleggen aan de ander. In de publieke ruimte moet je kunnen verdragen dat er lingeriereclame in bushokjes hangt, dat mensen er een hoofddoek dragen en dat twee mannen er hand in hand lopen. De publieke ruimte die mevrouw Gholamalizad schetst, laat dat niet langer toe. Dat is zeer problematisch. Vanuit die hoek kwam ook mijn oproep om die publieke ruimte beter te beschermen.

https://twitter.com/wbeke/status/1020220501434798080Wouter Bekehttps://twitter.com/wbeke

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

550rich3153600000Twitterhttps://twitter.com1.0

Het is de enige manier om iedereen zich welkom te doen voelen. Om van de straat niet onze living, maar wel onze thuis te maken.

Je kan de publieke ruimte gedeeltelijk beschermen door controle en repressieve maatregelen. Camera’s, GAS-boetes, tot zelfs gevangenisstraffen als het echt de spuigaten uitloopt. In sommige gevallen is dat de enige oplossing. Zo hebben we de boerka verboden, omwille van veiligheidsredenen. Ook wanneer er duidelijke druk ontstaat die mensen de kans ontneemt zichzelf te zijn, moet een overheid kunnen ingrijpen.

Maar wetten hebben ook maar kracht voor zover ze nageleefd worden, en iets als respect laat zich moeilijk in dwingende teksten vertalen. Net zoals boetes voor sommigen niet meer zijn dan de prijs die ze betalen voor de vrijheid die ze naar eigen believen grijpen. Bovendien kan een al te strakke regulering ook leiden tot de wet van de sterkste. Niemand zit te wachten op een zedenpolitie, of een politiestaat waar mensen bang zijn om zichzelf te zijn. Als we dat wilden, zouden we wel naar Saoedi-Arabië of de Republiek van Gilead verhuizen.

Er is maar één manier om de publieke sfeer duurzaam, efficiënt en rechtvaardig in te richten. En dat doe je door van de mensen die erin wonen, zelf verdedigers van die publieke sfeer te maken. Het gaat er daarbij om dat we de ander niet zien als een obstakel of een middel, maar als een persoon van vlees en bloed. Als een uniek mens met een eigen persoonlijkheid. Dat we aanvaarden dat mensen verschillend zijn, en plaats maken voor die verschillen. Dat gaat nog een stap verder dan elkaar negeren of tolereren. Er zit ook een opdracht in: ik wil de ander begrijpen, zich inleven in zijn wereld. Moeite doen om die andere te verstaan, net als de keuzes die hij maakt. In de christendemocratie noemt men dat ‘actief pluralisme’.

Dat klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is. Net als haar inwoners evolueert de samenleving voortdurend. In de tijd van mijn grootmoeder was het ondenkbaar om met blauwgeverfd haar of in minirok op straat te lopen, en zelfs in mijn eigen kindertijd waren de enige vrouwen met een hoofddoek de nonnetjes op school. De samenleving is niet in steen gehouwen, en we mogen haar dus ook niet zo behandelen. Samenleven is een voortdurend zoeken naar een manier van omgaan met elkaar. Naar een gedeelde sokkel van waarden en normen. Naar een plek waar niet alleen de blanke, heteroseksuele man zonder migratieachtergrond, maar iedereen zich thuis voelt.

Wederzijds begrip is iets wat je moet leren.

Wederzijds begrip is iets wat je moet leren. Ouders, school en samenleving spelen een belangrijke rol. Moeders én vaders die hun zonen kordaat terecht wijzen als ze vrouwen onrespectvol behandelen. Werkgevers die een sollicitante de kans geven uit te leggen waarom ze haar hoofddoek wil dragen tijdens haar job. Een onderwijs dat de basis van respect uitlegt en afdwingt.

Iedereen heeft belang bij een inclusieve samenleving. Als mensen uitgesloten worden, dan leidt dat tot wantrouwen, ongelijkheid en criminaliteit. Dat is slecht voor onze levenskwaliteit, onze veiligheid en zelfs onze economie. Met de vrijheid die we krijgen, komt ook een verantwoordelijkheid tegenover de andere. Het is, heel simpel, een kwestie van wederkerigheid. Als je niet in een samenleving wil leven waar een ander de dominante manier van leven bepaalt, ijver er dan zelf ook niet naar om het publieke leven te organiseren als het jouwe.

De straat is onze living niet, maar als we op straat dan toch willen doen alsof we thuis zijn, laat het dat dan op een positieve manier zijn. Net zoals je in je eigen huis geen vuil op de grond gooit, de mensen rondom jou niet aanvalt en je bezoeker geen hoer noemt omdat ze een rok draagt. Toon respect en behandel de andere zoals je zelf behandeld zou willen worden. Voor iets dat zo simpel is en zo vaak herhaald wordt, wordt het bijzonder weinig nageleefd. Er is maar één publieke ruimte, en daar moeten we het allemaal mee doen. Tijd om het anders te doen.

Partner Content