Peter Casteels

‘Hoelang gaan de socialisten nog mea culpa slaan?’

Peter Casteels Redacteur Knack

Hoe vaak kunnen politici blijven aankondigen dat ze zichzelf zullen heruitvinden? Knack-redacteur Peter Casteels wordt er een beetje moe van.

Ik ben nog maar 32 jaar, en toch voel ik me soms al oud in de politiek. Niet omdat er tegenwoordig een voorzitter in de Wetstraat rondloopt die jonger is dan ik – dat doet maar een beetje pijn – maar wel omdat ik soms het gevoel heb dat ik alles al eens heb meegemaakt. Er gebeurt weleens iets nieuws, zoals het gedram van Georges-Louis Bouchez (MR) om de laatste twee kerncentrales open te houden. Daarbij blijft vooral zijn gespeelde bezorgdheid over het klimaat mij verrassen, maar verder lijkt de politiek altijd maar een herhaling van zetten.

Hoelang gaan de socialisten nog mea culpa slaan?

Het valt misschien nog het meest op wanneer de traditionele partijen zich proberen heruit te vinden. Hun politieke leiders lijken het niet door te hebben, maar dat is een toneeltje dat al decennialang wordt opgevoerd. Bij de socialisten van Vooruit hoort daar, bijvoorbeeld, een mea culpa bij. ‘We hebben vroeger te vaak gezwegen over migratie. Dat was fout. Wij willen dat anders aanpakken’, zei Melissa Depraetere dit weekend in De Zondag. Het klonk alsof de Kamerfractieleidster van Vooruit het op automatische piloot opdreunde, en ik betwijfel of ze één politicus van haar eigen partij zou kunnen noemen waar ze bij zo’n opmerking aan denkt. Niettemin, het is vaste prik. Ook haar voorzitter Conner Rousseau heeft het al herhaaldelijk gezegd, net als zijn voorgangers trouwens.

De burger kan zichzelf, we vergeten het soms, ook onsterfelijk belachelijk maken.

In mijn herinnering staat zo’n schuldbekentenis-zonder-schuld al op het repertoire van de socialisten sinds de monsterzeges van Vlaams Blok/Belang in 2003 en 2004. Misschien gebeurde het in de jaren negentig ook al eens, maar we horen het dus al zeker meer dan vijftien jaar. Een alternatieve versie ervan is dat er niet genoeg naar de burgers wordt geluisterd. Ook dat krijg ik al te horen sinds ik naar politici op televisie luister, hoewel het maar de vraag is hoelang die riedel nog in roulatie blijft. We kunnen veel van onze politici verwachten, maar niemand kan hen vragen om lang te luisteren naar mensen die geloven dat het vaccin er enkel en alleen is om van ons allemaal gewillige schaapjes te maken. De burger kan zichzelf, we vergeten het soms, ook onsterfelijk belachelijk maken.

Ook de CD&V probeert zich ondertussen van een nieuwe bestaansreden te voorzien. De enige keer dat zoiets in deze eeuw al is gelukt, was toen de partij zich vastklonk aan de N-VA. Sinds 2008 proberen de christendemocraten het weer op eigen kracht, en momenteel is het Joachim Coens die daarvoor zijn best doet. In een weekendinterview met De Tijd wilde hij zaterdag graag duidelijk maken voor ‘wie’ zijn partij staat. ‘De gewone mensen, die zich verweesd en verwaarloosd voelen’, was het antwoord. ‘Aan de bovenkant heb je heel veel mensen die genoeg hebben. En aan de onderkant zijn er veel die profiteren. De mensen die gewoon hun best doen vragen zich af: “En wij?”‘

Stampen naar de onderkant is evenmin een nieuwe discipline in de politiek, maar het is Coens’ verdediging van de middenklasse, rijk noch arm, die echt pijn doet aan de ogen. Dat is immers de groep waar zelfs een groot deel van ons sociaal beleid op is gericht, terwijl men toch zou kunnen aannemen dat maatregelen bedoeld zijn om de onderklasse op te tillen. Middenklassers betalen in België veel belastingen, maar in ruil worden ze vertroeteld met cadeautjes en mogen ze zich wentelen in hun slachtofferrol. Ook dat duurt al vele, vele jaren. Maar voor de meeste politici geldt natuurlijk evengoed: ze doen gewoon hun best.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content