Herman Matthijs (UGent, VUB)

‘Hoe moet het verder met de Brusselse politiezones?’

Na de aanslagen in Brussel en Zaventem vorig jaar en de recente rellen in de hoofdstad is de discussie wederom naar boven gekomen over de mogelijke fusie van de Brusselse politiezones. Een analyse in tien punten: wat is er aan de hand met de Brussels politie ?

1. Het is een feit dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nogal wat problemen kent als het gaat over veiligheid, de kwaliteit van de infrastructuur, mobiliteit, huisvesting enz. Maar dit Gewest gaat ook gebukt onder een enorm institutioneel beheersnetwerk, alleen al voor de veiligheid zijn de volgende instanties bevoegd: de 19 Burgemeesters, de korpschefs van de 6 zones met telkens één politiecollege en een politieraad, een klein beetje de Brusselse regering en de Gouverneur. Jawel, dit kleinste Gewest van het land kent nog een Gouverneur en een Vlaamse adjunct. Die Franstalige Gouverneur moet de civiele veiligheid coördineren. Uiteraard zijn er dan nog de bevoegde federale Ministers die te relateren zijn met het Brussels veiligheidsbeleid, namelijk: Binnenlandse Zaken, Justitie en landsverdediging.

2. De rellen van de afgelopen dagen zijn wereldwijd uitgebreid in de media geweest. Uiteraard is dat geen publiciteit voor Brussel en bestaat de kans dat dit negatieve gevolgen hebben op het toerisme en de economie. Gecombineerd met plannen om Brussel zeer moeilijk toegankelijk te maken voor het wegverkeer, gaan nog vele bedrijven dit Gewest verlaten en verhuizen naar de buitenzijde van de ring in Vlaanderen of naar Waals-Brabant. Dit allemaal zal de welvaart van dit Gewest zeker niet ten goed komen.

3. Het verslag van de algemene inspectie heeft het over een gebrek aan planning, een gebrekkige commandostructuur, het niet of te laat inzetten van de hulp uit andere zones, het zeer laattijdig ingrijpen tegenover de relschoppers, geen kennis van de wijken enz. Enfin, het verslag is bepaald geen reclame voor de politiezone die moet instaan voor de veiligheid van het federaal hoofdstedelijk gebied, de EU en de NAVO. Waarschijnlijk zal de Brusselse Burgemeester niet te veel doen met dit rapport en vooral de schuld steken op de federale overheid en pleiten voor meer volk. Maar er is natuurlijk een probleem met de kennis van het gebied bij het politiepersoneel. Maar 10 procent van het personeel van de IPZ Brussel Hoofdstad-Elsene woont ook in dat gebied. Uiteraard is dat ook te verklaren door het feit dat vele jonge, nieuwe agenten geen interesse hebben om te komen werken in dit gebied. Maar ook het Brusselse openbaar ministerie laat het afweten door een ‘zero tolerence’ beleid niet te zien zitten. Als men dan gearresteerden oppakt en ze snel vrijlaat met de boodschap dat ze zich in januari moeten presenteren voor het snelrecht, maakt dat geen indruk bij die personen.

4. Brussel telt zes politiezones met in totaal 6.180 personeelsleden voor een bevolking van bijna 1,2 miljoen mensen. Dat geeft een verhouding van 1 politiepersoon voor 191 inwoners. De grootste zone van het land is Antwerpen, met 2.739 personeelsleden en daar is die verhouding 1 op 189. Maar de IPZ Brussel Hoofdstad-Elsene heeft met 2.475 mensen in dienst een verhouding van 1 op105. De uitleg dat de IPZ Brussel Hoofdstad -Elsene te weinig volk heeft, slaat dus nergens op. Bovendien worden er in deze politiezone veel bewakingsopdrachten uitgevoerd door militairen, de militaire politie, de federale politie en private bedrijven.

5. Een grootse fusie operatie zou ongezien zijn naar Belgische normen. Logischerwijze zou de eengemaakte Brusselse politie onder het Gewest moeten komen. Daar is zeker iets voor te zeggen, want de brandweer ressorteert daar al ‘succesvol’ onder. Maar dat zal op veel protest stuiten van de negentien Burgemeesters.

6. Door de Brusselse politie op gewestelijk niveau samen te brengen, breekt men ook met de traditie van de band tussen gemeente en politie. Bovendien opent dit ook de discussie voor Vlaanderen, Wallonië en OstBelgien om ook daar de lokale politie onder het beheer van de deelstaten te plaatsen, zoals in Duitsland. Dan spreken we over een staatshervorming , ook al omdat een dergelijke operatie inhoudt dat er moet gesleuteld worden aan de bevoegdheden over Justitie.

7. Een grootse Brusselse fusie van de zes politiezones is op zichzelf geen structurele oplossing. Inderdaad, ook de aansturing en de interne organisatie moeten grondig gewijzigd worden. Want een dergelijke fusie riskeert ook de beter beheerde Brusselse politiezones mee in het modder te slepen.

8. In feite is de discussie over een Brusselse politiefusie een politieke tegensteling tussen het Vlaamse kamp dat voorstander is van zo’n fusie versus de Franstalige tegenstanders. Deze laatste beheren Brussel en zij beslissen. De tegenstand is groot omdat een dergelijke fusie ook de doos van Pandora opent inzake de gemeentelijke fusies in het Brusselshoofdstedelijk Gewest.

9. Een opvallend gegeven is al jaren dat de solidariteit tussen de lokale politiezones fel verminderd is en dat er vele van deze zones op hun ‘eigen’ zijn teruggeplooid. Bovendien is ook de solidariteit tussen de federale politie en de lokale zones een mager beestje geworden. Die lokale politie heeft vandaag rond 34.600 mensen in dienst, waaronder dus de reeds vermelde 6.180 in de zes Brusselse zones, en de federale politie heeft een effectief kader van 11.304. Bij de federale politie zijn er wel duizenden plaatsen niet opgevuld. In vergelijking met vroeger is er veel meer politiepersoneel, maar de inzetbaarheid is bepaald niet optimaal te noemen.

10. In het ontwerp van budget 2018 (algemene uitgavenbegroting 2018, 20 oktober 2017 kamerdoc.nr. 2690/001 ) bevat hoofdstuk 17 de uitgaven voor de federale politie en de dotaties aan de lokale zones. In totaal bedragen die dotaties (afdeling 90) 949 miljoen euro ( 2017: 908 miljoen) en ze worden grotendeels verdeeld op basis van de zogenaamde KUL-parameters, die niet uitblinken in transparantie. Deze federale dotaties zijn gemiddeld goed voor 40 procent van de financiering van de lokale politiezones.

De totale begroting voor de politie binnen de federale begroting wordt begroot op 1,9 miljard euro. Dat is 70 miljoen meer dan in het jaar 2017. Opmerkelijk is dat de kredieten voor de meest essentiële dienst binnen de federale politie, in casu de gerechtelijke politie (afdeling 42), met 8,5 miljoen euro dalen tot 279 miljoen euro.

Conclusie

Eind vorige eeuw was er de lokaal verankerde gemeentepolitie, de alom vertegenwoordigde rijkswacht en de meer gespecialiseerde gerechtelijke politie. De politiehervorming heeft een mega onoverzichtelijk en niet werkbare structuur gecreëerd, die op zijn minst heel veel geld heeft gekost aan de begrotingen. Maar de politieke wereld moet zich wel de vraag stellen of de huidige efficiëntie tegenover het publiek , in casu de belastingbetalers, er wel op voortuit is gegaan is. Maar met de lokale, federale – en gewestelijke verkiezingen in aantocht is dit dossier iets voor de regeringsonderhandelingen van de zomer 2019. À suivre!

Partner Content