Simone Zeefuik

‘Het is tijd om musea te dekoloniseren’

Simone Zeefuik Nederlands activiste

Nederlands activiste Simone Zeefuik: ‘Musea blijven denken dat hun bezoekers, ingeschat als wit en hoogopgeleid, slechts in het Zuiden geïnteresseerd zijn wanneer ze zich Kuifje kunnen wanen.’

Stel, je zit thuis. Familie en vrienden op bezoek, eten in de oven. Ineens hoor je een harde knal en een dreigend geroffel van naderende voetstappen. Daar waar je net nog zo’n mooi uitzicht had op dat langzaam goudkleurende gerecht in de keuken, staat nu een groep verwilderde mannen.

Terwijl de leider van de groep buldert dat dit nu hun huis is, mishandelt een deel van de groep jouw dierbaren. De rest van het gezelschap rent door jouw huis terwijl ze al schreeuwend bepalen van wie welke kamer vanaf nu is. Links valt de boekenkast, rechts sneuvelt het servies.

Op een gegeven moment zal je aan mensen die niet aanwezig waren willen vertellen wat er gebeurd is. Welke woorden gebruik je om de bewuste heren te beschrijven? Inbrekers? Rovers? Terroristen? Helden?

Het is tijd om musea te dekoloniseren.

Het zal niemand verbazen hoe weinig mensen deze woestelingen als helden ontvangen of zullen herinneren. Bij het navertellen zal de focus terecht liggen op de angst van de slachtoffers, hun trauma, de onrechtvaardigheid die hen werd aangedaan.

Toch wordt de nalatenschap van een flink aantal rovende terroristen die op uiterst gewelddadige wijze zichzelf hele regio’s hebben toegeëigend wel degelijk vandaag beschreven als heldendaden, als vooruitgang.

Denk bijvoorbeeld aan Christoffel Columbus, Jan van Riebeeck, James Cook en Abel Tasman. In schoolboeken en musea worden ze gevierd als ontdekkers; in dorpen en steden worden ze geprezen met straten, tunnels en pleinen die hun namen dragen.

Veel te weinig mensen beseffen wat het betekent wanneer een schoolboek of museum verkondigt dat Columbus Amerika heeft ‘ontdekt’. Hoeveel mensen hebben er, terwijl ze huiveren bij de gedachte aan een door rovers bestormd huis, geen moeite mee wanneer een museum zonder enige kritische noot Jan van Riebeeck prijst als ‘de stichter van de eerste Europese kolonie in Zuid-Afrika’?

Hoeveel mensen, die terecht zouden protesteren tegen een gewelddadige herverdeling van hun eigendom, hebben nooit stilgestaan bij de lijnrechte grenzen die Europese regeringen op de meest gewelddadige wijze aan het Afrikaanse continent opdrongen?

Prakijk

De manier waarop kennisinstituten zoals musea bepaalde figuren en gebeurtenissen vandaag herinneren en bespreken, zegt alles wat we moeten weten over hoe koloniaal deze instellingen vandaag nog zijn.

De geschiedenis van Caribische landen begint volgens vele musea vaak pas bij het moment van ‘ontdekking’. Er zijn maar weinig instituten die de landsgrenzen in Afrika niet als vanzelfsprekend beschouwen of in ieder geval zo presenteren.

In etnografische musea uit de koloniale manier van denken zich onder andere in de wijze waarop bevolkingsgroepen worden gerepresenteerd en hoe de onderdelen van hun levens worden beschreven.

Hoeveel van de vaste tentoonstellingen die zich focussen op Sub-Saharaans Afrika leggen de nadruk op wetenschap, literatuur, womanism of feminisme, architectuur, migratie, anti-slavernijbewegingen, het verzet tegen de koloniale onderdrukkers of haardrachten als sociale codes? Neen, vele musea vullen hun promotieteksten met zinnen als ‘op expeditie door Afrika ontdek je de geheimen van dit magische continent’ en blijven het continent als Indiana Jones benaderen.

Musea blijven denken dat hun bezoekers, ingeschat als wit en hoogopgeleid, slechts in het Zuiden geïnteresseerd zijn wanneer ze zich Kuifje kunnen wanen. Dat ze daarenboven ook nog eens schrikken wanneer blijkt dat deze mensen – wiens geschiedenis, cultuur en hedendaagse realiteit genegeerd wordt – de deuren niet platlopen getuigt van een onmetelijke arrogantie.

Maar in het gevecht om hogere bezoekersaantallen worden deze groepen die eerst bewust genegeerd werden of waar men überhaupt niet eens aan dacht vandaag plots interessanter. Maar het gaat slechts weinig instituten werkelijk om social justice, rechtvaardigheid of het afleren van koloniale indoctrinaties die witheid als toppunt van menselijkheid zien.

In het gevecht om hogere bezoekersaantallen worden deze groepen die eerst bewust genegeerd werden of waar men überhaupt niet eens aan dacht vandaag plots interessanter.

Waar het daarentegen werkelijk om draait is dat het steeds moeilijker wordt zwarte mensen buiten te sluiten zonder irrelevant te worden. De overload aan evenementen waarmee vandaag naarstig naar verbinding wordt gezocht met hen die de maatstaf der relevantie vasthouden, zegt weinig.

Want wie niet alleen kijkt naar de projecten maar ook naar het profiel van de instituten, ziet dat de overgrote meerderheid van de Westerse musea slechts poppenhuisversies zijn van de mythes die koloniale grootmachten zichzelf en elkaar blijven vertellen.

Binnen de muren van deze instituten worden de verhalen van de bezettingen niet alleen nog steeds verteld vanuit het perspectief van de rovers, de belevingen van deze rovers blijven gelden als de waarheid, het startpunt, de norm en het enige relevante waardenkader.

De eurocentrische lens is te klein, te koloniaal en te dof om het Afrikaanse continent, haar bevolkingen, haar geschiedenis, haar heden, haar toekomst en haar diaspora naar waarde te kunnen schatten.

Musea die dekolonisatie onzinnig vinden maar toch hopen op onze aanwezigheid omdat dit goed is voor de instelling en omdat onze aanwezigheid zulke mooie plaatjes oplevert voor op de sociale media of in de jaarverslagen, willen eigenlijk maar één ding weten: ‘Waarom zijn zwarte mensen niet massaal geïnteresseerd in witheid?’ Laten we dit vooral bespreken nadat een aantal instellingen de deuren hebben moeten sluiten.

Partner Content