'De professoren zijn de vijand.' De woorden komen van de voormalige Amerikaanse president Richard Nixon, maar ze werden vorige week dinsdag met veel gusto herhaald tijdens de National Conservatism Conference, een organisatie van de rechtse Edmund Burke Foundation. Die conferentie bestaat pas sinds 2019, maar wint aan invloed, nu de Republikeinse Partij een programma, of dan toch een soort van marsrichting, probeert te puren uit de opgang en de daaropvolgende neergang van Donald Trump. En alles wijst erop dat de Republikeinen de cultuuroorlog voort willen zetten - of die nu gericht is tegen 'linkse academici', 'genderactivisten' of mondmaskers.
...

'De professoren zijn de vijand.' De woorden komen van de voormalige Amerikaanse president Richard Nixon, maar ze werden vorige week dinsdag met veel gusto herhaald tijdens de National Conservatism Conference, een organisatie van de rechtse Edmund Burke Foundation. Die conferentie bestaat pas sinds 2019, maar wint aan invloed, nu de Republikeinse Partij een programma, of dan toch een soort van marsrichting, probeert te puren uit de opgang en de daaropvolgende neergang van Donald Trump. En alles wijst erop dat de Republikeinen de cultuuroorlog voort willen zetten - of die nu gericht is tegen 'linkse academici', 'genderactivisten' of mondmaskers. Aan het woord was J.D. Vance, een Republikein die senator wil worden in Ohio bij de mid-terms volgend jaar, de tussentijdse verkiezingen die de eerste helft van de regeerperiode van president Joe Biden afsluiten. Vance is bij boekenliefhebbers beter bekend als de bestsellerauteur die Hillbilly Elegy schreef, een invloedrijk boek over zijn eigen jeugd in Ohio, deel van de zogenaamde Rust Belt - genoemd naar de wegroestende fabrieken daar - en een staat die in 2016 glansrijk door Trump werd veroverd. Het boek kreeg enthousiaste recensies in onder meer The New York Times en TheNew Yorker, media die ironisch genoeg door Republikeinen worden verfoeid. Hillbilly Elegy werd onthaald als een verklaring voor het succes van Trump bij witte Amerikanen zonder hogere studies, een belangrijke factor in de kiesresultaten. Vandaag prijzen niet boekrecensenten van New Yorkse kwaliteitsmedia maar vooraanstaande Republikeinen Vance de hemel in. Er is al veel gepalaverd over het verlies van de Democraten in de staat Virginia afgelopen week. De gouverneursverkiezingen daar werden gezien als het eerste grote examen voor president Joe Biden, en hij is niet geslaagd. Winnaar werd de Republikeinse kandidaat Glenn Youngkin, onder meer vanwege de onenigheid in de Democratische Partij. Door de zeer krappe meerderheid in de Senaat, zo luidt de analyse, konden een aantal Democratische vrijbuiters de eigen partij klemzetten, en dat deden ze de afgelopen maanden volop. Uiteindelijk werd dit weekend toch één (groot) pakket aan overheidsinvesteringen van Biden goedgekeurd, maar het eindeloze gekissebis kost de president veel slagkracht. De overwinning van Youngkin, die gesteund werd door Trump, zegt minstens evenveel over de staat van de Republikeinse Partij vandaag. Na de nederlaag van Trump vorig jaar werden er harde afrekeningen binnen de partij verwacht, misschien zelfs een verscheurende richtingenstrijd. Maar dat lijkt - op een aantal schermutselingen na - nog wel mee te vallen. Gewoon het pad volgen dat Trump is ingeslagen: zeker na Virginia is dat de consensus. Aanvallen op het onderwijs zijn een vast onderdeel van die succesformule. Op zijn website klaagt Vance zonder de minste vorm van bewijs dat 'honderden miljarden dollars belastinggeld' naar universiteiten gaan die studenten leren dat 'Amerika een kwaadaardige, racistische natie is'. Youngkin maakte op zijn beurt Amerikaanse ouders bang voor 'linkse leraren' die de strijd tegen racisme belangrijker zouden vinden dan traditionele Amerikaanse waarden. De kop van jut is de critical race theory, een academische theorie die betoogt dat raciale discriminatie diepgeworteld is in de Amerikaanse instellingen. Volgens Republikeinen worden schoolgaande tieners vandaag met die theorie overspoeld. Alleen: buiten sommige universiteiten leeft ze amper. Het is een spookbeeld, fake news, dat scholieren er massaal aan blootgesteld worden. Maar de bangmakerij schijnt te werken, en niet alleen bij ouders in Virginia. Voor veel prominente Republikeinen wordt onderwijs hét slagveld waarop de cultuuroorlog wordt voortgezet. Die brede strategische consensus onder Republikeinen is opmerkelijk, na het verlies van vorig jaar. Nog opmerkelijker is dat zowel Vance als Youngkin erin slaagt om een streepje respectabeler voor de dag te komen dan Trump, zónder tegelijk zijn steun en supporters kwijt te spelen. Vance noemde de ex-president ooit een idioot, maar onder meer door de angst voor 'linkse leerkrachten' in het onderwijs aan te wakkeren scoren ze vandaag allebei onder Trump-aanhangers. Het wordt langzaamaan onmiskenbaar: het grootste succes van Trump is niet zijn verblijf in het Witte Huis. Zijn belangrijkste erfenis is dat hij andere - schijnbaar minder buitenissige - Republikeinen geleerd heeft hoe zij met cultuuroorlogen verkiezingen kunnen winnen, vooral als ze er wat deftiger uitzien. Worden de trumpianen de komende jaren gevaarlijker dan Trump zelf? De strijd woedt verder, nu ook volop in de klas.