Mo Gawdat: 'Zet die apps in je hoofd af'


...

Google topman Mo Gawdat had alles om gelukkig te zijn: geld, een carrière, een goed huwelijk en leuke kinderen. Toch voelde hij zich leeg. Om die leegte te compenseren, kocht hij de duurste spullen en reed hij met de knapste auto's, maar het gevoel van onbehagen bleef. Hij was die onuitstaanbare kerel geworden die iedereen verafschuwt. Het enige wat hij wou, was het leven controleren. De ingenieur besefte na een tijdje dat het leven niet te controleren valt en ging op zoek naar hoe je dan wel het geluk kon vinden. De geluksboeken die hij las, vond hij vaak te zweverig. Daarom dokterde hij zelf een wetenschappelijke formule uit om tot het geluk te komen. De formule kwam van pas toen zijn 21-jarige zoon Ali stierf door een medische fout tijdens een routineoperatie.De formule is precies wat je van een ingenieur zou verwachten: 'Geluk is groter dan of gelijk aan je perceptie van de gebeurtenissen in je leven, minus je verwachtingen van het leven.' Met andere woorden: jouw verwachtingen van een situatie bepalen je gedachten over die situatie, en dus je geluk. Betekent dat dan dat je bij alles wat je doet moet uitgaan van het worstcasescenario? Helemaal niet, zegt Gawdat. Het model is bedoeld om op terug te vallen wanneer je te maken krijgt met teleurstellingen. Het is dan ook de manier waaróp je omgaat met teleurstellingen die bepaalt of je je gelukkig of ongelukkig zult voelen. Het idee is niet nieuw. Het boeddhisme dicteert al jaren dat verlangens en ambities je ongelukkig kunnen maken. Dichter bij huis heeft Dirk De Wachter het over de 'gewonigheid' van het leven.Wat Gawdat doet is het eeuwenoude principe vertalen naar de technologie van de 21e eeuw. Zo vergelijkt hij onze zoektocht naar geluk met smartphones en apps. Een nieuwe smartphone werkt altijd perfect, maar van zodra je er allerlei apps begint op te installeren, gaat het ding hoe langer hoe minder naar behoren werken. Hetzelfde geldt voor de mens. Die wordt als baby gelukkig geboren, leeft in het nu en geniet van simpele dingen zoals het vallen van de bladeren, maar wanneer het kind naar school begint te gaan, begint het streven naar succes en ontgroeit hij zijn geluk. De ene app in je hoofd zegt dat je slank en mooi moet zijn, een andere app gebiedt je om een succesvolle baan te beogen, enzovoort. Omdat je brein door al die apps vindt dat je leven niet vodloet aan je verwachtingen, ben je ongelukkig. Maar eigenlijk klagen we over dingen die het eigenlijk niet waard zijn. Om dat te vermijden moeten we onze hersenen resetten naar de fabrieksinstelling door ons verwachtingspatroon aan te passen. Ook de Franse filosoof Frédéric Lenoir vindt dat geluk iets is waar je zelf moet aan werken Maar daarvoor moet je wel eerst eerlijk met jezelf durven zijn en weten wat je échte talenten en passies zijn. En vooral, je moet je tekortkomingen leren accepteren. Pas als je jezelf volledig kent, kan je je verlangens afstemmen op wat mogelijk is voor jou. Helaas zijn mensen meesterlijk in zelfbedrog en denken ze dat het leven aan al hun wensen tegemoet komt. Dat is helaas niet zo. We maken onszelf bijvoorbeeld wijs dat we het talent hebben om gedichten te schrijven. Maar als dat niet in jou zit, zal dat streven je alleen maar ongelukkig maken. Of we willen niet aanvaarden dat onze geliefde ziek wordt. Of we komen in opstand tegen het examen waarvoor we gezakt zijn... Pas als je volledig jezelf kan zijn, kun je ook beter harmoniëren met de wereld en met anderen. Dat betekent echter niet dat je zomaar alles moet accepteren. Als er dingen zijn die je kan veranderen, zoals je eigen welzijn en gezondheid, dan moet je dat doen. Wil je toch niet aanvaarden dat je iets niet kunt veranderen, dan zal je ongetwijfeld geconfronteerd worden met een mislukking. Maar ook daar komen dan weer vaak mooie kansen uit voort. Het mag ons dan ook niet verbazen dat mensen het gelukkigst zijn tussen hun 50e en 70e, juist omdat zij zichzelf steeds beter hebben leren kennen naarmate ze ouder worden.Lenoir mekt ook op dat veel mensen geluk verwarren met genot of materialisme, maar geluk is een innerlijke gesteldheid, een manier van zijn, waar je hard voor moet werken. Het is een proces van vallen en opstaan, waarbij je fundamentele keuzes moet maken.Volgens Leo Bormans, auteur van de internationale bestseller The World Book of Happiness, gelooft niet in één geluksformule. Of misschien wel deze: geluk is voor 50% genetisch, voor 10% bepaald door omstandigheden zoals je job, huis en geld, en 40% heb je zelf in de hand. We focussen ons echter veel te veel op die 10%, terwijl omstandigheden eigenlijk een veel minder grote rol spelen in ons geluksgevoel dan onze visie op het leven. Bormans adviseert om optimistisch door het leven te gaan (optimisme is deels genetisch bepaald, maar toch kunnen we ook leren positiever te kijken naar iets). Andere gelukstips die hij geeft zijn: blijf eigenaar van je eigen leven door jezelf duidelijke doelen te stellen, grijp kansen, leef in het nu, ken je eigen zwaktes en limieten, kies in de liefde bewust voor een samenlevingsvorm zonder je daarbij een slachtoffer te voelen en om gelukkig te zijn op het werk moeten mensen zelfstandig kunnen beslissen wanneer ze beginnen te werken en hoe ze die job invullen. Maar vooral, zegt Bormans, deel je geluk met anderen want dat is de essentie van zijn internationaal geluksonderzoek. Niet jezelf of materiële zaken maken je gelukkig, maar een netwerk van vrienden, familie en geliefden. Goede relaties bevorder je door anderen complimenten te geven en dankbaarheid te tonen ten aanzien van anderen.' Ik geloof niet in Lenfer, cest les autres. Integendeel, Lenfer, cest l abscence des autres.', zei hij daarover in Knack. Bormans vindt eenzaamheid dan ook een van de grootste kwalen van onze tijd.Ook voor professor klinische psychologie Mia Leijssen heeft geluk meer te maken met je ingesteldheid dan met wat je overkomt. Die positieve levenshouding en mentale veerkracht kan je volgens haar ook aanleren. Maar wat is geluk dan precies? Volgens Leijssen hangt het existentieel welzijn van de mens af van vier dimensies. Het menselijke lichaam bestaat uit een geraamte, bloedsomloop, spierstelsel, ademhalingssysteem... Je kunt niet leven als 1 van die systemen ontbreekt, en je wordt ziek als het grondig misloopt in 1 orgaan. Op dezelfde manier zijn vier bestaansdimensies nodig voor een goed leven. Eerst en vooral is er de fysieke dimensie of alles wat ons fysiek genot verschaft. Leijssen nuanceert echter al meteen deze eerste pijler. Op zich is er niets mis met hedonisme, maar de verenging tot fysiek genot is een probleem. Ten tweede kunnen we niet overleven zonder anderen om ons heen. We hebben het nodig ergens bij te horen en iets voor anderen te betekenen. Dat is de sociale dimensie. De psychische dimensie zegt dat je moet weten en aanvaarden wat je talenten en tekortkomingen zijn. je zal je beter voelen dan wanneer je koppig dingen blijft proberen waarvoor je eigenlijk niet gemaakt bent. De spirituele dimensie plaatst het individuele bestaan in een ruimere context en leidt ertoe dat we ons eigenbelang overstijgen. Je bent bijvoorbeeld begaan met zorg voor de natuur, maar je zoekt ook antwoorden naar het waarom van de dingen en de bedoeling van het leven. Die zijn niet noodzakelijk te vinden in religie, maar ook in andere bronnen van zingeving. Het komt erop aan om aandacht te hebben voor deze vier dimensies. De kracht die de dimensies en dus het hele leven doordringt is de liefde. Liefdevol zorgen voor ons lichaam, met zijn kwetsbaarheden en beperkingen. Liefdevol begaan zijn met anderen, liefde voor jezelf en liefde voor de natuur. Zwitserlands bekendste kinderarts probeert mensen te begrijpen door te kijken hoe kinderen opgroeien. Het leven van een volwassenen verschilt immers niet veel van een opgroeiend kind. Ze hebben basale behoeftes en vaardigheden en worstelen met hun omgeving. Net als kinderen. Het is dan ook zaak om te luisteren naar die basisbehoeftes en competenties om het leven te kunnen leiden dat het best bij ons profiel past. Helaas hebben mensen vaak te veel verwachtingen van zichzelf, ze willen niet aanvaarden dat er grenzen zijn aan hun eigen kunnen en anderzijds zorgt de druk van de maatschappij dat mensen de verkeerde keuzes maken. En dat begint al van jongs af aan. Kinderen kunnen in een schoolomgeving, die vooral gedreven wordt door economische factoren, hun behoeftes niet vervullen. Ze moeten presteren, maar willen eigenlijk vooral spelen en rondlopen. Largo pleit daarnaast ook voor andere woonvormen, netwerken van de verschillende mensen met uiteenlopende vaardigheden en van verschillende generaties die voor elkaar zorgen en die van elkaar kunnen leren.