...

In de nacht van zaterdag op zondag goochelen we in België opnieuw met de tijd. Om 3.00 uur 's nachts wordt de klok een uur teruggedraaid en belanden we voor vijf maanden op wintertijd. Op voorstel van de Europese Commissie besliste het Europees Parlement in maart vorig jaar om de halfjaarlijkse switch tussen zomer- en wintertijd in 2021 af te schaffen. Er was al langer ontevredenheid rond het huidige systeem. Naar aanleiding van verschillende burgerinitiatieven organiseerde de Europese Commissie twee jaar geleden een volksraadpleging rond het al dan niet afschaffen van zomer- en wintertijd. Een recordaantal van 4,6 miljoen Europeanen liet zijn stem horen. Uiteindelijk bleek 84 procent van de respondenten af te willen van het huidige systeem. Als antwoord hierop presenteerde de Europese Commissie een officieel voorstel aan het Europees Parlement om voorgoed komaf te maken met het verdraaien van onze klok.Hiermee is de kous nog niet af. Want gaan we dan voor een permanente wintertijd of maken we van de zomertijd de nieuwe standaard? De Commissie heeft besloten de lidstaten vrij te laten in deze keuze. Maar het gevaar is dat Europa een lappendeken van zomer- en wintertijden wordt. Het zou niet alleen hoogst onpraktisch zijn, maar vooral ook een bedreiging voor onze interne markt. Om dit te voorkomen moedigt de Commissie onderling overleg tussen lidstaten, en vooral tussen buurlanden, sterk aan. Maar een compromis tussen lidstaten alleen volstaat niet. Ook het Europees Parlement moet zijn fiat geven.Erg vlot verlopen die onderhandelingen allemaal niet. Lidstaten vinden elkaar niet in de keuze voor winter- of zomertijd. Zo neigen bijvoorbeeld België en Nederland eerder naar het winteruur, terwijl er in buurlanden Duitsland en Frankrijk meer stemmen voor het zomeruur opgaan. De onenigheid heeft ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke deadline van april 2019 werd verschoven naar 2021. Als alles goed gaat zouden landen die kiezen voor de zomertijd op 28 maart volgend jaar hun klok voor de laatste keer een uurtje vooruit zetten. Landen die kiezen voor de wintertijd, verzetten hun klok voor het laatst op 31 oktober 2021.Naar aanleiding van de Europese volksbevraging hield België een gelijkaardige enquête in eigen huis. Een panel van 2.000 burgers representatief voor de Belgische bevolking sprak zich over de uurswisseling uit. Net als de Europeanen, stemden iets maar dan acht op de tien Belgen voor de afschaffingen van de uurswisseling. Wanneer hen werd gevraagd welke tijd ze dan verkozen, bleek de wintertijd net iets populairder te zijn in Vlaanderen. In Wallonië kon de zomertijd dan weer op meer aanhang rekenen. Maar waar we het wel eens over lijken, is het belang van eenzelfde tijdregeling als onze buurlanden.Vandaag kent Europa drie standaard tijdzones. Ierland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk vormen de West-Europese tijdzone. De Centraal-Europese tijdzone bestaat uit zeventien lidstaten, waaronder België. Tot slot vormen Bulgarije, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Finland, Griekenland en Roemenië de Oost-Europese tijdzone. Wanneer een land voor de zomertijd zou kiezen, schuift hij gewoon op naar de volgende tijdzone. Voor België zou dit betekenen dat onze klok voortaan gelijk zou staan met de Bulgaarse. Kiezen we voor de wintertijd, onze standaardtijd, verandert er logischerwijs niets.Al in de Eerste en Tweede Wereldoorlog speelden we met de tijd. Het extra uurtje licht hielp toen vooral energie te besparen. Door de alternatieve energiebronnen waar we vandaag over beschikken is dit effect echter achterhaald.De energiebesparing was een groot voordeel, maar het probleem met de uursverandering was dat niet elk land zijn klok op dezelfde dag verzette. Dit zorgde voor heel wat miscommunicatie met nefaste gevolgen voor de interne markt. Denk bijvoorbeeld aan de chaos die het moet veroorzaakt hebben in de transportsector door veranderende levertijden. Als antwoord hierop begonnen de Europese lidstaten vanaf de jaren 80 geleidelijk aan hun zomer- en wintertijd te harmoniseren tot de situatie die in 2018 weer in vraag werd gesteld. Het systeem van zomer- en wintertijd bestaat niet alleen in Europa. Over de hele wereld maken een zestigtal landen gebruik van een zomertijdregeling. Vooral in Noord-Amerika en Oceanië is het populair. Toch zijn er ook handelspartners die besloten hier niet (langer) in mee te gaan zoals IJsland, China, Rusland en Turkije. Rusland koos in 2011 voor een permanente zomertijd om energie te besparen. Drie jaar later, in 2014 schakelde ze echter weer om naar een permanente wintertijd, zodat het 's ochtends sneller licht zou zijn. Datzelfde jaar ging Rusland ook van negen naar elf tijdzones. Turkije daarentegen koos in 2016 voor een permanente zomertijd om zo het daglicht optimaal te kunnen benutten.