Het was een rampzalig jaar voor het wielrennen, 2011. Op 9 mei liep Wouter Weylandt een fataal hoofdletsel op in de Giro D'Italia. Een maand later werd Juan Mauricio Soler voor dood opgeraapt met een schedelbreuk en bloed dat uit zijn hoofd drupte, maar hij overleefde. In de Ronde van Frankrijk ging Tom Boonen tegen het asfalt. Hij beet enkele dagen op de tanden, maar trok dan toch de remmen dicht. Enkele dagen later lag Chris Horner bewusteloos op de grond. Hij krasselde weer op zijn fiets, maar was helemaal de kluts kwijt. Aan de meet besefte hij niet eens dat de rit gedaan was. Pas een dag later kwam hij weer bij zinnen. Zijn verhaal klinkt hallucinant in zijn eigen woorden. En dat zijn slechts enkelen van de slachtoffers. Niemand keek dan ook verwonderd op toen het Amerikaanse Cycling Medicine in maart 2012 in het vakblad Clinical Journal of Sports Medicine opriep tot actie tegen "de epidemie van traumatische hersenletsels in het wielerpeloton".
...

Het was een rampzalig jaar voor het wielrennen, 2011. Op 9 mei liep Wouter Weylandt een fataal hoofdletsel op in de Giro D'Italia. Een maand later werd Juan Mauricio Soler voor dood opgeraapt met een schedelbreuk en bloed dat uit zijn hoofd drupte, maar hij overleefde. In de Ronde van Frankrijk ging Tom Boonen tegen het asfalt. Hij beet enkele dagen op de tanden, maar trok dan toch de remmen dicht. Enkele dagen later lag Chris Horner bewusteloos op de grond. Hij krasselde weer op zijn fiets, maar was helemaal de kluts kwijt. Aan de meet besefte hij niet eens dat de rit gedaan was. Pas een dag later kwam hij weer bij zinnen. Zijn verhaal klinkt hallucinant in zijn eigen woorden. En dat zijn slechts enkelen van de slachtoffers. Niemand keek dan ook verwonderd op toen het Amerikaanse Cycling Medicine in maart 2012 in het vakblad Clinical Journal of Sports Medicine opriep tot actie tegen "de epidemie van traumatische hersenletsels in het wielerpeloton". In hetzelfde jaar kwam de Consensus Statement van Zürich tot stand. Aan de basis ervan lag het grote aantal ernstige hersenletsels, en zelfmoorden als gevolg daarvan, in het American football. De consensus geeft een mooi overzicht van de gevaren, diagnosemogelijkheden en opvolging van hersenschuddingen in de sport en zou verplichte literatuur moeten zijn voor iedereen die betrokken is bij een risicosport voor een hersenschudding, zoals voetbal, basketbal, handbal, maar ook bijvoorbeeld paardrijden. Ondanks die initiatieven werd het er in de daaropvolgende jaren niet beter op. Er wordt ontzettend veel en hard gevallen in het wielerpeloton. Volgens Dan Coyle, auteur van het boek Lance Armstrong's War, lopen professionele renners per seizoen een kans van 1 op 4 op een val die hen een week of langer van de fiets houdt. De berekening is wat kort door de bocht, maar we moeten de realiteit onder ogen zien. Wouter Dewilde en Antoine Demoitié overleefden hun ongeval niet. Stig Broeckx en Kris Boeckmans lagen maanden in een coma. Jens Debusschere, Victor Campenaerts en Chloe Hosking ontsnapten aan erger. En dan noemen we alleen Belgische wielrenners. Wielrennen is natuurlijk een unieke sport. Het is racen op een open, vaak gevaarlijk parcours, tegen hoge snelheid - denk aan de bergen -, met als enige bescherming een schuimpje van enkele honderden gram op het hoofd. Wielrenners strijden als moderne gladiatoren en zijn schijnbaar bereid te flirten met de dood. Wielrennen is helaas ook een unieke sport als het om ongevallen gaat. In andere sporten kun je spelers wisselen of de wedstrijd even stilleggen zonder het spel fundamenteel te verstoren. In een wielerwedstrijd kan dat niet. Elke seconde aan de kant is verloren tijd, die de renner moet goedmaken op het peloton. Dat laat artsen bijzonder weinig tijd om te beslissen of een renner nog in staat is verder te fietsen. De risico's zijn nochtans groot. De renner moet zijn weg vinden door een karavaan van volgwagens, terwijl hij misschien nog duizelig is, trager reageert, zich minder goed kan concentreren, enzovoort. Na zware en fatale valpartijen roepen de media steevast op om de sport veiliger te maken, maar de Internationale Wielerunie (UCI) maakt er weinig woorden aan vuil. In haar richtlijnen noemt ze de ploeg- en wedstrijdartsen verantwoordelijk voor het geschikt verklaren van renners voor de competitie. Daarnaast is er een korte verwijzing naar de Consensus Statement van Zürich uit 2012. Sommige sporten hebben nochtans met succes strengere regels ingevoerd om de veiligheid te verhogen. Zoals het voetbal, ijshockey en American football die harder optreden tegen ellenboogstoten. Het beste voorbeeld is misschien wel het veldhockey, waar de spelregels geregeld en met succes aangepast worden om zowel de aantrekkelijkheid als de veiligheid van het spel te vergroten. Agressief gedrag en gevaarlijke manoeuvres strenger bestraffen, zou misschien ook in het peloton de risico's kunnen verminderen. De wielerploeg Lotto-Soudal heeft alvast lessen getrokken uit de ongevallen van Stig Broeckx en Kris Boeckmans, zegt ploegarts Steven Bex. "Wij gebruiken nu de Sport Concussion Assesment Tool - Scat3, een protocol voor de evaluatie van hersenschuddingen bij sporters. Een nuttig hulpmiddel, omdat het zorgt voor een gestandaardiseerde aanpak, zodat je niets vergeet bij de diagnose. We kijken onder meer hoe groot de schade is aan de helm - een eerste aanwijzing - en stellen eenvoudige vragen (zie kader), die vaak al veel duidelijk maken." "Daarnaast voeren we simpele neurologische tests uit, zoals een controle van de reacties van de oogpupillen en de bewegingen van de ogen. Maar we gaan ook af op buikgevoel en ervaring. Vaak zie je al aan kleine gedragingen en bewegingen dat er iets niet pluis is, en dan zijn we strenger dan vroeger: we halen de renner uit de koers." Toch heb je als ploegarts niet alles in de hand, zegt Bex. "Vaak zijn wij niet in de buurt en is het de neutrale wedstrijdarts die de renner controleert. We kunnen dan zelf niet inschatten hoe zwaar de val was, en soms zit de renner al op de fiets voor wij bij hem geraken. Dat is een probleem." In de vechtsporten wordt wel veel aandacht besteed aan de risico's van hersenschuddingen. Dat is logisch, aangezien het hoofd vaak klappen te verwerken krijgt en een knock-out soms het ultieme streven is. Bovendien neemt de populariteit ervan toe, zeker die van de mixed martial arts, die meer op fysiek contact gericht zijn en waarin veel meer toegelaten is dan in de traditionele vechtsporten. Enkele jaren geleden werd Patrick Cras, neuroloog aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) gecontacteerd door het Risicovechtsportplatform, dat een 30-tal vechtsporten verenigt. In vechtsporten mag je niet alleen naar de knock-outs kijken, zegt hij. "De hersenen kunnen ook schade oplopen bij klappen zonder bewustzijnsverlies. Wellicht veroorzaken de vele klappen kleine letsels, die op termijn tot structurele aftakeling van de hersenen leiden en tot geheugenstoornissen, dementie en andere problemen. Het 'punch-drunk-syndroom' bij boksers is zo'n soort dementie. In het American football, waar het hoofd ook veel klappen te verwerken krijgt, zie je soortgelijke vormen van dementie, en helmen bieden daar blijkbaar slechts een beperkte bescherming tegen. Bij autopsies vindt men in de hersenen van jonge footballspelers zelfs letsels die sterk op die van alzheimer lijken." Kinderen zijn een belangrijke doelgroep. "In Nederland is slaan of trappen op het hoofd, zoals bij kickboksen, verboden voor kinderen jonger dan 16", zegt Cras. "In mijn ogen terecht. Een aantal Belgische federaties zit op dezelfde lijn, maar ook de Vlaamse overheid zou een standpunt moeten innemen. Over de risico's zou toch geen enkele twijfel meer mogen bestaan?" Tegelijk wijst Cras op het belang van sporten voor de ontwikkeling van kinderen en de unieke kwaliteiten van vechtsporten. "Het zijn zeer complete sporten die niet alleen het lichaam, maar ook het karakter vormen. De meer traditionele berusten bovendien op een interessante filosofische basis, met waardevolle principes zoals afstand nemen van het materiële, respect voor de tegenstander, gevechten uit de weg gaan. Kinderen moeten op een verantwoorde manier vechtsporten kunnen beoefenen, maar we moeten wel hun brein in bescherming nemen." "Voor volwassenen ligt dat anders. Zij zouden beter in staat moeten zijn te beslissen waaraan ze zich wel of niet willen blootstellen", stelt Cras. Het Platform heeft alvast duidelijke richtlijnen opgesteld voor de wedstrijdartsen, die onder meer voorschrijven in welke omstandigheden ze een kamp beter stilleggen. Cras is ervan overtuigd dat scheidsrechters en wedstrijdartsen hun best doen om de risico's in te perken. Hij vertelt hoe ze alert uitkijken naar de kleinste indicaties van een hersenschudding en hoe ze vaak niet wachten tot een vechter onderuitgaat. "Even wankelen en de verdediging laten zakken, kan voor hen al een teken zijn dat een sporter er niet helemaal meer bij is en voldoende om een kamp te beëindigen." Maar helemaal gelukkig lijkt Cras toch niet in zijn verdediging van sporten die een knock-out als hoogste doel zien. Het risico op hersenschade zit hem duidelijk dwars.