'De grootste uitdaging in 2021 is de mensen te motiveren', zei premier Alexander De Croo (Open VLD) op 8 januari dit jaar. Door de coronacrisis moeten we meer dan ooit onze schouders onder een gemeenschappelijk doel zetten en samen die ploeg van 11 miljoen vormen. Gebundelde takken kun je niet breken. Toch geeft de bevolking meer dan vorig jaar aan dat het breekpunt bijna bereikt is.

Hoewel de geestelijke gezondheidszorg al jaren aan de alarmbel trekt, groeit de aandacht voor mentaal welzijn door de crisis steeds meer. De vraag is of, nu de ogen open zijn, er oplossingen komen voor een mentaal uitgeputte bevolking. Of blijft het beleid bang van het donker?

Op 30 april 2021 publiceerde de Universiteit van Gent een longitudinale studie over het welzijn en de relaties van Belgen na één jaar corona. Het resultaat van deze bevraging kan niet mis geïnterpreteerd worden. We zijn bang, depressief en eenzaam. Dat waren we voor de corona crisis ook al. Het is geen geheim dat onze mentale gezondheid al langer dan corona een crisis doormaakt.

Jongeren en studenten zijn vooral kind van de crisisrekening, maar over het algemeen geeft elke leeftijdsgroep aan dat ze het moeilijk hebben. De cijfers zijn ingewonnen en ze zijn bloedrood, maar hoe gaan we aan de slag met een psychologische noodtoestand.

Wanneer corona overwaait, blijven we achter met een getraumatiseerde bevolking. Economisch, politiek, sociaal en psychologisch zal er heel wat genezing moeten gebeuren. Welke samenstelling zal het vaccin hebben dat mensen verlost van psychologische kwelling?

Welke samenstelling zal het vaccin hebben dat mensen verlost van psychologische kwelling?

Wat deze crisis des te tragischer maakt, is dat we in België, ondanks onze uitgebreide welvaartsstaat, nog steeds niet in staat blijken om mentale gezondheid te behandelen als een volwaardig deel van het individueel en maatschappelijk welzijn. Dit mag cru klinken, maar mag duidelijk blijken uit een aantal factoren, die reeds voor de pandemie voorwerp van onderzoek uitmaakten. We denken dan bijvoorbeeld aan het (over)gebruik van antidepressiva, waar ons land historisch tot de koplopers van Europa behoort, met 330 miljoen voorgeschreven dosissen in 2019 - één miljoen per dag, of zo'n 10% van de bevolking; aan de wachttijden van de centra voor geestelijke gezondheidszorg, die structureel oplopen tot 100 dagen; of het aantal zelfmoorden, dat in 2019 met 13,9/100.000 inwoners bedroeg, wat ons op een weinig benijdenswaardige vierde plaats in de Europese Unie zet.

De oorzaken voor deze structurele malaise zijn historisch en veelvoudig. Zo is onze gezondheidszorg klassiek sterk gericht op farmacologische behandelingen voor alle mogelijke kwalen, wat zich heeft vertaald in een overmedicalisering van de mentale gezondheidszorg. Geneesmiddelen op medisch voorschrift krijgt de patiënt zonder veel moeite (deels) terugbetaald, maar wie beroep doet op de eerstelijnspsychologische zorg is beperkt tot slechts acht sessies per jaar waar de ziekteverzekering in tussenkomt, een regeling die overigens pas sinds april 2020 in voege is en nog een aantal kinderziekten vertoont.

Geen wonder dat 31 procent van bevraagde Belgen in een recente enquête door verzekeraar AXA aangeeft zich geen therapie te kunnen veroorloven. Deze stiefmoederlijke behandeling van therapie tegenover farmacie binnen de publieke ziekteverzekering is hopeloos gedateerd, en leidt tot een perceptie van therapie als 'aanvullende' zorg, wat de bestaande stigma's rond mentaal welzijn alleen dieper verankert.

De gebrekkige structurele inbedding van therapeutische benaderingen in de reguliere gezondheidszorg vertaalt zich bovendien tot een zeer versnipperd landschap aan zorgverstrekkers. Zeker, er zijn tal van initiatieven voor acute zorg (denk aan Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn), regionale CAW's/JAC's voorzien ondersteuning in tal van welzijnsvragen en uiteraard kan je bij de huisarts terecht voor een doorverwijzing naar de psychiater. Helaas moet je als patiënt zelf al heel wat opzoekwerk doen om een zicht te krijgen op dit kluwen en te achterhalen waar je nu precies terecht kan met welke problematiek voor acute en structurele begeleiding, en laat dat nu net voor mensen met mentale problemen een grote drempel vormen.

Het spreekt voor zich dat deze barrière nog groter blijkt voor jongeren/jongvolwassenen, senioren en mensen in armoede, die net belangrijke risicogroepen vormen. Ook voor hulpverleners is het op deze manier niet makkelijk om een helikopterbeeld over het dossier van een patiënt te bewaren. Bijkomend obstakel is dat niet elke zoekende patiënt zelf de kwaliteit van hulpverlening kan inschatten, wat de deur openzet voor zelfbenoemde therapeuten die ineffectieve behandelingen, op het randje van kwakzalverij, aanbieden. Vanzelfsprekend is iedereen vrij om zich te wagen aan hypnose, craniosacrale therapie of bachbloesems, maar de ruimte voor misbruik is significant in afwezigheid van vlot toegankelijke zorg.

Uiteraard zijn de problemen sneller en eenvoudiger te beschrijven dan de oplossingen. Zoals vermeld, is de recente conventionering van eerstelijnspsychologische zorg ongetwijfeld een noodzakelijke eerste stap, maar deze blijft vooralsnog onderbenut en zeer beperkt in verhouding tot de noden. Een breed maatschappelijk debat, waarbij een beroep wordt gedaan op expertise uit werk- en middenveld, zal ongetwijfeld nodig blijken om op termijn mentaal welzijn haar rechtmatige plaats binnen de publieke gezondheidszorg te geven. Om de meest acute noden door en na de covidcrisis te lenigen, zal een structurele uitwerking helaas niet meer op tijd komen.

Vanaf het moment dat corona haar intrede maakte in ons leven in 2020 werden er heel wat persoonlijke initiatieven op poten gezet. Sinds het begin staat vooral de fysieke dreiging van het virus centraal. Dat is ook niet zo verrassend, aangezien vooral het fysieke een direct gevolg is van covid-19.

Het fysieke en het mentale is echter onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom is het wel verwonderlijk dat er enkel initiatieven voortspruiten die het directe gevolg aanpakken.

Terwijl er heel wat geneeskundestudenten en studenten verpleegkunde werden ingezet om de ziekenhuizen bij te staan, werden er geen studenten psychologie opgetrommeld om de schrijnende psychologische gevolgen te helen. De enige herinneringswaardige stap in de goede richting lijkt die van rector Caroline Pauwels. Zij liet de masters psychologie van de Vrije Universiteit Brussel elke student opbellen om te vragen hoe zij zich voelden.

Wie zich heeft laten vaccineren weet dat de centra gesmeerd lopen, goed georganiseerd zijn en door enthousiaste vrijwilligers worden geleid. De geestelijke gezondheidszorg kijkt jaloers toe. Niet omdat fysieke gezondheid niet belangrijk is, maar omdat mentale gezondheid ook belangrijk is. Dat lijkt men nu te vergeten.

Waar zijn de individuele initiatieven van organisaties en personen gebleven voor onze geest? Psychologen en eventueel studenten zouden ook 'spoedcentra' kunnen oprichten om de dringende vraag naar een luisterend oor op te lossen. Er lijkt ook een groot gebrek aan campagne. Op TV worden we er bijvoorbeeld aan herinnerd hoe we verspreiding van het virus kunnen voorkomen. De venijnige microbe die onze psyche vergiftigt, staat echter niet zo vaak in de schijnwerpers. Het bewijs dat het virus, of beter gezegd de maatregelen die het virus binnen de perken moeten houden, ook indirecte gevolgen met zich meebrengt is er. Moeten we gewoon concluderen dat het lichaam nog steeds ons eeuwige huis is. We leven heel ons leven in hetzelfde lichaam, dus je zorgt er beter goed voor. Hetzelfde kan gezegd worden over de geest. Je leeft heel je leven in hetzelfde lichaam, maar laten we eerlijk zijn, we spenderen heel wat tijd in ons hoofd. Misschien verdienen het lichaam en de geest een gedeelde eerste plaats op de prioriteitenlijst.

Het vaccin voor onze kopzorgen ligt nog niet in de rekken, dus laten we hopen dat het beleid en de psychologen snel het labo in duiken. Mens sana in corpore sano.

'De grootste uitdaging in 2021 is de mensen te motiveren', zei premier Alexander De Croo (Open VLD) op 8 januari dit jaar. Door de coronacrisis moeten we meer dan ooit onze schouders onder een gemeenschappelijk doel zetten en samen die ploeg van 11 miljoen vormen. Gebundelde takken kun je niet breken. Toch geeft de bevolking meer dan vorig jaar aan dat het breekpunt bijna bereikt is.Hoewel de geestelijke gezondheidszorg al jaren aan de alarmbel trekt, groeit de aandacht voor mentaal welzijn door de crisis steeds meer. De vraag is of, nu de ogen open zijn, er oplossingen komen voor een mentaal uitgeputte bevolking. Of blijft het beleid bang van het donker?Op 30 april 2021 publiceerde de Universiteit van Gent een longitudinale studie over het welzijn en de relaties van Belgen na één jaar corona. Het resultaat van deze bevraging kan niet mis geïnterpreteerd worden. We zijn bang, depressief en eenzaam. Dat waren we voor de corona crisis ook al. Het is geen geheim dat onze mentale gezondheid al langer dan corona een crisis doormaakt.Jongeren en studenten zijn vooral kind van de crisisrekening, maar over het algemeen geeft elke leeftijdsgroep aan dat ze het moeilijk hebben. De cijfers zijn ingewonnen en ze zijn bloedrood, maar hoe gaan we aan de slag met een psychologische noodtoestand.Wanneer corona overwaait, blijven we achter met een getraumatiseerde bevolking. Economisch, politiek, sociaal en psychologisch zal er heel wat genezing moeten gebeuren. Welke samenstelling zal het vaccin hebben dat mensen verlost van psychologische kwelling?Wat deze crisis des te tragischer maakt, is dat we in België, ondanks onze uitgebreide welvaartsstaat, nog steeds niet in staat blijken om mentale gezondheid te behandelen als een volwaardig deel van het individueel en maatschappelijk welzijn. Dit mag cru klinken, maar mag duidelijk blijken uit een aantal factoren, die reeds voor de pandemie voorwerp van onderzoek uitmaakten. We denken dan bijvoorbeeld aan het (over)gebruik van antidepressiva, waar ons land historisch tot de koplopers van Europa behoort, met 330 miljoen voorgeschreven dosissen in 2019 - één miljoen per dag, of zo'n 10% van de bevolking; aan de wachttijden van de centra voor geestelijke gezondheidszorg, die structureel oplopen tot 100 dagen; of het aantal zelfmoorden, dat in 2019 met 13,9/100.000 inwoners bedroeg, wat ons op een weinig benijdenswaardige vierde plaats in de Europese Unie zet. De oorzaken voor deze structurele malaise zijn historisch en veelvoudig. Zo is onze gezondheidszorg klassiek sterk gericht op farmacologische behandelingen voor alle mogelijke kwalen, wat zich heeft vertaald in een overmedicalisering van de mentale gezondheidszorg. Geneesmiddelen op medisch voorschrift krijgt de patiënt zonder veel moeite (deels) terugbetaald, maar wie beroep doet op de eerstelijnspsychologische zorg is beperkt tot slechts acht sessies per jaar waar de ziekteverzekering in tussenkomt, een regeling die overigens pas sinds april 2020 in voege is en nog een aantal kinderziekten vertoont. Geen wonder dat 31 procent van bevraagde Belgen in een recente enquête door verzekeraar AXA aangeeft zich geen therapie te kunnen veroorloven. Deze stiefmoederlijke behandeling van therapie tegenover farmacie binnen de publieke ziekteverzekering is hopeloos gedateerd, en leidt tot een perceptie van therapie als 'aanvullende' zorg, wat de bestaande stigma's rond mentaal welzijn alleen dieper verankert. De gebrekkige structurele inbedding van therapeutische benaderingen in de reguliere gezondheidszorg vertaalt zich bovendien tot een zeer versnipperd landschap aan zorgverstrekkers. Zeker, er zijn tal van initiatieven voor acute zorg (denk aan Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn), regionale CAW's/JAC's voorzien ondersteuning in tal van welzijnsvragen en uiteraard kan je bij de huisarts terecht voor een doorverwijzing naar de psychiater. Helaas moet je als patiënt zelf al heel wat opzoekwerk doen om een zicht te krijgen op dit kluwen en te achterhalen waar je nu precies terecht kan met welke problematiek voor acute en structurele begeleiding, en laat dat nu net voor mensen met mentale problemen een grote drempel vormen. Het spreekt voor zich dat deze barrière nog groter blijkt voor jongeren/jongvolwassenen, senioren en mensen in armoede, die net belangrijke risicogroepen vormen. Ook voor hulpverleners is het op deze manier niet makkelijk om een helikopterbeeld over het dossier van een patiënt te bewaren. Bijkomend obstakel is dat niet elke zoekende patiënt zelf de kwaliteit van hulpverlening kan inschatten, wat de deur openzet voor zelfbenoemde therapeuten die ineffectieve behandelingen, op het randje van kwakzalverij, aanbieden. Vanzelfsprekend is iedereen vrij om zich te wagen aan hypnose, craniosacrale therapie of bachbloesems, maar de ruimte voor misbruik is significant in afwezigheid van vlot toegankelijke zorg.Uiteraard zijn de problemen sneller en eenvoudiger te beschrijven dan de oplossingen. Zoals vermeld, is de recente conventionering van eerstelijnspsychologische zorg ongetwijfeld een noodzakelijke eerste stap, maar deze blijft vooralsnog onderbenut en zeer beperkt in verhouding tot de noden. Een breed maatschappelijk debat, waarbij een beroep wordt gedaan op expertise uit werk- en middenveld, zal ongetwijfeld nodig blijken om op termijn mentaal welzijn haar rechtmatige plaats binnen de publieke gezondheidszorg te geven. Om de meest acute noden door en na de covidcrisis te lenigen, zal een structurele uitwerking helaas niet meer op tijd komen. Vanaf het moment dat corona haar intrede maakte in ons leven in 2020 werden er heel wat persoonlijke initiatieven op poten gezet. Sinds het begin staat vooral de fysieke dreiging van het virus centraal. Dat is ook niet zo verrassend, aangezien vooral het fysieke een direct gevolg is van covid-19. Het fysieke en het mentale is echter onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom is het wel verwonderlijk dat er enkel initiatieven voortspruiten die het directe gevolg aanpakken.Terwijl er heel wat geneeskundestudenten en studenten verpleegkunde werden ingezet om de ziekenhuizen bij te staan, werden er geen studenten psychologie opgetrommeld om de schrijnende psychologische gevolgen te helen. De enige herinneringswaardige stap in de goede richting lijkt die van rector Caroline Pauwels. Zij liet de masters psychologie van de Vrije Universiteit Brussel elke student opbellen om te vragen hoe zij zich voelden. Wie zich heeft laten vaccineren weet dat de centra gesmeerd lopen, goed georganiseerd zijn en door enthousiaste vrijwilligers worden geleid. De geestelijke gezondheidszorg kijkt jaloers toe. Niet omdat fysieke gezondheid niet belangrijk is, maar omdat mentale gezondheid ook belangrijk is. Dat lijkt men nu te vergeten. Waar zijn de individuele initiatieven van organisaties en personen gebleven voor onze geest? Psychologen en eventueel studenten zouden ook 'spoedcentra' kunnen oprichten om de dringende vraag naar een luisterend oor op te lossen. Er lijkt ook een groot gebrek aan campagne. Op TV worden we er bijvoorbeeld aan herinnerd hoe we verspreiding van het virus kunnen voorkomen. De venijnige microbe die onze psyche vergiftigt, staat echter niet zo vaak in de schijnwerpers. Het bewijs dat het virus, of beter gezegd de maatregelen die het virus binnen de perken moeten houden, ook indirecte gevolgen met zich meebrengt is er. Moeten we gewoon concluderen dat het lichaam nog steeds ons eeuwige huis is. We leven heel ons leven in hetzelfde lichaam, dus je zorgt er beter goed voor. Hetzelfde kan gezegd worden over de geest. Je leeft heel je leven in hetzelfde lichaam, maar laten we eerlijk zijn, we spenderen heel wat tijd in ons hoofd. Misschien verdienen het lichaam en de geest een gedeelde eerste plaats op de prioriteitenlijst.Het vaccin voor onze kopzorgen ligt nog niet in de rekken, dus laten we hopen dat het beleid en de psychologen snel het labo in duiken. Mens sana in corpore sano.