De mens is er de voorbije eeuwen in geslaagd om op manieren te eten die zodanige schade aan zijn gezondheid toebrengen dat we met onze soort in de grootste gezondheidscrisis uit de geschiedenis zijn beland: de epidemie van metabole ziektes en obesitas.
...

De mens is er de voorbije eeuwen in geslaagd om op manieren te eten die zodanige schade aan zijn gezondheid toebrengen dat we met onze soort in de grootste gezondheidscrisis uit de geschiedenis zijn beland: de epidemie van metabole ziektes en obesitas. Ondertussen zijn bijna alle andere levende organismen, van sprinkhanen tot apen, erin geslaagd om hun eetpatroon wél te behouden en weten zij instinctief wat ze moeten eten voor een optimale gezondheid. Of heeft u al eens een zwaarlijvige leeuw op de savanne zien tuffen? In hun pas verschenen boek 'Eten als dieren, wat de natuur ons kan leren over gezond eten' leggen Australische wetenschappers David Raubenheimer en Stephen Simpson aan de hand van studies van verschillende diersoorten, van minutieuze onderzoeken bij laboratoriumdieren tot avontuurlijk observatiestudies van dieren in het wild, uit wat er bij de mens is misgegaan. Uit hun jarenlange zoektocht blijkt dat dieren (en van nature ook de mens) in hun natuurlijke omgeving instinctief in staat zijn om voor diëten te kiezen die zorgen voor een optimale gezondheid en optimale voortplanting. Dat komt omdat ze aparte soorten eetlust hebben ontwikkeld voor eiwitten, koolhydraten, vetten, natrium en calcium die samen zorgen voor alle nutriënten die ze nodig hebben om te overleven. Om het makkelijker en aangenamer te maken, heeft de natuur deze voedingsstoffen aparte specifieke aroma's gegeven. Zo is de aparte eetlust voor natrium en calcium ontstaan omdat die ooit zo zeldzaam waren dat dieren er een bepaalde trek voor ontwikkelden met hun eigen specifieke smaakreceptoren.Het systeem zorgt er in een natuurlijke voedselomgeving voor dat we alle stofjes in de juiste hoeveelheid binnenkrijgen. Maar als het dieet niet gebalanceerd is, bijvoorbeeld door schaarste, krijgt de trek in eiwitten de bovenhand. Om voldoende eiwitten binnen te krijgen, zullen de dieren te veel calorieën eten en opslaan als vet om de winter door te komen. Hebben ze genoeg eiwitten, verdwijnt hun eetlust en stoppen ze met eten. Bij de mens speelt net hetzelfde mechanisme, zo ontdekten Raubenheimer en Simpson. Maar omdat de industrialisering van het voedingssysteem ons zo ver heeft verwijderd van de natuur, is de harmonieuze samenwerking van ons eetlustpatroon uit balans geraakt en beconcurreren de verschillende eetlusten nu elkaar. Ook de mens geeft voorrang aan het eten van een streefhoeveelheid eiwitten (zo'n 15 procent). Gevolg: in een eiwitarme maar energierijke wereld eten we te veel koolhydraten en vetten om ons eiwitdoel te halen, maar riskeren daarbij overgewicht. Als een dieet rijk aan eiwitten is, eten we te weinig koolhydraten en vetten. Vandaar dat eiwitrijke diëten je kunnen helpen af te vallen. Maar er is meer. Eetlust bepaalt niet alleen wat en wanneer we eten, maar ook wanneer we moeten stoppen. Verzadigingssignalen worden naar de hersenen gestuurd tijdens het eten. Omdat het een tijdje duurt voor die signalen in werking treden, dreigt het gevaar dat we ons tegen die tijd al hebben overeten. Ook daar heeft de natuur iets op gevonden: voedingsvezels. Die zorgen ervoor dat voedingsstoffen erg traag worden opgenomen en de verzadigingssignalen de tijd krijgen om de hersenen te bereiken. In de ultrabewerkte voeding die de industrie ons vandaag voorschotelt, ontbreken die noodzakelijke vezels en zijn de remkabels van onze eetlust als het ware doorgeknipt. Het mag duidelijk zijn dat Simpson en Raubenheimer het veranderde voedingsmilieu waarin we vandaag leven sterk veroordelen. Waar onze voorouders genoten van onbewerkte voeding, die voldoende vezels bevatte en waarbij de verhouding tussen nutriënten betrouwbaar was, heeft de industrialisatie van de voedingsindustrie ons opgezadeld met industrieproducten, arm aan eiwitten, vezels en micronutriënten en rijk aan vetten, ongezonde koolhydraten en toegevoegde smaakversterker. In zo'n milieu kan ons natuurlijk eetlustsysteem gewoon niet meer werken, menen de wetenschappers. Sterker nog, het werkt het tegen ons in het belang van de commerciële belangen van de voedingsindustrie die zelf een heel specifieke eetlust heeft ontwikkeld: de trek in winst. Toch is het niet zo dat de mens niet in staat zou zijn om zich aan te passen aan veranderende voedingsmilieus. Denk maar aan de transitie van de palleolithische jager-verzamelaarsomgeving naar de landbouw. Toen zorgde de darwiniaanse natuurlijke selectie ervoor dat sommige bevolkingsgroepen het spijsverteringsenzym lactase ontwikkelden waardoor ze ook na de zoogtijd melk konden verteren zodat ze voor hun voeding volop gebruik konden maken van de voordelen van gedomesticeerde zuiveldieren. Maar wat de mens niet heeft kunnen doen, is het tempo en de extreme omvang van de veranderingen van de laatste halve eeuw aanhouden. 'Ons eten is vandaag ontworpen door voedingstechnologen en scheikundigen die geen rekening houden met onze 5 soorten eetlust', aldus Simpson en Raubenheimer. 'Ultrabewerkte voedingsmiddelen zijn zo uitgedacht dat we er grote hoeveelheden van eten door de eiwitten eruit te halen, een ingreep dat de productiekosten ook nog eens verlaagt. Met andere woorden: van extreem bewerkte voeding word je te dik, maar niet omdat we zo'n sterke trek hebben in de vetten en koolhydraten die ze bevatten, zoals zo vaak gedacht wordt, Integendeel, onze trek in eiwitten is sterker dan het vermogen om te stoppen met vetten en koolhydraten eten.''Daarnaast is voeding ook nog eens zo uitvoerig bewerkt met industriële methoden dat ze soms niet eens als voedsel kunnen worden beschouwd en dat ernaar wordt verwezen als "extreem bewerkte producten". 'Het zijn creaties van de industrie, niet veel anders dan verf of shampoo', menen de onderzoekers. Simpson en Raubenheimer geven het voorbeeld van roomijs. 'Kijk eens naar de ingrediënten die in de massaproductie algemeen gebruikt worden bij de bereiding van roomijs voor de consument: benzylacetaat, een chemische stof die ook wordt gebruikt in zeep, schoonmaakmiddel, kunsthars en parfum en die tevens als oplosmiddel wordt gebruikt in kunststof en hars; aldehyde C-17 dat ook wordt gebruikt in verf, plastic en rubber; butanal (of butyraldehyde), een afgeleide van het brandbare gas butaan en ook gebruikt bij de fabricage van farmaceutica, pesticiden en parfums; heliotropine (of piperonal), ook gebruikt in lijm en nagellakremover.'Roomijs is maar één van de vele extreem bewerkte producten waar zulke ingrediënten in zitten. Er zijn er nog veel meer, zoals op grote schaal geproduceerd snoepgoed, chocolade, taart, brood, pizza, chips, ontbijtgranen, saladedressings, mayonaise, ketchup en nog veel meer. 'Hoe komt het dat medicijnen in verschillende stadia zo grondig getest worden dat het jaren duurt voor ze worden goedgekeurd, maar zo'n grondig proces niet bestaat voor het gebruik van additieven in de voedingsindustrie?', vragen de auteurs zich af. Of deze stoffen ons daadwerkelijk schaden, is een belangrijke, maar een heel ingewikkelde vraag. Sommige doen dat waarschijnlijk, andere zeer zeker, menen de onderzoekers. Wie bovendien gezonde keuzes wil maken, wordt het niet makkelijk gemaakt. Toegevoegde chemicaliën gaan meestal verborgen achter geheimzinnige omschrijvingen of moeten zelfs niet verplicht op de verpakking vermeld worden. Er is gelukkig ook goed nieuws: we kunnen onze vijf eetlusten resetten door opnieuw naar ons lichaam te luisteren. Wanneer je beseft dat je verschillende eetlusten hebt, kun je je daar bewust van worden. Wees extra aandachtig voor de trek in eiwitten, vraag je af of je trek hebt in zoute, hartige smaken. Maar let op voor valse eiwitlokmiddelen, die ontworpen zijn om te smaken als eiwitten, maar eigenlijk vetten en koolhydraten zijn, zoals chips. Eet liever eiwitten van hoge kwaliteit zoals noten, eieren, mager vlees, kikkererwten of vis. 'Het is als leren fietsen, vioolspelen of auto leren rijden', besluiten de auteurs. 'In het begin heb je er concentratie, bewust toegepaste regels, oefening en het afleren van slechte gewoonten voor nodig. En vervolgens wordt het je tweede natuur. Of misschien moeten we het wel als je eerste natuur beschouwen.'Eten als dieren, Wat de natuur ons kan leren over gezond eten. David Raubenheimer, Stephen J. Simpson. Uitgeverij Het Spectrum. ISBN 9789000368228. 22,99 euro.