Wanneer wordt rouwen problematisch? ‘Praten tegen een foto of iets vertellen aan een grafsteen is niet abnormaal’

© GETTY

Vroeg of laat verliezen we allemaal een geliefde persoon en moeten we door een rouwproces. Rouwen kan heftig en langdurig zijn. Heel af en toe gaat het de verkeerde kant uit. Herken de alarmsignalen.

Rouw is meer dan verdrietig zijn bij het overlijden van iemand die we graag zien. Een rouwproces wordt gekenmerkt door een wirwar van gevoelens: intense emotionele pijn, huilen, angst, slapeloosheid, gebrek aan interesse voor de omgeving, gebrek aan eetlust, maag-darmklachten, maar ook opluchting, schuldgevoelens en momenten van verbondenheid. Het overlijden van een geliefde persoon, zoals een ouder, partner of kind, kun je niet echt verwerken, maar je kunt het wel een plaats geven. Het wordt nooit meer als voorheen.

Vier taken

De Amerikaanse rouwdeskundige en psycholoog William Worden introduceerde in de jaren 80 het theoretische concept ‘rouwarbeid’ en beschreef daarin 4 taken die impliceren dat je iets kunt doen om het verlies een plaats te geven: aanvaarden van de realiteit van het verlies, ervaren van de pijn, zich aanpassen aan de omgeving zonder de overledene en opnieuw aansluiting vinden in die veranderde omgeving. Die taken moeten vervuld worden alvorens je verder kunt. Ze kunnen deels overlappen, maar hebben ook een specifieke volgorde. Zo kun je geen pijn ervaren als je niet eerst aanvaardt dat de dierbare persoon overleden is.

Hoe groot het verdriet soms ook is, er zijn geen pillen om het draaglijker te maken.

Rouwen is een continu proces, met een zeer variabele duurtijd en grote individuele verschillen in intensiteit en beleving. Een kind verliezen in een auto-ongeval is veel heviger dan een bejaarde grootouder die overlijdt aan een slepende ziekte. Ook de gehechtheid speelt een rol. In hoeverre was je overleden partner je steun en toeverlaat? De wijze van sterven heeft een invloed: door een slepende ziekte, plots, verwacht, door een ongeval, suïcide, moord… Tot slot spelen persoonlijkheidsvariabelen, geloof en de aanwezigheid van een sociaal netwerk een rol. Rouwen is geen ziekteproces, al zijn er kenmerken die doen denken aan een depressie. Antidepressiva hebben er weinig vat op. Hoe groot het verdriet soms ook is, er zijn geen pillen om het draaglijker te maken.

Normaal rouwproces

Rouwen duurt gewoonlijk tussen 6 en 18 maanden. Doorgaans zou er enige verbetering merkbaar moeten zijn vanaf 6 maanden na het overlijden. De intensiteit van het verdriet kent hoogtes en laagtes, die individueel erg kunnen verschillen, maar een half jaar na datum moeten er lichtpuntjes zijn.

Diverse emoties komen voor: pijn, angst, kwaadheid, schuldgevoelens, eenzaamheid, ongelukkig zijn, zich depressief voelen, vervreemden en periodes waarin men overmand wordt door hevige huilbuien. Andere mogelijke symptomen zijn concentratiestoornissen, de overledene voortdurend in gedachten hebben, desinteresse voor de omgeving, de overledene menen te herkennen in een menigte, enzovoort. Vaak wordt beweerd dat het moeilijk kunnen uiten van het verdriet de duurtijd zal verlengen (‘hij moet zijn klop nog krijgen’), maar dat heeft onderzoek nooit bevestigd.

Minder dan 10 procent van de rouwenden slaagt er niet in het verdriet een plaats te geven en evolueert naar gecompliceerde (of pathologische) rouw.

Een normaal rouwproces gaat ook gepaard met positieve emoties, zoals opluchting, blijdschap en geluk, wat vaak leidt tot verwarring en schuldgevoelens. Dromen over hem of haar, hem of haar zoeken in een menigte, visuele hallucinaties, een aanwezigheid voelen en tegen de overledene praten: het zijn stuk voor stuk normale verschijnselen van het rouwproces. Na een goed half jaar slagen de meesten er stilaan in opnieuw plezier te vinden in activiteiten. De overledene is niet meer voortdurend in de gedachten aanwezig.

Innige deelneming

Als iemand uit je omgeving een dierbare verliest, is het de gewoonte om hem of haar te condoleren. Een eenvoudige condoleance volstaat. Bijvoorbeeld: ‘Het spijt me erg te vernemen dat je moeder overleden is.’ Je hoeft daarbij geen diepzinnig gesprek aan te knopen. Vermijd ook te vertellen hoe erg je zelf geleden hebt na het verlies van bijvoorbeeld jouw ouder. Daar heeft de betrokkene niets aan. Een kleine aanraking, een knuffel en enkele vriendelijke woorden volstaan.

Gecompliceerde rouw

Minder dan 10 procent van de rouwenden slaagt er niet in het verdriet een plaats te geven en evolueert naar gecompliceerde (of pathologische) rouw. Aanwijzingen dat het die kant opgaat, zijn terugkerende periodes van intense pijn die niet afneemt in hevigheid, voortdurend denken aan de overledene, en het verlies 6 maanden na het overlijden nog steeds niet kunnen accepteren. Onaangepast gedrag (bijvoorbeeld voortdurend op het kerkhof vertoeven), niet deelnemen aan activiteiten, zich isoleren of het gevoel hebben dat het leven voorbij is, zijn alarmtekens. Mensen met gecompliceerde rouw vervreemden vaak van hun omgeving. Anders dan bij een normaal rouwproces vertonen ze geen vooruitgang in hun rouwreacties en blijft normaal functioneren erg lastig of zelfs onmogelijk. Er wordt voortdurend over de overledene gepraat, alsof hij of zij er nog is.

Gecompliceerde rouw verhoogt het risico op slaapstoornissen, hoge bloeddruk, middelenmisbruik en suïcidale gedachten. Ook in dit geval gaat het niet om een depressie en brengen antidepressiva weinig soelaas. Toch is het belangrijk om hulp te zoeken. De behandeling bestaat in de eerste plaats uit gesprekken met je arts en psychotherapie gericht op rouw, waarbij de focus ligt op het doorwerken van het besef van het verlies (het schrijven van een afscheidsbrief kan helpen), alsook het progressief opnemen van rollen en taken.

Vijf misverstanden

  • Veel praten over de overledene is de beste manier om het verlies te verwerken.

Iedereen rouwt anders. Voor de ene helpt praten over de overledene, terwijl iemand anders daar geen behoefte aan heeft en bijvoorbeeld meer heeft aan alleen wandelen of een eindje joggen.

  • Je moet het verlies loslaten om verder te kunnen met je leven.

Dat klopt niet en kan in veel gevallen niet. Veel mensen vinden net steun in het geregeld ophalen van herinneringen. Daar is niks mis mee.

  • Als je niet kunt huilen, loopt het fout.

Goed of fout bestaat niet bij rouwverwerking. Sommige mensen huilen makkelijk, andere verbijten de tranen om het verlies draaglijker te maken en huilen niet gauw. Niet huilen betekent niet dat je minder verdriet hebt.

  • Praten tegen een foto of iets vertellen aan een grafsteen is abnormaal.

Wie een dierbare verliest, behoudt vaak een band die helpt om het verlies te verwerken. Die band kan zich uiten in praten tegen de overledene of raad vragen aan de overledene op het kerkhof, een plek waar nabestaanden net verbondenheid voelen.

  • Het maakt niet uit of iemand plots wegvalt of na een langdurige ziekte.

Als iemand sterft na een langdurig ziekbed, is het rouwproces al een tijdje bezig en heb je, zodra de dierbare overleden is, al een stukje van het rouwen afgelegd. De schok van een plots overlijden is groter en heftiger. Bovendien heb je geen afscheid kunnen nemen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content