Een kantoorliefde starten, fastfood eten, parkeren op een plaats voor andersvaliden... We doen allemaal weleens iets waarvan we rationeel weten dat het geen goed idee is. Maar waarom doen we het dan? Arts en statisticus Luc Swinnen biedt antwoorden in zijn nieuwste boek Waarom wij vreemdgaan en parachute springen. Hij baseert zich op een breinmodel van de Amerikaanse neurowetenschapper Paul MacLean uit de jaren 50 van de vorige eeuw. "Dat vereenvoudigde model blijft erg bruikbaar om menselijk gedrag op een toegankelijke manier te verklaren én te wijzigen", vertelt Swinnen.
...

Een kantoorliefde starten, fastfood eten, parkeren op een plaats voor andersvaliden... We doen allemaal weleens iets waarvan we rationeel weten dat het geen goed idee is. Maar waarom doen we het dan? Arts en statisticus Luc Swinnen biedt antwoorden in zijn nieuwste boek Waarom wij vreemdgaan en parachute springen. Hij baseert zich op een breinmodel van de Amerikaanse neurowetenschapper Paul MacLean uit de jaren 50 van de vorige eeuw. "Dat vereenvoudigde model blijft erg bruikbaar om menselijk gedrag op een toegankelijke manier te verklaren én te wijzigen", vertelt Swinnen. Volgens het model van MacLean bestaat ons psychisch brein uit 3 lagen: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en het mensenbrein. In medisch vakjargon komen deze breinlagen grosso modo overeen met de hersenstam, het limbisch systeem en de neocortex. Het reptielenbrein ontstond 500 miljoen jaar geleden, toen de wet van de jungle nog het verschil bepaalde tussen leven en overleven. "Dankzij dat eerste brein konden onze voorouders angst, agressie en woede voelen en er ogenblikkelijk op reageren met een vecht- of vluchtreactie", legt Swinnen uit. "Ook gaf dat brein hen een sterke seksdrive om niet uit te sterven." Geleidelijk gingen onze voorouders, die aanvankelijk alleen of in zeer kleine groepjes leefden, met alsmaar meer soortgenoten samenleven. Ze moesten dus beter kunnen opschieten met elkaar en elkaars lichaamstaal kunnen lezen. Daarom ontwikkelden ze een extra breindeel: het zoogdierenbrein. "Dat was en is de zetel van onze basisemoties en basismotivaties, zoals wegvluchten van pijn en op zoek gaan naar plezier. Dat brein denkt op korte termijn en stelt ons in staat te leren via conditionering." Redeneren, spreken, lezen, schrijven en rationeel handelen kan de mens nog maar zo'n 100.000 jaar, sinds hij nog een derde breindeel ontwikkelde. Dat mensenbrein remt ook onze oerdriften, zoals de drang naar voortplanting maar ook naar status en vet- en suikerrijk voedsel. "Het mensenbrein werkt wel trager dan ons zoogdierenbrein, en zelfs 5 keer trager dan ons reptielenbrein", merkt Swinnen op. "Daarom nemen we nog altijd makkelijker automatische, intuïtieve beslissingen dan beredeneerde, rationele beslissingen, al zeker als er oerdriften of emoties spelen die ooit noodzakelijk waren om te overleven als individu en als soort." "Laat me dat illustreren aan de hand van wat er allemaal speelt wanneer Cupido toeslaat", gaat Swinnen voort. "We denken graag dat we zelf - rationeel - kiezen op wie we verliefd worden. Dat houden veel datingsites ons ook voor. Daarom vinken we naarstig eigenschappen aan die onze toekomstige partner moet bezitten. Maar wanneer we hem of haar live ontmoeten, schieten de vonken niet in het rond." Om de aantrekkingskracht tussen 2 mensen te verklaren treedt Swinnen de Amerikaanse antropologe Helen Fisher bij. Volgens Fisher is verliefdheid nog grotendeels een mysterie maar toch voornamelijk een chemische kwestie. Mensen geven wellicht geurstoffen af, zogenaamde feromonen, die potentieel matchende partners dichter bij elkaar brengen. Maar er speelt nog veel meer. Veel draait om neurotransmitters, stofjes in het brein die prikkels op een chemische wijze doorgeven. De neurotransmitter dopamine vervult een sleutelrol in ons beloningssysteem en zorgt er onder meer voor dat we iemand kunnen begeren. Hersenscans van verliefde mensen tonen opvallend veel activiteit in het hersengebied dat dopamine produceert. "En dat gebied ligt níét in ons rationeel mensenbrein, zelfs niet in ons gevoelsmatige zoogdierenbrein, maar in ons reptielenbrein", vertelt Swinnen. "Verliefdheid ontstaat dus in dat oerbrein dat automatisch en instinctief beslist. Er gaat dan ook een oerkracht, een niet te stuiten energie, van verliefdheid van uit. Het is bijgevolg een ramp als de beloning niet wordt binnengehaald: niets zo uitputtend als een onbeantwoorde verliefdheid." Een ander hersengebied dat erg actief is bij verliefde mensen is het oxytocinesysteem. "Oxytocine wordt evenmin in het rationele mensenbrein geproduceerd, maar in het gevoelsmatige zoogdierenbrein", zegt Swinnen. "Dat gebeurt onder meer bij knuffelen, seks, troost, empathie en oprechte waardering. Het zorgt ervoor dat we ons hechten aan onze geliefde en hem of haar al onze aandacht geven." In een liefdesrelatie daalt op een gegeven moment de hoeveelheid dopamine, waarna oxytocine het overneemt: lust en begeerte evolueren naar innige verbondenheid. "Toch kun je ook dan nog een sterke seksdrive voor iemand anders gaan voelen", merkt Swinnen op. "Want je reptielenbrein is altijd op jacht. En je kunt je met je mensenbrein wel rationeel voornemen niet vreemd te gaan. Maar dat voornemen waarmaken gaat zo veel makkelijker als je zoogdierenbrein veel oxytocine produceert. En dus moet je samen met je geliefde tijd maken voor seks, aanraking en aandacht, want dat zijn sterke promotoren van oxytocine." Helaas nemen we onze relatie vaak als vanzelfsprekend. "Want we zijn geneigd onszelf slimmer, beter, rijker en mooier in te schatten dan we in werkelijkheid zijn", waarschuwt Swinnen. "Dat overdreven zelfbeeld is een voorbeeld van de vele vaste denkpatronen die ons moderne brein voor zichzelf heeft gecreëerd om energie te besparen. Zo krijgt het de vele inkomende prikkels verwerkt - zij het niet altijd aangepast." Een goed inzicht in je impulsieve brein helpt je vooruit in het leven. In onze moderne maatschappij floreer je meer als je, zeker bij belangrijke beslissingen, je niet voortdurend laat leiden door je oerdriften en heftige emoties. "Leer dus luisteren naar de taal van je lichaam", adviseert Swinnen. "Je neemt beter geen belangrijke beslissingen als je hart sneller klopt, je sneller ademhaalt en sterk geëmotioneerd bent. Want die lichaamssignalen wijzen erop dat je reptielen- en zoogdierenbrein aan zet proberen te komen. En die breindelen denken alleen op de korte termijn. Haal met je mensenbrein voor ogen welke beloning in de toekomst mogelijk op je wacht. Denk aan de fameuze marshmallowtest van Walter Mischel." In die test werden kinderen voor de keuze gesteld: ofwel eet je deze marshmallow meteen op, ofwel wacht je er 30 minuten mee, waarna je nog een tweede marshmallow krijgt. De kinderen die voor de laatste optie kozen, bleken in hun latere leven enigszins beter te scoren op het vlak van relaties, sociale contacten, schoolprestaties, jobs, vaardigheden om met stress om te gaan, gezondheid en pensioenplanning. "Denk dus na over de impulsen waaraan jij gemakkelijk toegeeft en waarvan je rationeel weet dat het beter is om dat niet te doen", besluit Swinnen. "Van vreemdgaan tot snoepen, roken, drinken, te veel eten, fastfood eten, werk verzuimen, taken uitstellen, vertrouwelijke zaken via sociale media delen, enzovoort. Maak je langetermijndoelen heel concreet, en denk na over hoe je kunt anticiperen op eventuele obstakels. Train dus met je mensenbrein je zelfbeheersing en wilskracht. Maar al even belangrijk: overdrijf niet. Want te veel uitgestelde bevrediging levert ook frustraties op. Het komt erop aan te leren wanneer het beter is om op twee marshmallows te wachten en wanneer niet."