Ongeveer de helft van alle mensen met een eetstoornis herstelt van de ziekte. Zo'n 30 % verbetert beduidend. Maar de overige 20 % blijft 'langdurig' - minimaal 7, volgens sommige bronnen 10 jaar - problemen hebben. Eetstoornissen, die meestal op puberleeftijd ontstaan, kunnen dus voortwoekeren tot op volwassen leeftijd.
...

Ongeveer de helft van alle mensen met een eetstoornis herstelt van de ziekte. Zo'n 30 % verbetert beduidend. Maar de overige 20 % blijft 'langdurig' - minimaal 7, volgens sommige bronnen 10 jaar - problemen hebben. Eetstoornissen, die meestal op puberleeftijd ontstaan, kunnen dus voortwoekeren tot op volwassen leeftijd. Het gebeurt ook dat mensen er op volwassen leeftijd opnieuw of zelfs voor het eerst mee te maken krijgen. Precieze cijfers over het voorkomen van eetstoornissen op latere leeftijd zijn er niet. En er is behalve door de Britse professor Paul Robinson en de Amerikaanse professor Cynthia Bulik nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek naar gevoerd. Els Verheyen, ervaringsdeskundige en klinisch psychologe bij de vzw AN-BN (Anorexia Nervosa-Boulimia Nervosa) zou dat graag anders zien. 'Want volwassenen met een eetstoornis blijven sowieso al gemakkelijker onder de radar dan hun jonge lotgenoten.' Europees onderzoek toont aan dat slechts 35 % van de mensen met anorexia nervosa en 48 % van de mensen met boulimia nervosa hulp zoeken. Voor mensen met een eetbuistoornis of andere, minder bekende eetstoornissen is dat zelfs maar 30 %. 'En zoekt een volwassene al hulp, dan duurt het vaak lang voor hulpverleners daadwerkelijk de piste van een eetstoornis onderzoeken', vertelt Verheyen. 'Juist omdat eetstoornissen meestal op jonge leeftijd voorkomen.'Anderzijds is het voor volwassenen eenvoudiger dan voor jongeren om hun eetstoornis bewust te maskeren. Denk aan symptomen als een uitgeput gevoel, gezwollen voeten, spijsverteringsproblemen, geërodeerd tandglazuur en ontstoken tandvlees. Die symptomen kunnen wijzen op boulimia nervosa, waarbij gebraakt wordt om te compenseren voor de eetbuien. 'Volwassenen met deze eetstoornis kunnen hun omgeving misleiden door een eigen verklaring voor hun symptomen op te hangen. De omgeving stelt zich daar doorgaans weinig vragen bij, want volwassenen kampen nu eenmaal makkelijker dan jongeren met 'kwaaltjes'. En de symptomen worden al zeker niet snel aan een 'typische puberziekte' gelinkt. Volwassenen hebben ook een betere toegang tot compensatiemiddelen voor hun eetbuien, zoals laxeermiddelen.' Een eetstoornis op latere leeftijd wordt zoals op jonge leeftijd in de hand gewerkt door een samenloop van factoren. Veel onderzoek focust op de biologische oorzaken die in de genen en de hersenactiviteit kunnen liggen. Bepaalde persoonlijkheidskenmerken verhogen ook het risico op eetstoornissen, zoals een bovengemiddelde gevoeligheid, intelligentie, creativiteit, perfectionisme en faalangst. Ook trauma's en life events die het leven op zijn kop zetten, doen een duit in het rugzakje. 'Het valt me ook op dat mensen met een eetstoornis vaak meer moeite hebben met gevoelens, om erover te praten en ze te beleven. Ze weten wat ze in bepaalde situaties zouden moeten voelen, maar ervaren die gevoelens niet echt. Of ze durven de gevoelens niet toe te laten. Omdat ze zichzelf niet de moeite waard vinden, bijvoorbeeld, of omdat ze bang zijn om de controle te verliezen als ze 'ten volle' zouden leven. Hun zelf opgelegd eetpatroon voelt dan vertrouwd, veilig en helemaal van zichzelf aan, en het helpt hen stand te houden. Of hielp hen stand te houden in een moeilijke periode, maar evolueerde met de jaren naar een automatisme dat nog moeilijk weg te werken is.'Hoe langer verkeerde eet- en denkpatronen aanhouden, hoe sterker ze ingesleten raken en hoe moeilijker ze nog te veranderen zijn. 'Ik ontmoet helaas nog vaak mensen die al jaren met een eetstoornis worstelen en nooit eerder zijn behandeld voor het trauma dat ooit mee aan de basis ervan lag', vertelt Verheyen. 'En die trauma's kunnen heel verschillend van aard zijn: van seksueel misbruik, het verlies van een naaste of een job, pestervaringen, tot littekens of beperkingen waarmee mensen na een ziekte of ongeval moeten leren leven. Er zijn dus zo veel meer voedingsbodems voor eetstoornissen dan waarover de media voornamelijk berichten. Als zouden alle mensen met eetstoornissen zich aan hyperslanke modellen spiegelen. Die hardnekkige misvatting houdt helaas veel mensen tegen om open te zijn over hun eetstoornis. Terwijl net dat kan helpen om te herstellen: erover praten met mensen die oprecht geïnteresseerd en betrokken zijn.'