Nordic walking komt overgewaaid uit Scandinavië. Langlaufers en biatleten grepen in de zomer naar de activiteit om hun conditie op peil te houden. De wandelstokken of 'poles' boden het extra voordeel dat je makkelijker je evenwicht bewaart met zware rugzakken. De voormalige skiester Rosi Mittermaier is een fervent beoefenaar, en ook in België zien we steeds meer mensen zich toeleggen op de sport.
...

Nordic walking komt overgewaaid uit Scandinavië. Langlaufers en biatleten grepen in de zomer naar de activiteit om hun conditie op peil te houden. De wandelstokken of 'poles' boden het extra voordeel dat je makkelijker je evenwicht bewaart met zware rugzakken. De voormalige skiester Rosi Mittermaier is een fervent beoefenaar, en ook in België zien we steeds meer mensen zich toeleggen op de sport. Je kunt nordic walking vergelijken met een outdoor crosstrainer. Je bouwt in de open lucht op een doeltreffender manier conditie op dan bij gewoon wandelen, want dankzij de poles gebruik je tussen 80 en 90% van je spieren. Met nordic walking verbeter je je uithoudingsvermogen en coördinatie, versterk je de spieren en verbrand je calorieën. Het is een basissport die iedereen in zijn eigen tempo kan beoefenen, en die ook aangewezen is bij osteoporose of rugpijn. Hoe toegankelijk nordic walking ook is, het blijft een volwaardige sport die intensiever is dan wandelen. Een eerste nordicwalkingtocht van een uur is niet realistisch. Net zoals bij een crosstrainer in het begin: start met 15 tot 20 minuten en forceer het tempo niet; als je moe wordt, kun je de poles tijdens de rest van de wandeling dragen. Je kunt nordic walking eventueel afwisselen met gewoon wandelen en de poles geleidelijk aan meer gebruiken. Het volstaat niet om te bewegen zoals op een crosstrainer. De techniek is cruciaal voor de natuurlijke volgorde van de bewegingen. Nordic walking lijkt op wandelen, maar de bewegingen zijn nadrukkelijker. Als je de sport juist beoefent, loop je sneller dan bij wandelen. Te veel mensen slepen hun poles of zwaaien ze zijwaarts - zo kunnen ze hun wandelgenoten of voorbijgangers verwonden - of houden ze integendeel te dicht bij de voeten, waardoor ze kunnen vallen. Steun niet op de poles, want zo overbelast je de handen en de ellebogen. Voor je begint, kies je de stoklengte. Om die te bepalen ga je rechtop staan. Bij het vastnemen van de handgreep moet je onderarm ongeveer horizontaal staan, de hand lichtjes naar beneden ten opzichte van de arm en de elleboog in een rechte hoek. Buig een beetje naar voren - dat verbetert je bewegingsamplitude en activeert je bilspieren - en kijk recht vooruit - de hersenen registreren onbewust obstakels over meer dan 10 meter - zodat je schouders los en ontspannen zijn. Houd de poles evenwijdig langs je lichaam. Beweeg de rechter stok naar voren op hetzelfde moment dat je de linkervoet naar voren zet en vice versa. Je zet de pole neer op de grond ter hoogte van de hiel van de voet die stapt, en je omklemt hem strak met de vingers. Daarna los je de grip op de pole en beweeg je de arm naar achteren; zo vermijd je torsie van de pols. Zet je de pole te ver naar voren op de grond, dan belemmer je de beweging in plaats van die te ondersteunen. Rol de voet volledig af, van de hiel tot aan de tenen. Bij klimmen zet je kleinere stappen en buig je de borstkas iets meer naar voren. Het bovenlichaam wordt dan wat zwaarder belast. Ook tijdens een afdaling zet je kleine stapjes met de knieën licht gebogen.Pascale Pierard