Sinds 2004 loopt op de Amerikaanse tv-zender NBC The Biggest Loser, een realityshow waarin deelnemers strijden om het grootst mogelijke gewichtsverlies. De manier waarop dat gebeurt, is niet koosjer, maar daar gaat het hier niet om. Wel om de gevolgen op de stofwisseling na zo veel jaren van gewichtsverlies, want die liegen er niet om. Ze tonen dat ons lichaam het ons extreem moeilijk maakt om na een periode van vermageren slank te blijven.
...

Sinds 2004 loopt op de Amerikaanse tv-zender NBC The Biggest Loser, een realityshow waarin deelnemers strijden om het grootst mogelijke gewichtsverlies. De manier waarop dat gebeurt, is niet koosjer, maar daar gaat het hier niet om. Wel om de gevolgen op de stofwisseling na zo veel jaren van gewichtsverlies, want die liegen er niet om. Ze tonen dat ons lichaam het ons extreem moeilijk maakt om na een periode van vermageren slank te blijven. Alle deelnemers van het seizoen 8 in 2009 werden gedetailleerd onderzocht. Bij aanvang wogen ze gemiddeld 150 kilogram. Na 30 weken van intensief diëten en bewegen was dat gedaald tot 90. De deelnemers hadden 40 % van hun gewicht kwijtgespeeld. Best indrukwekkend. Zes jaar later volgde een opvolgingsonderzoek. 14 van de oorspronkelijke 16 waren bereid tot deelname. Hun gemiddelde gewicht was weer opgelopen tot 130 kg. Gemiddelden zeggen niet alles: 2 deelnemers stegen tot boven hun oorspronkelijk gewicht en 3 tot 150 kg, maar 8 deelnemers konden de toename aanzienlijk beperken. Eén viel zelfs nog extra af. De resultaten steken schril af tegen wat men vaak hoort, dat hooguit 10 % na een dieet het gewichtsverlies langdurig op 10 % kan houden. Studies leveren nochtans betere resultaten op en tonen aan dat ongeveer 17 % minstens 10 % slanker blijft. De 14 Biggest Losers deden het dus helemaal niet slecht, want na 6 jaar was 57 % van hen nog altijd 10 % slanker. We moeten wel voorzichtig zijn, want dat relatieve succes kan ook met het programma te maken hebben. Televisiezenders gaan bij de selectie van kandidaten anders te werk dan wetenschappers, en deelnemers aan een succesvol televisieprogramma gedragen zich daarna waarschijnlijk anders omdat ze door veel mensen herkend worden. Maar toch. De belangrijkste vaststellingen liggen in een heel andere hoek. Bij de start van de reeks verbruikten de 14 in rust gemiddeld 2600 kcal per dag. 30 weken later was dat slechts 2000 kcal meer, maar 6 jaar later lag dat gemiddelde nóg lager, op 1900 kcal. Voor alle duidelijkheid: dit zijn gemiddelden. De magerste Losers zagen hun energieverbruik veel minder dalen. De omschakeling naar een spaarstand met gemiddeld liefst 700 kcal per dag minder was echter veel groter dan verwacht. En nog sterker: hoe meer gewicht verloren werd, hoe lager de spaarstand afgesteld bleek. Dwing je het lichaam tot vermageren, dan gaat het zuinig omspringen met energie, en het houdt dat spaarregime jarenlang vol. De vraag is nu of dit een onwrikbare biologische wet is. De gegevens van 14 mensen vormen een te smalle basis voor zekerheid. Toch is dit de langst lopende studie naar de gevolgen van gewichtsverlies, en het blijft een uiterst relevante vaststelling. De belangrijkste les lijkt alvast dat we vooral zo hard mogelijk ons best moeten doen om extra gewicht te vermijden. Want er opnieuw van verlost raken, lijkt een moeilijke opgave.