Greet Herssens: ‘Wat zegt het kind zelf? Die essentiële vraag wordt weleens over het hoofd gezien.’ © DIEGO FRANSSENS

Vzw ZitStil zoekt een BV met ADHD: ‘Nog altijd zijn het ambetanteriken, of kinderen die niet zijn opgevoed’

In onze veeleisende samenleving lopen jongeren met ADHD vaak verloren, ook omdat het onderwijs niet aan hen is aangepast, zegt Greet Herssens van het kenniscentrum ZitStil. ‘Medicatie is nooit meer dan een hulpmiddel.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Kent u een bekende Vlaming met de aandachtsstoornis ADHD? Greet Herssens is ervan overtuigd dat die bepaald niet dun gezaaid zijn. ‘Ik weet vrij zeker dat sommige artiesten of sporters hun carrière mee aan ADHD te danken hebben’, zegt ze.

Maar iemand vinden die er openlijk over wil vertellen en zijn of haar gezicht aan een campagne wil verlenen? Herssens is er in de eerste zes maanden van haar nieuwe job als directrice van ZitStil nog niet in geslaagd.

Dat is opmerkelijk. In zijn veelbesproken hit L’Enfer zingt Stromae ongegeneerd over depressie en zelfmoord. Even ongegeneerd maakt collega Selah Sue liedjes over haar mentale problemen.

‘Mijn droom’, vertelt Herssens, ‘is om met ZitStil een bekende kop op een affiche te kunnen zetten die zegt: “Ik heb ADHD, en jij?” Dat is ons, ondanks de vele pogingen, nog niet gelukt. Aan het label plakt blijkbaar nog altijd het stigma van het ambetante, slecht opgevoede kind. Dat beeld doorbreken blijkt verdomd lastig.’

Aan rolmodellen zou volgens de cijfers nochtans geen gebrek mogen zijn. In een gemiddelde lagereschoolklas heeft vandaag ongeveer één leerling de AD(H)D-diagnose gekregen (zie kaderstuk verderop). En volgens het recente jaarverslag van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) is het aantal leerlingen dat extra zorg nodig heeft vanwege een ‘emotionele of gedragsstoornis’ met meer dan 20 procent gestegen. Greet Herssens wordt ook dagelijks met die realiteit geconfronteerd. ‘De nood stijgt’, zegt ze. ‘Dat merken we niet alleen aan het aantal mensen dat bij ons komt aankloppen. Als we mensen doorsturen naar een kinderpsychiater of neuroloog, worden ze in de regel geconfronteerd met wachtlijsten die alleen maar langer worden. Je hebt die diagnose nu eenmaal nodig om faciliteiten te genieten tijdens het studeren of om medicatie terugbetaald te krijgen. En zo’n diagnose stellen neemt onvermijdelijk veel tijd in beslag.’

1 kind per lagereschoolklas van 20 leerlingen heeft ADHD.

Betekent het groeiende aantal diagnoses dat ADHD vandaag vaker voorkomt dan vroeger?

Greet Herssens: Niet noodzakelijk, nee. Ouders volgen de ontwikkeling van hun kinderen veel nauwer op dan vroeger. Onder meer om die reden wordt er vandaag veel meer getest. Nog niet zo lang geleden werd een hyperactief of dromerig kind gewoon achteraan in de klas gezet. Daarmee was de kous dan af. In veel gevallen verliet een scholier met ADHD of ADD al voor zijn 18e de school of ging hij een vak leren. Vandaag wordt verwacht dat je doorleert, en zo veel mogelijk diploma’s verzamelt. Daarbij komt de wens van ouders om het maximum uit hun kinderen te halen. Dat is allemaal begrijpelijk, maar in zo’n veeleisende samenleving lopen jongeren met ADHD vaak verloren, zeker omdat het onderwijs niet aan hen is aangepast. Stilzitten en luisteren is in het onderwijs nog altijd de norm. Tegelijk zien we dat ook meer en meer volwassenen ertegenaan lopen. Vroeger was er de veronderstelling dat ADHD een soort kinderziekte was, en dat het allemaal wel over zou gaan. Vandaag weten we beter. In veel gevallen zal de hyperactiviteit na verloop van tijd verminderen, maar slaat het over naar een nog grotere onrust in het hoofd. In een omgeving waarin werknemers maximaal moeten presteren, ervaren volwassenen met ADHD dat ze continu falen. Niet elke werkgever heeft begrip voor een werknemer die het lastig heeft om zichzelf te organiseren.

Er wordt weleens gezegd dat kinderen te snel het etiket ADHD krijgen opgeplakt. Maar misschien is het wel omgekeerd. Voor een diagnose moet je de weg kennen in het systeem. Volgens Stefan Grielens, directeur van de vrije CLB’s, zijn het vooral ouders uit de middenklasse die zich een weg weten te banen door de administratie. ‘De andere kinderen blijven in de kou staan.’

Herssens: Dat merken we hier ook. Het is bijvoorbeeld een stuk moeilijker om mensen in kansarmoede te bereiken. Dat geldt zeker ook voor mensen met een migratieachtergrond. Behalve de taalproblematiek speelt hier ook vaak iets cultureels. Aangeven dat je kind een stoornis heeft, ligt bij die mensen vaak nog moeilijker. Het is een probleem waar we nog veel meer aandacht voor moeten hebben. In het algemeen zien we dat er in alle bevolkingsgroepen nog kinderen zijn waarbij ADHD niet wordt herkend. Er is dus zowel sprake van onder- als overdiagnose.

3 procent van de adolescenten en volwassenen heeft last van ADHD.

Misschien wordt er wel te veel belang gehecht aan die diagnose?

Herssens: Bij centrum ZitStil proberen we iedereen te helpen, diagnose of niet. En ik heb, ook als moeder van een kind met dyslexie, gemerkt dat in de lagere scholen een kind ook zonder een diagnose meestal nog wel op de nodige ondersteuning kan rekenen. Dat verandert in de secundaire scholen. In mijn concrete geval: we hebben alle zeilen moeten bijzetten om die diagnose te krijgen, of er was geen ondersteuning.

Hoe komt dat?

Herssens: Ik vermoed dat dat veel te maken heeft met de druk om leerprogramma’s te halen. In de secundaire school is er ook veel minder structuur en de druk op de leerlingen vergroot. De jongere met ADHD komt er niet meer met wat hij in de les oppikt en krijgt de leerstof ’s avonds niet verwerkt. We merken ook dat de kennis over ADHD in het secundair onderwijs nog heel beperkt is. Daar schieten de leerkrachtenopleidingen nog veel tekort. In de opleiding moeten toekomstige leerkrachten meer vertrouwd worden met de verschillende stoornissen en de aanpak en ondersteuning van de kinderen die kampen met een stoornis. Daarnaast sluit ik niet uit dat ook de leeftijd van de kinderen er voor iets tussen zit. Het worden pubers, en die willen het liefst zijn zoals de rest. Ze doen hun uiterste best om hun stoornis te verbergen en binnen de lijntjes te kleuren. De grote uitbarstingen komen dan ’s avonds, als ze thuis zijn.

Kinderen met ADHD of ADD krijgen vaak Rilatine of Concerta voorgeschreven. Gaan we daar niet te lichtzinnig mee om? Per slot van rekening zijn die medicijnen nauw verwant aan amfetamine, een harddrug.

Herssens: Op die vraag bestaat geen algemeen antwoord. Ik heb meer dan 15 jaar les gegeven in het buitengewoon onderwijs, niet zelden aan kinderen met ADHD. Ik heb er geleerd dat elk kind anders is. Voor sommige kinderen was medicatie echt een hulpmiddel. Een kind dat permanent klaagt over ‘chaos in het hoofd’ en mét medicatie plots opmerkt dat er in datzelfde hoofd ‘een kast met schuifjes’ staat, is er duidelijk mee geholpen. Maar hoe dan ook moeten mensen beseffen dat medicatie nooit meer is dan een hulpmiddel en in geen geval het enige hulpmiddel mag zijn. Het kan helpen om je te focussen, maar ADHD gaat er niet door weg. Op de lange termijn zal iemand met ADHD vooral moeten leren om ermee om te gaan.

Je hoort weleens zeggen dat medicatie iets te gretig wordt aanbevolen door het onderwijzend personeel. Voor hen is het de makkelijkste oplossing.

Herssens: Uiteindelijk is het niet de leraar maar een medische professional die erover beslist. Maar ongetwijfeld zullen sommige leerkrachten ouders in die richting proberen te duwen. Dat is niet altijd verkeerd. En er zijn zeker ook leraren die mee nadenken over andere oplossingen. Kinderpsychiater Peter Emmery vertelde onlangs in een webinar over een school waar ze een leerling met ADHD achter een hoge desk hadden gezet, zodat die tijdens de les kon staan wiebelen. Dat werkte naar verluidt heel goed voor dat kind, terwijl het voor een ander kind misschien wel helemaal niet helpt. Zoals ik al zei: elk kind is anders, dus moeten we ook voor elk kind apart op zoek gaan naar wat werkt en wat niet.

30.500 ADHD-patiënten onder de 25 jaar nemen medicatie.

U gaf het al even aan: veel kinderen met ADHD komen terecht in het buitengewoon onderwijs. Is dat altijd de beste oplossing?

Herssens: De meeste kinderen met ADHD kunnen gelukkig gewoon les volgen in het reguliere onderwijs. Bij sommige kinderen lukt dat niet. In een ideale wereld zou elke school en elke klas plaats moeten kunnen bieden aan kinderen met een dergelijke problematiek. Maar in de realiteit zie je dat kinderen met ADHD in het reguliere onderwijs vaak nog meer verzuipen dan in het buitengewoon onderwijs. In het buitengewoon onderwijs zit de expertise samen. Dezelfde expertise aanbieden in alle scholen kan alleen met heel veel meer middelen en die zijn er helaas niet. Daarmee heb ik niet gezegd dat een kind met ADHD per definitie in het buitengewoon onderwijs thuishoort. Het allerbelangrijkste is hier het welbevinden van het kind. Als het kind zich goed voelt in zijn school, moet het daar vooral blijven. Bij Centrum ZitStil krijgen we daar geregeld vragen over van leerkrachten en ouders. Mijn eerste antwoord is altijd: wat zegt het kind zelf? Die essentiële vraag wordt weleens over het hoofd gezien.

Sociale media en smartphones zijn een aanslag op het collectieve concentratievermogen. Lijden we niet met z’n allen aan ADHD?

Herssens: We krijgen vandaag zo veel input in korte tijd dat we allemaal overprikkeld dreigen te raken, dat klopt. Het verschil is dat de meeste mensen die prikkels kunnen kanaliseren. Om een voorbeeld te geven: als je in dit kantoor naar buiten kijkt, zie je een constante stroom auto’s voorbijrazen. Het houdt ons niet tegen om ons op dit gesprek te concentreren, terwijl dat voor iemand met ADHD veel moeilijker, om niet te zeggen onmogelijk zou zijn. Ze zijn gebaat met een zo prikkelvrij mogelijke omgeving. Bij mijn weten is nog niet onderzocht of de digitale revolutie hun leven nog complexer heeft gemaakt, maar het lijkt me de logica zelf.

Vroeger was er de veronderstelling dat ADHD een soort kinderziekte was, en dat het allemaal wel over zou gaan.Vandaag weten we beter.

De Amerikaanse experte Kristin Wilcox wijst erop dat we te vaak focussen op de negatieve aspecten van ADHD. Dat negatieve zit volgens haar al in de benaming. De ‘A’ en de ‘D’ staan voor Attention Deficit, een tekort. Terwijl het in werkelijkheid gaat om het omgekeerde: mensen met ADHD hebben er eerder te veel dan te weinig van.

Herssens: Het gebeurt inderdaad dat mensen met ADHD zich ook héél goed kunnen concentreren, zij het enkel op iets dat hen bovenmatig interesseert. Tot grote frustratie van ouders is dat vaak een computergame, en niet de huistaak Frans. Maar inderdaad, die hyperfocus kan een troef zijn. Net als de bovengemiddelde creativiteit van veel mensen met ADHD. Tegelijk is het zo dat niet iedereen met ADHD kan hyperfocussen of creatiever is dan gemiddeld.

Vaak gaat de stoornis ook gepaard met een grote eerlijkheid. Als ze je nieuwe kapsel maar niks vinden, zullen ze dat met zoveel woorden zeggen. Wij zijn geneigd dat storend te vinden, terwijl je die vorm van eerlijkheid ook zou kunnen waarderen.

De maatschappelijke aanvaarding voor mentale stoornissen lijkt fors toegenomen. Is dat ook zo voor ADHD?

Herssens: Afgaande op de verhalen die mensen ons vertellen heb ik niet die indruk. Nog altijd worden ze als de a mbetanteriken gezien, of als kinderen die niet goed zijn opgevoed. Breng ze maar eens 14 dagen naar mij, denken mensen vaak, het zal rap voorbij zijn. Terwijl het niet voorbijgaat. ADHD is een ernstige stoornis. Vele mensen denken te weten wat ADHD is, maar kennen in feite de stoornis te weinig, waardoor de vooroordelen blijven leven.

Greet Herssens

– 1977 geboren in Appels (bij Dendermonde)

– Werkte 15 jaar voor de Vrije Basisschool voor Buitengewoon Onderwijs Salvator in Oostakker

– Was 8 jaar lang onderwijscoach bij CEGO, het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs in Leuven

– Sinds 1 december directrice bij Centrum ZitStil

ADHD

Wat is ADHD?

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands spreken we van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Mensen met deze aandoening krijgen te kampen met aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Door de aandachtsproblemen zijn mensen met ADHD snel afgeleid en vinden ze het moeilijk om hun werk te organiseren en structureren. Hyperactiviteit en impulsiviteit manifesteren zich door veel te bewegen, druk te zijn en veel te praten. ADHD is een ontwikkelingsstoornis waarbij zowel erfelijkheid als omgevingsfactoren een rol kunnen spelen.

Wat is verschil tussen ADHD en ADD?

ADD is een vorm van ADHD en staat voor Attention Deficit Disorder. Mensen met ADD hebben concentratiestoornissen, maar zijn niet hyperactief. Vaak zijn ze zelfs opvallend stil, dormerig en passief. Dat maakt het moeilijker te herkennen dan ADHD.

Cijfers

Volgens het Netwerk geestelijke gezondheid kreeg in 2020 zo’n 6,5 procent van de lagereschoolkinderen de diagnose ADHD. Dat komt neer op 1 kind per klas van 20 leerlingen. Jongens krijgen de diagnose twee tot drie keer meer dan meisjes. Dat de stoornis bij meisjes minder snel herkend wordt, komt waarschijnlijk omdat ze vaker ADD hebben. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) telde in 2020 zo’n 30.500 ADHD-patiënten onder de 25 jaar die daarvoor medicatie namen: 23.200 jongens en 7300 meisjes.Onder adolescenten en volwassenen heeft 3 procent last van ADHD en is het verschil tussen mannen en vrouwen verdwenen. 60 tot 80 procent van de kinderen met ADHD behoudt klachten als volwassene, al verminderen de zichtbare symptomen vaak met de tijd.

Medicatie

ADHD is niet te genezen, maar therapie en medicatie kunnen soelaas bieden. De werkzame stof in ADHD-medicatie is methylfenidaat, dat chemisch lijkt op amfetamine. Om die reden wordt het soms als partydrug gebruikt. De medicatie is onder studenten ook populair om beter te kunnen blokken.

Gedrags- en emotionele problemen

Om leerlingen in het gewoon onderwijs zo goed mogelijk te begeleiden, registreert het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ‘gemotiveerde verslagen’. Een gemotiveerd verslag type 3 geeft aan dat de school behoefte heeft aan expertise rond gedrags- en emotionele problemen (waaronder ADHD en ADD). Bij type 9 gaat het om expertise rond autisme (ASS). Niet elk gemotiveerd verslag betekent dat er een diagnose gesteld is.

In het schooljaar 2020-2021 gaat iets meer dan een derde van de gemotiveerde verslagen over de behoefte aan expertise rond types 3 en 9. Het CLB registreerde ook opvallende stijgingen: type 3 ging van 3100 naar 4278 verslagen en type 9 van 4159 naar 5386 verslagen. In het buitengewoon onderwijs is het aantal inschrijvingen van leerlingen met ASS sinds 2016 meer dan verdubbeld. In 2016 waren dat er nog 5087, in 2020 12.518.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content