Opinie

Jolien Plaete

‘Als we de wereld willen blijven voeden, moeten we de overconsumptie van industriële voeding aanpakken’

Jolien Plaete Stafmedewerker gezonde voeding bij het Vlaams Instituut Gezond Leven

De consument kan een belangrijke bijdrage leveren aan het probleem van voedselonzekerheid, mét hulp van de overheid en andere actoren, aldus Jolien Plaete van gezond Leven.

De oorlog in Oekraïne, de nasleep van corona en de klimaatopwarming doen ons vrezen voor een wereldwijde voedselcrisis. Onze winkelkar wordt alsmaar duurder en voedselonzekerheid blijft over de hele wereld toenemen. De roep om de voedselproductie veilig te stellen en te verhogen klinkt daardoor steeds luider.

In de tot nu toe gepubliceerde artikels en opiniestukken lag de nadruk telkens sterk op één kant van het verhaal: we zouden meer moeten produceren en verbeteringen op productievlak nastreven. Toch kan er in westerse landen ook nog veel winst geboekt worden door ons consumptiepatroon aan te passen: meer van andere voedingsmiddelen eten, en overconsumptie en voedselverliezen vermijden. Het dringende karakter en de omvang van de uitdaging waar we voor staan, vraagt dus om actie op verschillende vlakken. De oplossing ligt in een duurzaam voedingssysteem, waarvoor de urgentie nu groter is dan ooit. Van boer tot bord, want ook de consument speelt een belangrijke rol binnen dat voedingssysteem.

Eerlijk is eerlijk: ons huidige voedingspatroon is niet houdbaar.

Eerlijk is eerlijk: ons huidige voedingspatroon is niet houdbaar. Niet voor onszelf – en onze eigen gezondheid – en niet voor de planeet. We kopen en eten meer dan we nodig hebben, met veel overgewicht en voedselverspilling tot gevolg. Als we de komende jaren blijven vasthouden aan hetzelfde menu, krijgen we (nog meer) te maken met de opwarming van de aarde en extreme weersomstandigheden, zoals droogte en extreme neerslag, die onder meer tot mislukte oogsten leiden.

Gemiddeld gooit elke Vlaming jaarlijks maar liefst 37 kg voedsel en dranken weg. Voedselverlies dat tegengegaan kan worden door gericht aankopen te plannen en voeding beter te bewaren. We eten bovendien te veel en van het verkeerde voedsel. Onlangs nog rapporteerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over uit de pan swingende obesitascijfers (55% van de Belgen heeft overgewicht, 21% obesitas). Naast de gezondheidsrisico’s die dat met zich meebrengt, is er ook de daaraan verbonden torenhoge kost. Sciensano maakte de berekening en komt op 4,5 miljard per jaar aan kosten voor ons land. Denk maar aan medische kosten bij de ontwikkeling van aandoeningen die aan obesitasgerelateerd zijn (bv. hart- en vaatziekten of diabetes), maar ook indirecte kosten die werkloosheid of ziekteverlof met zich meebrengen.

Verder heeft de overconsumptie ook een overbodige impact op het milieu. Die impact kan beschouwd worden als een vorm van voedselverlies of een inefficiënt gebruik van voedsel, doordat meer voeding geconsumeerd wordt dan noodzakelijk. Het zijn vooral producten die geen nuttige of mogelijk zelfs een negatieve bijdrage leveren aan de gezondheid, waarvan we overconsumptie moeten terugdringen. Het gaat hier over zogenaamde ‘lege calorieën’, zoals gesuikerde frisdrank, hartige snacks, zoetigheden en alcoholische dranken. Ze leveren energie (calorieën), maar weinig of geen nuttige voedingsstoffen (vooral suiker en/of vet). Lege calorieën vullen wel, maar zijn niet voedzaam. Hoewel ze overbodig zijn, zitten ze toch sterk verankerd in onze voedingsgewoonten. En we eten er al snel te veel van, omdat ze aantrekkelijk, overal verkrijgbaar en makkelijk te consumeren zijn. De Vlaming haalt gemiddeld een derde van zijn dagelijkse voedselinname uit de groep van lege calorieën. Ze helemaal schrappen is niet nodig, maar we kunnen deze producten wel minder vaak en in kleine porties eten.

Kortom, de consument is van groot belang om tot een duurzamer voedingssysteem, en dus voedselzekerheid te komen. Maar in zijn eentje zal het niet lukken. Onze keuzes en ons eetgedrag worden immers gevormd door tal van factoren, zoals onze competenties die nodig zijn om gezond en milieuverantwoord te eten, en onze drijfveren om dat ook effectief te gaan doen (of net niet). Een andere belangrijke factor is de omgeving waar iemand leeft: of er een groot aanbod is van ongezonde voeding in de buurt of eerder van gezonde voeding. Daarom spelen ook het beleid en de betrokken actoren in de voedselketen ((primaire) producent, retail, horeca, catering …) een belangrijke rol. Zij kunnen gezonde en milieuverantwoorde voedingskeuzes voor consumenten beschikbaar, gemakkelijker en aantrekkelijker maken.

De voedingsdriehoek kan daarbij dienen als kompas richting dergelijke keuzes. In 2021 onderzochten we namelijk de synergie tussen een gezond voedingspatroon en voeding met een lagere milieu-impact. Wat blijkt: gezonder eten heeft ook een gunstige milieu-impact. Een voedingspatroon met minder voedsel van dierlijke oorsprong, en minder sterk bewerkte producten die beschouwd worden als lege calorieën leidt tot een win-win.

Het consumptiepatroon (en ideaal gezien ook de productie) meer laten aansluiten bij de adviezen van de voedingsdriehoek vormt dus een cruciale bijdrage aan een toekomstbestendig voedselsysteem.

Meer lezen over milieuverantwoorde voedselconsumptie? Raadpleeg ons synthesedocument (Opgesteld i.s.m. departement Omgeving en experten op het vlak van gezonde en milieuverantwoorde voeding)

Partner Content