Is het niet hypocriet dat cafés geen reclame meer mogen maken voor bier, maar wel voor frisdrank? Zijn tien glazen cola per week dan gezonder dan tien glazen bier? (Dries Van den Bossche, Gent)
...

Is het niet hypocriet dat cafés geen reclame meer mogen maken voor bier, maar wel voor frisdrank? Zijn tien glazen cola per week dan gezonder dan tien glazen bier? (Dries Van den Bossche, Gent)Frieda Matthys: Het nieuwe advies van de Hoge Gezondheidsraad om alle reclame voor alcohol te verbieden focust natuurlijk alleen op alcohol en het wetenschappelijke onderzoek daarrond. Uiteraard zijn er andere zaken die ook ongezond zijn, zoals te veel suiker. Alleen heeft de inperking van alcohol iets meer prioriteit. De gevolgen van alcohol kunnen erg destructief zijn voor de drinker, zijn omgeving én de maatschappij. Bovendien is alcohol zeer verslavend. Voor suiker geldt dat ook, maar toch in iets mindere mate. In hoeverre beïnvloedt iemands constitutie, BMI of vetpercentage de opname en afbraak van alcohol door zijn lichaam? (Kristoff Overmeire, Eke)Matthys: Het vetpercentage speelt niet zo'n grote rol: alcohol wordt opgelost in vocht, niet in vet. Vooral het aantal liters bloed en vocht in iemands lichaam bepaalt hoe snel zijn alcoholspiegel stijgt. Bij een grote, brede man zal het iets langer duren voor hij dronken wordt dan bij een kleine, fijne vrouw. Vrouwen hebben gemiddeld ook een iets hoger vetpercentage, waardoor hun alcoholspiegel sneller stijgt. Hoe snel alcohol wordt afgebroken, is vooral genetisch bepaald: de ene mens heeft een sneller metabolisme dan de andere. Hoe kan het dat in elk benzinestation nog altijd dag en nacht alcohol wordt verhandeld in vrij grote verpakkingen? (Koen Decoodt, Gent )Matthys: Dat is inderdaad onbegrijpelijk. Wij ijveren al lang voor een verbod, maar de overheid is bang om tegen de haren van kiezers en bedrijven in te strijken, zeker als er economische belangen mee gemoeid zijn. Er wordt, onder meer met de BOB-campagnes, zo hard gevochten tegen alcohol achter het stuur. Waarom mag je er dan verkopen langs de (snel)wegen? Voor nachtwinkels geldt overigens hetzelfde: waarom moet daar alcohol worden verkocht? Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) antwoordt daarop dat ook mensen zonder alcoholprobleem naar de nachtwinkel gaan. Dat kan best, maar voor hen zou het ontbreken van drank midden in de nacht geen groot probleem zijn. De Hoge Gezondheidsraad pleit voor een alcoholverbod voor jongeren. Denkt u niet dat dat zal leiden tot stiekem drinken en daardoor ook tot meer verslavingen, omdat er geen controle meer is? (Filip Dhont, via Facebook)Matthys: Dat argument gebruikte minister De Block ook al: als je iets verbiedt, wordt het extra aanlokkelijk. We weten dat dat niet klopt. Enkele jaren geleden is er voor het eerst een leeftijdsgrens gekomen, op zestien jaar. Sindsdien is het alcoholgebruik bij twaalf- en dertienjarigen gedaald. Nu vinden we het vanzelfsprekend dat twaalfjarigen niet drinken, maar twintig jaar geleden kreeg iedereen een glas vanaf de plechtige communie. Door de grens op te trekken tot achttien jaar - en in de toekomst waarschijnlijk nog hoger - wil de Hoge Gezondheidsraad een mentaliteitsverandering teweegbrengen. De hersenen zijn pas volledig emotioneel uitgerijpt op 24 à 25 jaar. Als je te jong begint met alcohol, vergroot de kans op problemen. De zelfcontrole, die wordt geregeld in de prefrontale cortex, kan dan bijvoorbeeld minder goed ontwikkelen. VRAAG VAN DE WEEK Vroeger mochten mannen 21 glazen per week drinken en vrouwen 14, nu ligt de grens voor iedereen op 10. Wat verklaart die daling? En waarom is er geen verschil meer tussen man en vrouw? (Josee Jansens, Kasterlee)Matthys: Het is moeilijk om wetenschappelijk onderzoek te voeren naar dit thema. Je zou 100 mensen tientallen jaren lang 10 glazen alcohol per week moeten laten drinken, nog eens 100 mensen 20 glazen, een andere groep 5, enzovoort. Maar dat is praktisch en ethisch onmogelijk. Daarom moeten we ons baseren op enquêtes over drinkgewoontes. Het aantal onderzoeken neemt de laatste jaren enorm toe, waardoor de cijfers accurater worden. Daaruit blijkt dat we de grens nog moeten verschuiven én dat de verschillen in gezondheidsschade tussen mannen en vrouwen niet zo groot zijn.