Benny Vancampfort is voltijds educatief medewerker bij OKRA regio Kempen. Hij kreeg op zijn 17e de diagnose van de ziekte van Crohn.
...

Benny Vancampfort is voltijds educatief medewerker bij OKRA regio Kempen. Hij kreeg op zijn 17e de diagnose van de ziekte van Crohn. "Het was niet vanzelfsprekend om de diagnose te aanvaarden. In eerste instantie negeerde ik ze gewoon. Ik was jong en wilde alles uit het leven halen. Tot ik lichamelijk helemaal leeg was en in het ziekenhuis aan een infuus belandde, met een ontsteking over mijn hele dunne darm. Ondertussen weet ik: Benny met de ziekte van Crohn bestaat. Maar daarnaast is er ook Benny de werknemer, Benny de vriend, Benny de partner... Soms vraagt Benny met de ziekte van Crohn heel veel energie en tijd. Dan moeten de andere Benny's plaats ruimen." "Ik werk voltijds, was ook enkele jaren directeur van de regio Kempen. Maar de functie was niet helemaal wat ik ervan verwachtte. Als directeur moet je ook voortdurend beschikbaar zijn en dat is met mijn ziekte niet vanzelfsprekend. Sinds begin dit jaar ben ik dus weer educatief medewerker." "Dat organisaties zoals UZ Leuven en Mensura mee in Activ84worK zaten, gaf het gevoel dat ik een ruggensteun had. Je krijgt snel het stempel van profiteur als je thuis wilt werken. 's Morgens, als mijn darmen op gang komen, heb ik de meeste problemen. File geeft me dan veel stress. Het vreet energie. Die kan ik beter gebruiken om effectief te werken. Ik werk nu minstens 1 keer per week van thuis uit en soms meer, afhankelijk van de periode en hoe ik me voel. Ik ben geneigd thuis nog net dat tikkeltje meer te doen, om te bewijzen dat ik het gegeven vertrouwen zeker niet beschaam. Ik geniet van meer autonomie en ben ook gemotiveerder." "Via Activ84worK ben ik er ook achter gekomen dat ik recht heb op de Vlaamse ondersteuningspremie. Vroeger werkte ik in de week extra uren, zodat ik vrijdagmiddag vrij had om naar het ziekenhuis of de dokter te gaan. Nu worden die gemiste uren door de premie vergoed. Dat maakt dat er ook meer energie en tijd overblijven voor fijne zaken." "Dat een coördinator de gesprekken met mijn werkgever faciliteerde, haalde drempels weg. Er is toch nog altijd een taboe. Je ziet ook niet dat ik ziek ben. Mijn collega's wisten het wel, maar wat de ziekte precies inhield, daar had ik niet over uitgeweid. Het is ook niet de meest smakelijke ziekte om over te praten." "Ik weet ondertussen dat er 2 manieren zijn om met mijn ziekte om te gaan. Ik kan alles op zijn beloop laten en daar achteraf de rekening voor betalen. Dat betekent dat ik dan minstens een maand afwezig ben. Een maand die mijn werkgever moet betalen, terwijl hij daar geen werkkracht voor terugkrijgt. Of ik kan het af en toe rustiger aan doen of even pauze nemen als dat nodig is. Zo kan ik blijven werken en vermijd ik langdurige afwezigheden. Dat is winst voor mij én mijn werkgever." Tine Bergen