Via het platform Tekennet roept Sciensano Belgen op om melding te maken van tekenbeten en waar ze gebeurd zijn. Op die manier tracht Sciensano de tekenpopulatie in beeld te brengen. Vorig jaar werden 6.312 tekenbeten op die manier gemeld, een aantal dat opvallend lager is dan de vorige jaren: 8.615 in 2018, 9.220 in 2017 en 9.741 in 2016.

Ruim de helft van de beten werd gemeld in Vlaanderen (53,3 procent), slechts 1,1 procent werd gemeld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 45,4 procent in Wallonië. In vergelijking met het aantal inwoners is de kans op een tekenbeet wel groter in Wallonië dan in Vlaanderen. 'De daling in 2019 is wellicht te wijten aan extremere weersomstandigheden', zegt onderzoekster Katrien Tersago. 'Teken gedijen het best in warmer, vochtig weer. Ook het aantal lichturen per dag is belangrijk. Te warm en te droog weer zorgt ervoor dat ze zullen uitdrogen. Dan kruipen ze weg in de begroeiing of in een humuslaag en wachten andere weersomstandigheden af.'

Teken doorlopen drie levenscycli en kunnen twee tot zeven jaar leven. Ze kunnen ook heel lang overleven op één bloedmaaltijd, soms zelfs tot een jaar. Wanneer het hard vriest, sterft een deel van de populatie af.

Teken kunnen de ziekte van Lyme of Borreliose veroorzaken maar de kans op besmetting na een tekenbeet is eerder beperkt. 'Slechts 14 procent van de teken is geïnfecteerd en de kans op overdracht is zeer klein', zegt Tersago. 'Wanneer er wél overdracht is, krijgt een deel van de mensen ook antistoffen. Het risico om echt ziek te worden na een tekenbeet is slechts 1 à 3 procent.'

Toch herinnert Sciensano er aan dat het belangrijk is om na een activiteit in de natuur het hele lichaam te controleren op een mogelijke beet. Bij symptomen zoals een rode cirkelvormige vlek op de plaats van de beet of het optreden van een griepachtig ziektebeeld (zoals koorts en spier- of gewrichtspijnen) na een tekenbeet wordt aangeraden om een arts te raadplegen.

Ook dit jaar blijft Sciensano het aantal tekenbeten op mensen in België opvolgen en roept iedereen op om een beet te melden via TekenNet. Meer informatie over preventie van tekenbeten op www.tekenbeten.be

Hoe verwijder je een teek?

Verwijder de teek zo snel mogelijk in zijn geheel. Gebruik hiervoor een speciale tekentang (grijptangetje of koevoetje). Neem de teek zo dicht mogelijk tegen de huid van het slachtoffer vast zodat je de buik niet plet en de teek mogelijk de bacterie doorgeeft door te braken. Gebruik ook geen alcohol, ether of een brandende sigaret. Ook zo vermijd je dat de teek gaat braken Trek de teek geleidelijk maar stevig uit de huid. Druk de teek plat. Reinig het wondje met water en gebruik een niet-verkleurend ontsmettingsmiddel. Noteer datum en plaats van de beet. Observeer die plaats regelmatig.

Vaak denken mensen dat het gevaarlijk is als er een stukje van de poten of het hoofd blijft vasthaken in je huid. Dat is een misverstand. De bacterie wordt zo niet doorgegeven. het kan wel een kleine infectie veroorzaken. Verzorg het wondje dus.

Via het platform Tekennet roept Sciensano Belgen op om melding te maken van tekenbeten en waar ze gebeurd zijn. Op die manier tracht Sciensano de tekenpopulatie in beeld te brengen. Vorig jaar werden 6.312 tekenbeten op die manier gemeld, een aantal dat opvallend lager is dan de vorige jaren: 8.615 in 2018, 9.220 in 2017 en 9.741 in 2016. Ruim de helft van de beten werd gemeld in Vlaanderen (53,3 procent), slechts 1,1 procent werd gemeld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 45,4 procent in Wallonië. In vergelijking met het aantal inwoners is de kans op een tekenbeet wel groter in Wallonië dan in Vlaanderen. 'De daling in 2019 is wellicht te wijten aan extremere weersomstandigheden', zegt onderzoekster Katrien Tersago. 'Teken gedijen het best in warmer, vochtig weer. Ook het aantal lichturen per dag is belangrijk. Te warm en te droog weer zorgt ervoor dat ze zullen uitdrogen. Dan kruipen ze weg in de begroeiing of in een humuslaag en wachten andere weersomstandigheden af.' Teken doorlopen drie levenscycli en kunnen twee tot zeven jaar leven. Ze kunnen ook heel lang overleven op één bloedmaaltijd, soms zelfs tot een jaar. Wanneer het hard vriest, sterft een deel van de populatie af. Teken kunnen de ziekte van Lyme of Borreliose veroorzaken maar de kans op besmetting na een tekenbeet is eerder beperkt. 'Slechts 14 procent van de teken is geïnfecteerd en de kans op overdracht is zeer klein', zegt Tersago. 'Wanneer er wél overdracht is, krijgt een deel van de mensen ook antistoffen. Het risico om echt ziek te worden na een tekenbeet is slechts 1 à 3 procent.' Toch herinnert Sciensano er aan dat het belangrijk is om na een activiteit in de natuur het hele lichaam te controleren op een mogelijke beet. Bij symptomen zoals een rode cirkelvormige vlek op de plaats van de beet of het optreden van een griepachtig ziektebeeld (zoals koorts en spier- of gewrichtspijnen) na een tekenbeet wordt aangeraden om een arts te raadplegen. Ook dit jaar blijft Sciensano het aantal tekenbeten op mensen in België opvolgen en roept iedereen op om een beet te melden via TekenNet. Meer informatie over preventie van tekenbeten op www.tekenbeten.be