Sporten bij hoge zomerse temperaturen is zwoegen en veel drinken, terwijl je nat van het zweet naar adem snakt. Slechts 20 tot 25% van de verbruikte energie zetten de spieren om in beweging. De rest wordt getransformeerd in warmte. Zonder afkoeling zou je temperatuur na een uur stevig sporten 10 graden hoger zijn dan normaal, ruim boven wat het lichaam kan verdragen. Die warmte moeten we zien kwijt te raken. Dat lukt het best als het fris is. Koele temperaturen in de buurt van 11 à 13 graden zijn ideaal voor lopers. In de zomer heb je die vooral in de vroege ochtend. Voor fietsers is dat vaak te fris, omdat de wind van het fietsen de afkoeling bevordert. Zij kunnen de hogere temperaturen in de loop van de dag veel beter aan.
...

Sporten bij hoge zomerse temperaturen is zwoegen en veel drinken, terwijl je nat van het zweet naar adem snakt. Slechts 20 tot 25% van de verbruikte energie zetten de spieren om in beweging. De rest wordt getransformeerd in warmte. Zonder afkoeling zou je temperatuur na een uur stevig sporten 10 graden hoger zijn dan normaal, ruim boven wat het lichaam kan verdragen. Die warmte moeten we zien kwijt te raken. Dat lukt het best als het fris is. Koele temperaturen in de buurt van 11 à 13 graden zijn ideaal voor lopers. In de zomer heb je die vooral in de vroege ochtend. Voor fietsers is dat vaak te fris, omdat de wind van het fietsen de afkoeling bevordert. Zij kunnen de hogere temperaturen in de loop van de dag veel beter aan. Ben je geen ochtendmens of slaan zelfs de ochtendtemperaturen je loodzwaar in de nek, bijvoorbeeld tijdens een hittegolf, dan moet de juiste kledij het verschil maken. Sommige mensen zweren bij natuurlijke vezels zoals katoen. Heel licht geweven voelt dat best fris aan, maar katoen houdt vocht vast, waardoor het klam wordt als je begint te zweten en het onaangenaam tegen je lijf gaat kleven. Zeker bij een hoge luchtvochtigheid. Synthetische sportkledij, meestal op basis van kunstvezels in polyester, heeft een streepje voor. De vezels nemen het zweet snel op en rekken het breed uit, waardoor het gemakkelijk verdampt. Denk aan de dikke druppels die na een zomerse regenbui op een warm autodak blijven liggen en die je letterlijk voor je ogen ziet verdampen als je ze open veegt. Microfibers, ultrafijne kunstvezels, vergroten dat effect nog. Door open weeftechnieken en vormgeving bieden kunstvezels ook een ander huidcontact, waardoor ze zelfs nat een beter draagcomfort geven en de ventilatie- en stralingscapaciteit opdrijven, wat de warmte-evacuatie bevordert. Kunstvezels bestaan in veel soorten en afwerkingen. Het effect op het vlak van verdampingskwaliteit, geurvorming, bescherming tegen ultraviolet zonlicht en comfortgevoel kan bijzonder groot zijn. Kwaliteitsmerken hebben een naam hoog te houden en scoren doorgaans beter dan goedkoper spul, maar wat voor jou werkt en duurzaam is, kun je alleen achterhalen door te kopen en te testen. Er bestaat nauwelijks onafhankelijk onderzoek naar. Als huidbacteriën lichaamsafscheidingen zoals zweet, talg en dode huidcellen afbreken en de afvalstoffen zich chemisch verankeren in de kunstvezels, ontstaat soms een lelijke geur, die je moeilijk weg krijgt. Om dat tegen te gaan, verwerken producenten onder andere zilverionen in de vezels, waarvan bewezen is dat ze de bacteriegroei onderdrukken. Vaak vermelden producenten niet welke stoffen ze in hun kledij verwerken, maar alleen dat hun kledij geurwerend of hygiënisch is. Dat neem je beter met een korrel zout. In een Zweedse test vertoonde 28% van de zogezegd geurbestrijdende kledingstukken nog voor de eerste test niet het minste effect, en 60% verloor alle werking na 10 wasbeurten. Slechts enkele producten behielden het effect daarna. Een Amerikaans onderzoek stelde een hoog en duurzaam effect vast, zelfs na 3 wasbeurten van 24 uur. Maar dat was niet het hoofddoel van het onderzoek en het testte slechts 1 merk. Behalve op je eigen neus kun je dus op weinig betrouwbare informatie rekenen. De luchtvochtigheid is een belangrijke factor in onze warmtehuishouding. Een groot deel van onze lichaamswarmte raken we kwijt door straling - de warmte die je voelt als je je hand dicht bij een lichaam houdt. Als die straling niet meer volstaat om warmte te lozen, dan schiet een tweede mechanisme te hulp: zweten. Als zweet verdampt, zuigt het warmte mee uit het lichaam. De luchtvochtigheid heeft een groot effect op de mogelijkheid om af te koelen. Bij een lage vochtigheidsgraad verdampt zweet makkelijk, wat een lekker koelend effect geeft. Maar dat is in ons land zelden het geval: de luchtvochtigheid is meestal hoog, wat de verdamping belemmert. Bij echt hoge waarden voelt de lucht zwoel en zwaar aan. Het is laf, wordt dan gezegd. Of: er zit geen zuurstof in de lucht. Fout natuurlijk, want er zit altijd voldoende zuurstof in de lucht. Het is gewoon de hoge luchtvochtigheid die je parten speelt. Naarmate de temperatuur en de luchtvochtigheid hoog oplopen - dat laatste kun je achterhalen op de website van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) - neemt de mogelijkheid om warmte kwijt te raken hoe dan ook verder af. Wie goed getraind is én gewend is aan de omstandigheden, kan die hoge temperatuur en luchtvochtigheid beter aan. Ben je dat niet, dan doe je het op warme dagen beter rustig aan.