Are Kalvø raakt steeds meer vrienden kwijt aan de natuur. Goede vrienden, met wie je vroeger eindeloos kon ouwehoeren in de kroeg, blijken opeens natuurmensen te zijn geworden. Personen voor wie alleen de beste outdooruitrusting goed genoeg is, aangeschaft in de duurste speciaalzaken. Mensen die selfies op wandelpaden, op bergtoppen, in bossen en hutten op de sociale media zetten. Wat bezielt die outdoortypes? Knack biedt u een voorpublicatie.

***

Ik heb het gevoel dat ik best veel begrijp. Er zijn veel dingen die ik stom vind. Maar zelfs die kan ik meestal ook wel begrijpen, met een beetje goede wil. En als ik alleen ben.

Maar er zijn drie dingen in het leven die ik echt moeilijk kan doorgronden. Religie. Drugs. En het outdoorleven. En die drie hebben veel gemeen. Alle drie worden ze gekenmerkt door te veel zucht naar zelfbevrediging, te weinig humor, te veel mensen die maar over één ding kunnen praten, en als je je grenzen niet kent en niet op tijd weet te stoppen, zijn ze alle drie levensgevaarlijk.

Laten we de drugs even links laten liggen. Dat is sowieso altijd een goed plan. Ik heb een behoorlijk serieuze poging ondernomen om wat meer van het outdoorleven en de lokroep van de natuur te begrijpen. Ik heb veel gelezen, heb met mensen gesproken, gegoogeld, films bekeken, en ik heb geprobeerd om met een aantal van de vele vrienden die ik aan de natuur ben kwijtgeraakt te praten.

Die waren niet zo gemakkelijk te pakken te krijgen, omdat de meesten het te druk hadden met sokken drogen en beslissen of ze of #buitenisbest of #hetlevenisbeterbuiten op Instagram moesten zetten, of dat ze eens helemaal los zouden gaan en gek zouden doen door gewoon beide hashtags te gebruiken.

Outdoor, de nieuwe godsdienst

Maar ik heb ze uiteindelijk gesproken. Een paar dingen werden duidelijker. En het is dus domweg godsonmogelijk om niet te zien hoeveel outdoor-activiteiten en religie gemeen hebben.

Probeer dit maar eens: blader een paar van de duizend koffietafelboeken door die elk jaar over het goede leven in de natuur verschijnen. Bekijk daarna het laatste jaar van de Facebook- of Instagram pagina's van vrienden die zich tot de natuur hebben bekeerd. En tot slot googel je 'charismatic christianity'. Op alle drie plekken zul je het hetzelfde aantreffen: heel veel foto's van verdacht blije mensen die hun armen naar de hemel uitstrekken.

Misschien is dat iets menselijks. Misschien is het een reflex. Maar het is blijkbaar volslagen onmogelijk om je op een bergtop te laten fotograferen zonder je armen ten hemel te heffen. Natuurlijk staan er niet alleen maar omhooggestoken armen in de koffietafelboeken en op sociale media. Maar vrijwel alle foto's in die boeken en op internet hebben onmiskenbaar iets halleluja-achtigs over zich. Allemachtig, wat kijken die mensen ontzettend blij. Ze schieten bijna vol. Je ziet opgestoken duimen. Je ziet mensen in natte kleren die elkaar omarmen. Blije kinderen, ook al is het koud, want ze hebben dikke kleren aan, en ze zijn gelukkig omdat ze het gevoel hebben dat ze iets hebben gepresteerd en omdat ze geleerd hebben om eten en hutten en speelgoedauto's te maken van dennentakjes en regen.

De verloren vrienden met wie ik hierover heb gepraat hebben ook iets halleluja-achtigs. Zo geven ze bijvoorbeeld blijk van dezelfde zendingsdrang als de meeste verse bekeerlingen. Oké, laten we aardig blijven. Laten we het zendingslust noemen. Of nee. Laten we toch maar zendingsdrang zeggen. Ze willen ons, de anderen, overtuigen. En dat doen ze op twee manieren. Ofwel ze vertellen ons dat we in de natuur dingen kunnen beleven die je nergens anders meemaakt, ofwel - en dat is veel merkwaardiger - ze vertellen dat je in de natuur precies hetzelfde kunt beleven als overal elders. En daar beginnen outdoormensen iets te veel te lijken op de mensen die in hun jeugd op een christelijk zomerkamp waren en die iedereen ervan probeerden te overtuigen dat het er daar minstens even wild aantoe ging als op Ibiza.

De vers bekeerde outdoormensen vertellen je, alsof het tieners zijn die een geheim hebben ontdekt, wat er allemaal wel niet gebeurt in die berghutten. Herinner je je die hutten nog? Fokstogu en Myggheim en Styggemannshytta en Kråkebu en Dæven en Rasskatten. Die hutten dus. Je moet niet denken dat het daar saai is, zeggen de bekeerlingen met een vette knipoog. Nee, integendeel. Hutten? De grootste hutten lijken eigenlijk meer op hotels. En daar gaat het er wild aan toe. Eten en wijn en - hier pauzeren ze meestal even en kijken om zich heen voordat ze hun zin afmaken - gerotzooi. Er wordt wat af gerotzooid in die hutten. De bergen? De grootste vleesmarkt ter wereld. Oh yes, siree.

Wat ze dus eigenlijk zeggen is dat als je een uur of zes, zeven in de regen tegen een berg op loopt, je op een plek komt waar je - als het meezit - exact hetzelfde kunt meemaken als je op elke willekeurige avond in elke willekeurige stad kunt beleven. Alleen hoef je in de stad niet aan te kijken tegen een tamelijk enge leraar Duits die je in zijn ondergoed zit aan te staren. En als je je in de stad verveelt of je geen geluk hebt, kun je altijd nog naar een andere tent gaan. Of naar huis. Dat kan in de bergen niet. Want daar is de dichtstbijzijnde tent een hut die vijftig kilometer verderop ligt. En die Bykkspyttkjertelen - Alvleesklier - heet.

Lijden de mensen die zich buiten zo nietig zeggen te voelen niet vooral aan een opgeblazen zelfbeeld?

Die zendingsdrang komt het duidelijkst tot uiting op internet. Zending is natuurlijk gewoon een ouderwets woord voor wat we tegenwoordig opschepperij noemen. Niemand trekt de natuur in zonder dat vooral aan anderen te vertellen. Zoveel mogelijk anderen. Met zoveel mogelijk hashtags. Veel mensen posten zo veel foto's met zo veel hashtags dat het internet bijna verstopt raakt. En daar beginnen ze op godsdienstfanaten te lijken. Want net als mensen die in een ander opzicht het licht hebben gezien, kennen ook zij weinig terughoudendheid, weinig nuance. Weinig 'ik ben met iets nieuws begonnen, maar weet niet of dat voor andere mensen wel zo interessant is'. Nee. Alleen maar ongegeneerde opschepperij. 'Kijk naar mij! Kijk eens wat ik heb ontdekt! Iets beters bestaat er niet! Dit is de waarheid en de weg!' #ganaarbuiten #komvandiebankaf #buitenisbest #mijn speelterrein #buitenlevenbeterleven #bergenbest #ilovenorway #nietbinnenzitteninternetshoppenalseenidioot #opeenbergtopstaanmetjearmenomhoogenmetblotebillenisdewegnaargeluk.

'Trek wat kleren aan en ga het land regeren, idioot!'

Mensen krijgen ook openbaringen in de natuur. Mensen gaan de natuur in om antwoorden te vinden. Toen Jonas Gahr Støre besloot om ja te zeggen op het verzoek om leider van de grootste politieke partij in Noorwegen te worden, en daarmee in feite ook besloot om zich in de strijd om het premierschap te storten, vertelde hij op de persconferentie dat hij die beslissing had genomen tijdens een bergtocht. Een bergtocht in zijn eentje. Misschien knikken veel mensen instemmend als ze zoiets lezen. Maar ik denk: serieus? Je hebt helemaal in je eentje in de natuur besloten dat je premier wilt worden. Had je daar niet beter met iemand over kunnen praten? Een volwassene, bijvoorbeeld? Of je gezin? Politici die willen laten zien dat ze sterk en volks zijn - en dat willen ze allemaal - die trekken de natuur in. Zelfs Angela Merkel wordt regelmatig afgebeeld terwijl ze 's zomers met een wandelstok in de bergen loopt. Vladimir Poetin stuurt te pas en te onpas foto's de wereld in van zichzelf in de natuur, met een hengel of op een paard, met bloot bovenlijf. En dan hopen die politici kennelijk dat we hen gaan zien als mensen van vlees en bloed die één zijn met de natuur. Als ik een van mijn politiek leiders met een blote bast op een paard zou zien zitten, zou mijn eerste gedachte niet zijn: wat een sterke leider. Daar ga ik op stemmen. Ik denk dan: waar ben jij in godsnaam mee bezig? Trek wat kleren aan en ga het land regeren, idioot!

De laatste drie, vier verkiezingen in de VS hebben aangetoond dat het cliché van de Amerikaanse droom daadwerkelijk klopt, zij het niet precies op de manier die ons altijd is voorgehouden: het is inderdaad zo dat iederéén president kan worden van de Verenigde Staten. Zowel realityshow-miljonairs als mensen met familie uit Afrika en Hussein als tweede naam kunnen in Amerika de absolute top bereiken. Zelfs vrouwen lukt dat bijna. Maar wie je ook bent, je moet wel in God geloven. Je hebt echt een probleem als je het vertikt om God bless America te zeggen omdat je denkt dat God niet bestaat en je religie eigenlijk maar stom vindt.

Hier in Scandinavië is dat anders. Hier hebben we atheïstische premiers gehad en hier is het eerder zo dat je een grotere kans loopt om als politicus belachelijk gemaakt te worden als je wél gelovig bent. Onder de potentiële toekomstige ministers en premiers van Noorwegen hebben we onder anderen persoonlijke christenen, religieus ongeïnteresseerden, atheïsten en een paar gematigde moslims. Daar staat dan tegenover dat je in Scandinavië moeite zou hebben om stemmen te winnen als je openlijk zegt dat je niet snapt wat er nou zo leuk is aan bergtochten of dat het outdoorleven iets voor losers is. Zou het domweg zo zijn dat de natuur in onze tijd de plaats inneemt die het geloof vroeger had?

Een aantal onderzoeken heeft aangetoond dat Scandinaviërs de minst godsdienstige mensen ter wereld zijn. Zou het waar zijn, zoals sommige gelovigen beweren, dat we behoefte hebben aan iets wat groter is dan onszelf, iets wat een constante is in veranderende tijden, iets wat het verstand niet kan verklaren? In dat geval wil ik erop wijzen dat alles in de zin die ik net heb geschreven net zo goed kan slaan op een god als op een berg. Grappig, toch?

De outdoorwaanzin, Are Kalvø. ISBN 9789463820462. Uitgeverij Balans. 21,99 euro. Vanaf 22 oktober te koop.