De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is samen met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) gestart met een uitgebreid onderzoek naar de concentratie van PFAS in de lucht in de directe omgeving van de Oosterweelwerken en de site van 3M. Daarvoor worden verschillende bemonsteringstoestellen geplaatst die een permanente monitoring van het fijn stof mogelijk moeten maken. Die filters worden op hun beurt dan geanalyseerd op de aanwezigheid van PFAS.

Tot op vandaag bestaat er zowel in Vlaanderen als in België nog geen wettelijk kader dat omschrijft hoeveel PFAS er in de lucht gemeten mag worden. Daarom heeft VITO, op basis van de normen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), een tijdelijk toetsingskader opgesteld waarbij ervan wordt uitgegaan dat 20 procent van de totale blootstelling aan PFAS via de lucht gebeurt. Op die manier komt VITO op een toetsingswaarde van maximaal 0,44 ng/m3 voor de som van de 4 PFAS-verbindingen (PFOS + PFOA + PFNA + PFHx). De aanbeveling is om op korte termijn een volwaardige advieswaarde te bepalen.

Meer regen

Uit de eerste resultaten blijkt alvast dat er in de omgeving van de Lantis-werf en de 3M-site hogere PFAS-concentraties worden gemeten in vergelijking met de gebieden die verderop gelegen zijn. Wel liggen alle gemiddelde gemeten waarden stuk voor stuk onder de tijdelijke toetsingswaarde. Al moet wel een kanttekening worden gemaakt, aangezien het in juli en augustus beduidend meer regende dan de vorige jaren.

Met het plaatsen van de verschillende monitoringstoestellen wil de Vlaamse overheid de hoeveelheid fijn stof in de lucht in de omgeving van de Oosterweelwerken permanent monitoren om zo te kunnen ingrijpen bij het overschrijden van een waarschuwings- of actiedrempel. Tegen eind dit jaar zouden die drempelwaarden vastgelegd moeten kunnen worden.

Bij het overschrijden van de waarschuwingsdrempel zal op de werf gekeken worden of de stofreducerende maatregelen goed worden opgevolgd. Indien de actiedrempel wordt overschreden, zullen aanvullende maatregelen genomen worden, zoals extra beneveling van de gronden of zullen bepaalde activiteiten tijdelijk stilgelegd worden. 'Niet al het zwevend stof bevat evenveel PFAS, maar vermits aangetoond is dat PFAS op het stof gevonden is, is het meten van stof en daarop ingrijpen een goede aanpak om de PFAS -depositie mee te reduceren', klinkt het. 'Deze meetresultaten zijn erg belangrijk wanneer de toxicologen binnenkort de bloedstalen gaan analyseren. Naast blootstelling via voeding, grond of water, zijn inzichten omtrent de verspreiding van PFAS-deeltjes via de lucht van groot belang om nog doelmatiger conclusies te trekken over de impact van PFAS op de gezondheid en om de no-regret maatregelen te verfijnen', zegt Karl Vrancken, opdrachthouder voor de Vlaamse regering in de PFAS-problematiek.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is samen met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) gestart met een uitgebreid onderzoek naar de concentratie van PFAS in de lucht in de directe omgeving van de Oosterweelwerken en de site van 3M. Daarvoor worden verschillende bemonsteringstoestellen geplaatst die een permanente monitoring van het fijn stof mogelijk moeten maken. Die filters worden op hun beurt dan geanalyseerd op de aanwezigheid van PFAS.Tot op vandaag bestaat er zowel in Vlaanderen als in België nog geen wettelijk kader dat omschrijft hoeveel PFAS er in de lucht gemeten mag worden. Daarom heeft VITO, op basis van de normen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), een tijdelijk toetsingskader opgesteld waarbij ervan wordt uitgegaan dat 20 procent van de totale blootstelling aan PFAS via de lucht gebeurt. Op die manier komt VITO op een toetsingswaarde van maximaal 0,44 ng/m3 voor de som van de 4 PFAS-verbindingen (PFOS + PFOA + PFNA + PFHx). De aanbeveling is om op korte termijn een volwaardige advieswaarde te bepalen. Uit de eerste resultaten blijkt alvast dat er in de omgeving van de Lantis-werf en de 3M-site hogere PFAS-concentraties worden gemeten in vergelijking met de gebieden die verderop gelegen zijn. Wel liggen alle gemiddelde gemeten waarden stuk voor stuk onder de tijdelijke toetsingswaarde. Al moet wel een kanttekening worden gemaakt, aangezien het in juli en augustus beduidend meer regende dan de vorige jaren. Met het plaatsen van de verschillende monitoringstoestellen wil de Vlaamse overheid de hoeveelheid fijn stof in de lucht in de omgeving van de Oosterweelwerken permanent monitoren om zo te kunnen ingrijpen bij het overschrijden van een waarschuwings- of actiedrempel. Tegen eind dit jaar zouden die drempelwaarden vastgelegd moeten kunnen worden. Bij het overschrijden van de waarschuwingsdrempel zal op de werf gekeken worden of de stofreducerende maatregelen goed worden opgevolgd. Indien de actiedrempel wordt overschreden, zullen aanvullende maatregelen genomen worden, zoals extra beneveling van de gronden of zullen bepaalde activiteiten tijdelijk stilgelegd worden. 'Niet al het zwevend stof bevat evenveel PFAS, maar vermits aangetoond is dat PFAS op het stof gevonden is, is het meten van stof en daarop ingrijpen een goede aanpak om de PFAS -depositie mee te reduceren', klinkt het. 'Deze meetresultaten zijn erg belangrijk wanneer de toxicologen binnenkort de bloedstalen gaan analyseren. Naast blootstelling via voeding, grond of water, zijn inzichten omtrent de verspreiding van PFAS-deeltjes via de lucht van groot belang om nog doelmatiger conclusies te trekken over de impact van PFAS op de gezondheid en om de no-regret maatregelen te verfijnen', zegt Karl Vrancken, opdrachthouder voor de Vlaamse regering in de PFAS-problematiek.