Nieuw alzheimermedicijn is ‘medische mijlpaal’: wat betekent dit voor de patiënt?

© getty
Trui Engels Journalist Knack.be

De zoektocht naar doeltreffende alzheimermedicatie leek in slaap gedommeld, maar een nieuw medicijn is volgens neuroloog Sebastiaan Engelborghs mogelijk een doorbraak. ‘Er is vooruitgang, ook al gaat het met kleine stapjes.’

Het biotechnologiebedrijf Biogen en het Japanse farmaceutische bedrijf Eisai hebben een nieuw alzheimergeneesmiddel, lecanemab, ontwikkeld dat “de cognitieve achteruitgang van patiënten in een vroeg stadium in achttien maanden tijd met 27 procent vermindert, in vergelijking met een placebogroep”.

Het medicijn slaagt er in om het eiwit amyloïde te verwijderen, waarvan het samenklonteren tussen de hersencellen een van de eerste verschijnselen is die kan worden waargenomen bij alzheimer. Volgens sommige wetenschappers zouden die eiwitophopingen of plaques de oorzaak kunnen zijn van de ziekte. Ze leiden vermoedelijk tot het afsterven van zenuwcellen en veroorzaken zo geheugenverlies en andere symptomen.

Nieuw leven voor ‘dood spoor’

Nu hebben we een medicijn dat mogelijks een effect blijkt te hebben op de cognitieve functies.

Grote farmaceutische bedrijven als Pfizer hadden de zoektocht naar geneesmiddelen tegen amyloïde-ophopingen jaren geleden al opgegeven. Is er dan opnieuw hoop voor deze piste?

‘Iedereen ging ervan uit dat de amyloïde-hypothese in de papiermand mocht’, zegt Sebastiaan Engelborghs, professor neurologie (VUB) en neurowetenschappen (UAntwerpen). ‘Meer dan 90 procent van de klinische studies met anti-amyloïdemiddelen faalden. Nu hebben we een medicijn dat mogelijks een effect blijkt te hebben op de cognitieve functies. Die amyloïde-hypothese houdt dan toch enigszins steek, ook al is ze niet zaligmakend. Mocht amyloïde de oorzaak van alzheimer zijn, zou het “wegwassen” van dat eiwit uit het brein de ziekte in principe moeten stoppen. Dat gebeurt evenwel niet. Mensen blijven ondanks de behandeling achteruit gaan, maar wel trager. Het is onvoldoende om van een genezing te kunnen spreken, maar er is wel een effect.’

Kritische reacties

Patiëntenorganisaties reageren voorlopig eerder lauw op het nieuws over lecanemab. Eerder onderzoek naar een ander alzheimermedicijn van hetzelfde bedrijf Biogen, aducanumab, toonde geen significante verschillen aan ten opzichte van de placebogroep, tenzij men achteraf de hoogste dosissen apart beschouwde. Een dergelijke evaluatie is niet meteen volgens het boekje, waardoor het bedrijf veel van zijn geloofwaardigheid verloor.

Bovendien gaat het om een verbetering van de cognitieve achteruitgang van amper 0,45 op 18 punten op de CDR-schaal (een schaal die de ernst van de symptomen van dementie meet). Het is niet meteen duidelijk of zo’n miniem verschil wel merkbaar is in de praktijk.

Tot slot kan het medicijn, dat om de twee weken in een ziekenhuis via een infuus moet worden toegediend, best wel wat nevenwerkingen hebben, zoals hoofdpijn, duizeligheid en zwelling van de hersenen. Zo kreeg 21,3 procent van de patiënten die lecanemab toegediend kregen, hersenzwellingen of -bloedingen, tegenover 9,3 procent in de controlegroep. De meesten van hen waren wel asymptomatisch: maar 2,8 procent van de patiënten die het medicijn namen, vertoonden symptomen van hersenzwelling. Twee mensen die na de testperiode beslisten het medicijn verder te nemen, zijn overleden. Ook tijdens de studie zijn mensen gestorven, zowel in de medicijngroep als in de placebogroep.

Eerste keer ingrijpen in ziekteproces zelf

Ook Engelborghs wacht af hoe het medicijn voor de patiënt in de praktijk een verschil kan maken, maar op wetenschappelijk vlak is hij alvast enthousiast.

‘Dit is de eerste keer dat er bij de mens, en niet alleen bij muizen, wordt vastgesteld dat de cognitieve achteruitgang kan worden vertraagd. Het is wachten op de wetenschappelijke data over de duurzaamheid van het effect en de bijwerkingen. Een ander theoretisch voordeel is dat lecanemab inwerkt op de oplosbare vorm van amyloïde, dat zich iets vroeger in het ziekteproces voordoet dan het amyloïd-eiwit dat al neergeslagen is in het brein, waarop adecanumab zijn pijlen richt.’

Ook dat laatste medicijn heeft potentieel, meent de neuroloog. Al moet dat potentieel nog aangetoond worden door nieuwe klinische studies.

Engelborghs benadruk het belang van deelname aan wetenschappelijk onderzoek. ‘Er is vooruitgang,’ besluit hij hoopvol, ‘ook al gaat het met kleine stapjes.’

Wat betekent dit alles nu voor de patiënt zelf?

  • De medicijnen die de cognitieve achteruitgang vertragen, zijn nog niet goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA). Het bedrijf zal eind maart 2023 een aanvraag tot goedkeuring indienen. Pas daarna kan het medicijn geproduceerd worden en op de markt komen. De Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA startte al met een evaluatieproces waardoor lecanemab versneld goedgekeurd zou kunnen worden. Over de prijs is nog niets bekend.
  • Zowel lecanemab als adecanumab zijn enkel geschikt voor patiënten met een vroege diagnose. Voor mensen in een gevorderd stadium van de ziekte hebben deze medicijnen geen zin. In de toekomst zal een vroegdiagnose dus steeds belangrijker worden.
  • Het is niet duidelijk of er in het dagelijkse leven wel degelijk een verbetering merkbaar is in de cognitieve achteruitgang. Een biomedische achteruitgang betekent niet dat je het ook opmerkt in real life. Het medicijn grijpt bovendien in in de beginfase van de ziekte, wanneer de symptomen nog mild zijn.
  • Er zijn veel bijwerkingen en het bedrijf blijft karig met informatie hierover. Enkele proefpersonen zijn tijdens de studie gestorven aan een hersenbloeding, maar de link met het medicijn is niet duidelijk. Ook in de placebogroep zijn mensen gestorven.

Verschillende andere pistes

Het ultieme Alzheimermedicijn is niet de heilige graal, wel een combinatie van alzheimermedicijnen, benadrukt Engelborghs.

‘Er zijn nog veelbelovende pistes, zoals het eiwit tau dat bij de ziekte van Alzheimer neerslaat in de hersencellen van patiënten. Bij vrouwen zijn er dan weer aanwijzingen dat hormonen een rol spelen. Hormonale substitutietherapie zou het risico op alzheimer kunnen verlagen.’

Vandaag moeten we het echter doen met symptoombestrijding. ‘De medicijnen die beschikbaar zijn in de apotheek verzachten tijdelijk de symptomen van de ziekte zonder een effect te hebben op de evolutie van de ziekte zelf’, legt Engelborghs uit. ‘Daarnaast bieden we revalidatieprogramma’s aan. Ons land heeft twaalf erkende geheugenklinieken. Dat is dweilen met de kraan open, want de capaciteit van die geheugenklinieken is te beperkt.’

Dementierisico verlagen

Alzheimer helemaal voorkomen kan niet, maar we kunnen het risico wel een klein beetje verlagen.

Omdat het momenteel niet mogelijk is om de ziekte van Alzheimer te genezen, is preventie essentieel. Alzheimer helemaal voorkomen kan niet, maar we kunnen het risico wel een klein beetje verlagen.

‘Terwijl we vroeger dachten dat alzheimer onoverkomelijk was, weten we nu dat je dankzij een gezonde levensstijl je dementierisico met een paar procentpunten kan doen dalen of de eerste symptomen uitstellen in tijd.’

Hoe verlaag je je risico op dementie?

Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat een gezonde leefstijl op middelbare leeftijd het risico op dementie op hoge leeftijd verlaagt. Het gaat dan om voldoende bewegen, overgewicht vermijden, cognitief en sociaal actief blijven en een evenwichtige voeding (een voedingspatroon met onder meer grote porties (groene) groenten, noten, granen, vis en weinig rood vlees, kaas en boter. ) Tot 40 procent van toekomstige dementie zou zo vermeden kunnen worden.

Lees ook: Alzheimer uitstellen? Draag een hoorapparaat

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content