De mens zit soms raar in elkaar, niet? Als er iemand in een groep begint te lachen, is de kans groot dat de rest van het gezelschap volgt. Als iemand geeuwt, gaat de rest ook geeuwen. Gedrag lijkt wel besmettelijk. Wel, dat is het ook.
...

De mens zit soms raar in elkaar, niet? Als er iemand in een groep begint te lachen, is de kans groot dat de rest van het gezelschap volgt. Als iemand geeuwt, gaat de rest ook geeuwen. Gedrag lijkt wel besmettelijk. Wel, dat is het ook. Dat besmettelijke karakter heeft een belangrijke overlevingsfunctie gehad. Toen onze verre voorouders nog in kleine groepen rondtrokken, was de functie van 'gedragssynchronisatie' bijvoorbeeld dat mensen tegelijk moe werden, zodat er niet om de haverklap gestopt hoefde te worden om iemand te laten recupereren. Lachen als synchroon verschijnsel dient dan weer om spanningen uit een groep te houden of te halen. Lachen heeft minder met humor te maken dan met sociale interacties. Als kinderen tikkertje spelen, lacht vooral het kind dat achtervolgd wordt; het kind dat achtervolgt, doet het minder. Het is een mechanisme dat spanning vermindert. Sommige synchroniserende effecten hebben duidelijk een hormonale achtergrond. Het is bekend dat meisjes in een internaat of nonnen in een klooster na verloop van tijd synchroon beginnen te menstrueren. Ze beïnvloeden elkaars fysiologie, mogelijk door het overdragen van feromonen. Dat zijn hormonen met een langeafstandswerking die onder meer via haartjes in de oksels en de schaamstreek de omgeving in gekatapulteerd worden. Ze worden door anderen opgevangen en via een speciaal orgaantje in de neus naar de hersenen geleid. Het zou om een aloud mechanisme gaan, want er zijn aanwijzingen dat vrouwen die in intens contact met bonobo's leven, hun menstruatie synchroniseren met die van de (andere) apen. Een mogelijke verklaring daarvoor, met wortels in een ver verleden, is dat synchroon menstrueren impliceert dat vrouwen tegelijk vruchtbaar werden, wat een aantal voordelen zou hebben opgeleverd. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat synchroniseren van gedrag eerder regel dan uitzondering is. We synchroniseren veel meer dan we denken. Misschien is synchroniseren zelfs een natuurregel. Er is het verhaal van de Nederlandse uitvinder en klokkenmaker Christiaan Huygens, die in 1655 vaststelde dat twee slingeruurwerken die aan dezelfde muur hangen, na verloop van tijd synchroon gaan slingeren (weliswaar meestal in tegengestelde richting). Het raadsel werd pas in 2015 opgelost, toen wetenschappers in Scientific Reports meldden dat aan de basis van de synchronisatie een energieoverdracht via geluidsgolven zou liggen. Aanvankelijk zou die leiden tot een lichte verstoring van de bewegingen van de andere klok, maar na verloop van tijd zou ze uitmonden in het synchroon gaan zwaaien van beide slingers. Een variant van dat verhaal staat te lezen in een wat bizarre - en achteraf methodologisch bekritiseerde - studie uit The Journal of Experimental Psychology van 2015. Wetenschappers onderzochten de wereldrecordrace van sprinter Usain Bolt in Berlijn in 2009. Ze stelden vast dat zijn benen synchroon begonnen te bewegen met die van zijn grootste concurrent, Tyson Gay, die de eerste helft van de race zo goed als naast hem liep. De vraag is of dat zijn prestatie stimuleerde (of hinderde), en of het Gay sneller deed lopen. In ieder geval zou het moeilijk te vermijden zijn dat jouw bewegingen met die van anderen gaan synchroniseren - wat zou bevestigen dat coördinatie diep in ons gestel zit ingebakken. Het is nog niet duidelijk of het coördineren van een activiteit sneller gaat als er een leider en een volger in het spel zijn (versus twee mensen die niet in hiërarchisch verband met elkaar staan). Wetenschappers weten al lang dat de ademhaling en de hartslag van een goed koppel of van een ouder en een kind, wanneer ze een tijdje dicht bij elkaar zijn, ritmisch min of meer synchroon gaan lopen. Dat gebeurt automatisch, maar het blijkt een belangrijk effect te hebben: synchrone activiteit impliceert dat je elkaar makkelijker verdraagt en meer helpt. Verscheidene studies onderbouwen dat. In 2014 publiceerde Developmental Science een wetenschappelijk verhaal dat aantoont dat wanneer iemand een baby een tijdlang ritmisch wiegt (synchroon met het ritme van muziek), het kindje nadien behulpzamer zal zijn. Het zal makkelijker iets oprapen wat de 'wieger' liet vallen dan wanneer het niet werd gewiegd. Dat ritme invloed heeft op sociaal gedrag, lijkt zonneklaar. Samen een kwartiertje met een vinger op een tafel tikken volstaat al om de ander leuker te vinden. Dansen kun je zien als een ritueel voor samen willen zijn - het is de essentie van het uitgaansleven. In 2015 stelde een groep wetenschappers in Proceedings of the National Academy of Sciences dat de hersenen ritme gebruiken als een soort drager om informatieoverdracht tussen twee personen te vergemakkelijken. Er is vastgesteld dat de hersenen van mensen die samen muziek maken, steeds meer synchroon met elkaar opereren. Ze hoeven daarvoor zelfs niet hetzelfde te spelen, samenspelen volstaat. Voor dit soort onderzoek worden elementaire elektro-encefalogrammen (eeg's) gebruikt. In 2017 verscheen in Current Biology een studie waaruit bleek dat hoe meer de hersenen van studenten in een kleine universiteitsklas synchroon met elkaar opereren, hoe meer de studenten samenwerken en hoe sterker ze zich als klas sociaal engageren. Er hoefde zelfs geen rechtstreekse interactie tussen mensen te bestaan om in die context synchroniciteit op te roepen. Het zal geen toeval zijn dat het effect in zulke kleine groepjes duidelijk is, want in onze prehistorie zal het vooral kleine groepjes een groot voordeel hebben opgeleverd. Hoe de hersenen die samenwerking concreet realiseren, is vooralsnog een raadsel. Sommige wetenschappers noemen het de 'donkere materie' van de neurologie. Er moet 'ergens' iets zijn wat we nog niet zien (of meten). Er worden wel pogingen ondernomen om het raadsel te ontrafelen. Hopelijk zal het geen half millennium duren voor we het weten, zoals met de pendules het geval was. In 2016 schreven onderzoekers in Psychological Methods dat wanneer twee mensen een kwartiertje tegenover elkaar aan een tafel zitten en naar elkaar staren zonder iets te zeggen, de geleidbaarheden van hun huid naar elkaar toe groeien. Huidgeleidbaarheid zou een maat zijn voor een bepaalde vorm van fysiologische opwinding die ook andere patronen in een lichaam, zoals ademhaling en hartslag, kan bijsturen en laten synchroniseren. Ook de klassieke peptalk van trainers voordat hun spelers aan een match beginnen, kan een opwindend effect hebben dat zich vertaalt in hogere synchroniciteit van hartslag en productie van stresshormonen, maar eventueel ook van de hersenwerking. Of feromonen hier een rol spelen, is nog onduidelijk. Wij leunen tegenwoordig veel minder op feromonen dan vroeger, omdat we meer op het visuele gericht zijn geraakt. Het onderzoek begon met de ervaring van een wetenschapper die een tijdlang de hand van zijn vrouw vasthield terwijl ze beviel, waarna zij vertelde dat ze minder pijn voelde. Dat volstond natuurlijk niet als solide wetenschappelijke conclusie, dus de man zette een experiment op waarin meer dan twintig koppels die al meer dan een jaar samen waren, aan enkele specifieke scenario's deelnamen. Telkens werd ieders hersenactiviteit gemeten met eeg's. In enkele scenario's werd een milde pijnprikkel op de arm van de vrouw uitgelokt. Wat bleek? Gewoon in elkaars gezelschap zijn, zelfs zonder hand in hand te zitten, volstond voor een synchronisatie van hersengolven, vooral in de golflengte die geassocieerd is met verhoogde aandacht. (Dat effect zou ook kunnen spelen in de hoger aangehaalde studie met studenten.) In een pijnscenario zonder dat het koppel hand in hand zat, verminderde de synchronisatie. Maar ze was het sterkst als de vrouw pijn leed en de man haar hand vasthield. Hoe empathischer de man was, hoe sterker de hersenen gingen synchroniseren en hoe groter het pijnstillende effect was. Empathie volstond echter niet als er geen rechtstreeks fysiek contact was: dan gebeurde er zo goed als niets. Onlangs werd mogelijk een doorbraak genoteerd in het onderzoek naar het synchroniseren van hersenen. Wetenschappers hadden al vastgesteld dat het synchroon verlopen van de activiteit van hart, longen en hersenen bij liefdespartners verstoord wordt wanneer een van beiden met pijn te maken krijgt. Nu melden ze in een opmerkelijk artikel in Proceedings of the National Academy of Sciences dat de synchronisatie hersteld kan worden door elkaars hand vast te houden. Bovendien blijkt handjes vasthouden een pijnverzachtend effect te hebben.De vraag is natuurlijk hóé het synchroniseren van je hersenactiviteit met die van een medelevend mens als pijnstiller kan werken. Dat is nog onduidelijk, maar er doen al hypothesen de ronde. Empathisch handje vasthouden kan ertoe leiden dat iemand zich begrepen voelt. Dat kan volstaan als mechanisme om pijnbestrijdende stoffen in de hersenen te activeren. Ook mogelijk is een soort versmelting van ervaringen doordat het onderscheid tussen jezelf en de andere vervaagt, waardoor er een mechanisme van gedeelde pijn kan spelen. Maar de basisvaststelling is momenteel: onderschat de kracht van handjes vasthouden niet, zowel om een goed sociaal contact te stimuleren als om pijn te bestrijden.