Het netvlies achter in het oog vangt het beeld van de buitenwereld op, om het via de oogzenuw naar de hersenen te sturen. Centraal in het netvlies bevindt zich de macula of 'gele vlek'. Daarmee neem je het centrale deel van je gezichtsveld scherp en gedetailleerd waar, omdat je met de lichtgevoelige cellen van de macula contrast en kleuren kunt zien.
...

Het netvlies achter in het oog vangt het beeld van de buitenwereld op, om het via de oogzenuw naar de hersenen te sturen. Centraal in het netvlies bevindt zich de macula of 'gele vlek'. Daarmee neem je het centrale deel van je gezichtsveld scherp en gedetailleerd waar, omdat je met de lichtgevoelige cellen van de macula contrast en kleuren kunt zien. Bij het verouderen gaat de macula wat achteruit. Doet ze dat sneller dan normaal, dan spreken artsen van 'leeftijdsgebonden maculadegeneratie' (LMD). 'De eerste tekens merk je meestal bij het lezen', vertelt Koen Willekens, oogarts in Ziekenhuis Oost-Limburg. 'Je krijgt de indruk dat je meer licht nodig hebt om goed te kunnen lezen, en na verloop van tijd zie je ook vervormingen. De regels van de tekst, maar ook de voegen van de badkamertegels bijvoorbeeld, ogen niet meer recht maar golvend. Alles lijkt ook wat waziger en bleker van kleur in je centrale gezichtsveld. Uiteindelijk kunnen zelfs hele delen door donkere vlekken wegvallen.'Bij 80-plussers lijdt ongeveer 1 op de 8 aan de oogziekte, maar ze kan al vanaf de leeftijd van 50 jaar opduiken, of zelfs nog vroeger, vooral bij een sterke genetische belasting. 'Ga bij voorkeur - en zeker bij LMD in de familie - voor een eerste screening bij de oogarts op de leeftijd van 40 à 50 jaar', adviseert Willekens. 'Zo vroeg mogelijk weten dat je eraan lijdt, is om verschillende redenen belangrijk.'De meest voorkomende 'droge' vorm van de ziekte, waarbij geleidelijk maculacellen afsterven, begint meestal aan 1 oog. Het andere oog kan vaak nog jaren compenseren voor je veranderingen in je zicht opmerkt. Een vroegtijdige diagnose is nuttig, onder meer omdat een aangepaste levensstijl de 'droge' vorm enigszins kan vertragen. 'Stoppen met roken is zeker aanbevolen', zegt Willekens. 'Een dieet met veel groenten, fruit en vis ook, want dat helpt de macula in goede conditie te houden via de aanvoer van antioxidatieve vitaminen en mineralen, luteïne en zeaxantine - de pigmenten die aan de macula de typische gele kleur geven - en omega 3-vetzuren. Via supplementen de aanvoer van al die moleculen nog verhogen kan volgens de Age-Related Eye Disease Study de prognose van sommige LMD-patiënten nog verbeteren, maar wonderen mag je er niet van verwachten.'In een zo vroeg mogelijk stadium van de ziekte weten dat je eraan lijdt, maakt het mogelijk je levensstijl meteen aan te passen, maar is nog om een andere reden belangrijk. 'Ongeveer 1 op de 10 patiënten met de 'droge' vorm krijgt vroeg of laat de 'natte' vorm erbij', zegt Willekens. 'Ook die verloopt pijnloos en zonder irritatie of roodheid van het oog, maar evolueert wel veel sneller. Er worden nieuwe, abnormaal broze bloedvaatjes achter de macula gevormd. Die kunnen door het vocht dat ze lekken en de bloedingen die ze veroorzaken de macula beschadigen. De schade als gevolg van de 'natte' vorm indijken of in het beste geval ongedaan maken is maar mogelijk als je snel reageert op plotse drastische veranderingen van je zicht. Die merk je sneller op als je thuis regelmatig de Amsler-test doet, waarbij je oog per oog naar een fijn rooster van lijntjes kijkt. Bij opvallende veranderingen moet je binnen de eerste dagen zeker een oogarts raadplegen. We kunnen de groei van de abnormale bloedvaatjes vaak doeltreffend stoppen én blijven onderdrukken met injecties in het oog. De eerste 3 injecties worden om de 4 weken gegeven. Daarna kan, afhankelijk van de individuele respons, worden afgebouwd naar 4 tot 8 injecties per jaar.'Er is nog een reden om vroeg te weten of je aan de ziekte lijdt. Willekens: 'Met een centraal zicht dat nog relatief goed is, leer je gemakkelijker hoe je je perifere zicht, dat behouden blijft, optimaal kunt gebruiken. En hoe je onder meer met 'Low Vision'-hulpmiddelen het dagelijkse leven eenvoudiger en aangenamer kunt maken. Want een 'gewone' bril met alsmaar sterkere glazen naarmate de ziekte 'vordert', is géén oplossing. Dat vinden patiënten soms moeilijk te begrijpen. Daarom vergelijk ik de vervormingen of vlekken die ze zien weleens met krassen op de beeldsensor van een fotocamera. Welke lens je ook op de camera draait, je blijft de krassen op elke foto zien.'