'Je beleeft het heden pas echt ten volle,' schreef filosoof Martin Buber, 'als je aanwezig bent, mensen ontmoet en relaties aanknoopt.'

In tegenstelling tot Martin Buber's ideaalbeeld, waren de pandemie en lockdown voor velen een periode van afwezigheid en isolement. Maar net zoals de voorbije maanden licht hebben geworpen op de sterktes en zwaktes van onze overheid en onze ondernemingen, kan deze periode van bekoelde relaties ons helpen om na te denken over wat ons echt verbindt.

Het verdriet van verwaterde contacten

Eerst en vooral heeft net het gebrek aan contact ons doen beseffen hoe belangrijk relaties wel niet zijn voor ons. Wat eerst de ideale gelegenheid leek om eens even helemaal aan zichzelf te denken, bleek uiteindelijk een voor velen eenzame lijdensweg. Het gevolg? Steeds meer specialisten trekken aan de alarmbel, want het aantal mentalegezondheidsproblemen en psychologische aandoeningen stijgt ongemeen snel.

Na corona: een pleidooi voor sterkere relaties.

De voorbije maanden hebben ook een relationeel probleem blootgelegd. In de eerste golf waren meer dan de helft van de overlijdens mensen uit een woon- en zorgcentrum. Deze bevolkingsgroep was oververtegenwoordigd onder de slachtoffers. Ook al kunnen woon- en zorgcentra fijne plekken zijn met personeel dat erg veel voor de inwoners zorgt, zijn deze centra ook plekken waar onze vrijheid wordt beknot: we kunnen niet meer alleen wonen of samenleven met de mensen van wie we houden, en dus moeten we onze dagen delen met mensen die we niet gekozen hebben. En al staat het buiten kijf dat het personeel zich vol toewijding aan deze essentiële functie overgeeft, kunnen we niet ontkennen dat er een groot ziekteverzuim was. Begrijpelijk, de lichamelijke en mentale druk was immens. Maar toch moeten we durven vragen of zij die hun post verlaten hebben, ook hun eigen ouders in de steek zouden hebben gelaten? Dezelfde vraag kunnen we stellen aan verenigingen en openbare diensten die hun diensten afgebouwd hebben, in het bijzonder het OCMW. In deze tijden van crisis konden we niet altijd op de onderlinge steun rekenen die we zo nodig hadden.

Net zoals op andere gebieden heeft de pandemie op relationeel vlak geen nieuwe wonde gecreëerd, maar de vinger gelegd waar de wonde al lange tijd bestond. Al jaren moeten we toezien hoe steeds meer mensen in isolement terechtkomen: in Brussel bestaat 60 procent van de huishoudens uit mensen die alleen wonen of alleenstaande ouders. En, ook opnieuw al jaren, wordt het aandeel vrouwen en mensen uit de armste bevolkingslaag die in kansarmoede terechtkomen, steeds groter. Respectievelijk 20 procent en 25 procent van deze groepen bevinden zich momenteel in die toestand.

De kracht van banden

Niet elke relatie is goed: relaties kunnen aanleiding geven tot uitbuiting, onderdrukking, geweld of schadelijke interpersoonlijke contacten. Maar we kunnen niet zonder: geen enkel kind kan alleen opgroeien. We moeten dus op het beste te hopen en de impact van elke nieuwe relatie zo positief mogelijk maken. Eenvoudig gezegd zijn relaties een springplank naar groei als ze autonomie en persoonlijke ontwikkeling stimuleren en ruimte maken voor erkenning, wederkerigheid en vertrouwen.

Zulke relaties zijn een voedingsbodem voor individueel welzijn en sociale cohesie. Twintig jaar geleden toonde Robert Putnam in de Verenigde Staten het onweerlegbare verband tussen relaties, lichamelijke gezondheid, mentaal welzijn, welzijn en sociale vrede aan. In ons land stelde Lieven Annemans een duidelijk verband tussen welzijn en relaties vast. Ook het onderzoek dat de UCL in samenwerking met de christelijke mutualiteit uitvoert, bevestigt die band.

Relaties zijn ook positief voor de economie. Op microniveau is het netwerk rond een ondernemer de stuwende kracht achter nieuwe ideeën. En het is ook een feit dat hechte familiebedrijven het economisch en financieel beter doen dan andere bedrijven. Op macroniveau bestaat er dan weer een duidelijke correlatie tussen het vertrouwen tussen individuen en de werkgelegenheid.

Ten slotte gedijt democratie het beste in een maatschappij waar ieder lid zich met elkaar verbonden voelt. Een eeuw geleden speelden totalitaire regimes slim in op de individualisering van de maatschappij. Vandaag vindt het extreemrechtse en extreemlinkse gedachtegoed vooral voet aan wal in landen waar mensen elkaar wantrouwen.

Relaties als hefboom

In het Verenigd Koninkrijk heeft de denktank Demos zowel de bevolking als experts aangesproken om een immens onderzoek te voeren naar de coronacrisis, hoe mensen die hebben ervaren en wat we uit die ervaring kunnen leren. 50.000 mensen namen deel aan het onderzoek en deelden hun ervaring. Hun verwachtingen werden in kaart gebracht en er werd een agenda opgesteld met maatschappelijke actiepunten.

Twee belangrijke pijlers die in het onderzoek naar voren komen, zijn sterkere gemeenschappen en vrijwilligerswerk. Uit deze collectieve denkoefening van het Verenigd Koninkrijk blijkt namelijk dat wie op hun familie konden terugvallen, minder sociaal geïsoleerd raakten en minder mentaal getroffen werden tijdens de crisis. Bijna drie vierde van de ondervraagden gelooft bovendien dat 'een relanceplan moet verder bouwen op de door een groot deel van de bevolking gedeelde ambitie om gemeenschappen uit te diepen, samenwerking te vergroten en hulp aan elkaar te stimuleren'. We moeten 'stoppen met gemeenschappen als een toevallige extra te beschouwen en ze een centrale plaats geven in het relanceplan. (...) Overheidsinstellingen moeten nadenken over hoe ze gemeenschappen en vrijwilligerswerk kunnen inzetten als hefboom voor betere en doeltreffendere resultaten.'

Deze conclusie is een krachtige inspiratiebron. Ook bij ons is vrijwilligerswerk een doeltreffend hulpmiddel. Terwijl overheidsinstellingen hun diensten afbouwden, konden vzw's hun activiteiten net uitbouwen dankzij de vele vrijwilligers die zich aanboden. Ook als we kijken naar welke acties het meeste impact hebben op het vlak van armoedebestrijding, lijken verenigingen die rekenen op vrijwilligers effectiever en efficiënter.

Het is dus een goed idee om maatschappelijke samenhang te stimuleren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we de band tussen verenigingen, de staat en de politiek herzien. De staat doet namelijk regelmatig een beroep op vzw's, maar voor projecten die niets met hun doel te maken hebben. We moeten dus nadenken over een 'new deal' voor verenigingen: vzw's moeten projecten beter afbakenen, opvolgen en evalueren, vrijwilligers meer ondersteunen, en de middelen beter verdelen per sector en per regio. Overheidsinstellingen moeten op hun beurt financieringen nog structureler maken, de regels vereenvoudigen en overbodige tussenkomsten vermijden.

Naast de inspanningen om vrijwilligerswerk te stimuleren, moeten we ook stilstaan bij de impact van de politiek op relaties. Net zoals we maatregelen toetsen aan hun wettigheid en hun milieu-impact, kunnen we ons systematisch afvragen wat bijvoorbeeld de relationele impact van een bepaald infrastructuurplan of een bepaalde onderwijshervorming is. In een maatschappij waar elke organisatie zijn eigen ding doet, is het een goed idee om banden te stimuleren tussen actoren uit zeer uiteenlopende sectoren (sociale diensten, ondernemingen, het onderwijs, de overheid ...).

Het staat buiten kijf dat we een economisch en maatschappelijk relanceplan nodig hebben om de materiële aspecten van de maatschappij te herstellen. Maar daarnaast is het ook niet verkeerd om te geloven dat zo'n relanceplan alleen maar kan werken als het ook het immateriële stimuleert en de banden verstevigt die een samenleving mogelijk maken. Zetten we ook daarop in, dan kunnen we pas echt ten volle heropleven.

'Je beleeft het heden pas echt ten volle,' schreef filosoof Martin Buber, 'als je aanwezig bent, mensen ontmoet en relaties aanknoopt.'In tegenstelling tot Martin Buber's ideaalbeeld, waren de pandemie en lockdown voor velen een periode van afwezigheid en isolement. Maar net zoals de voorbije maanden licht hebben geworpen op de sterktes en zwaktes van onze overheid en onze ondernemingen, kan deze periode van bekoelde relaties ons helpen om na te denken over wat ons echt verbindt.Eerst en vooral heeft net het gebrek aan contact ons doen beseffen hoe belangrijk relaties wel niet zijn voor ons. Wat eerst de ideale gelegenheid leek om eens even helemaal aan zichzelf te denken, bleek uiteindelijk een voor velen eenzame lijdensweg. Het gevolg? Steeds meer specialisten trekken aan de alarmbel, want het aantal mentalegezondheidsproblemen en psychologische aandoeningen stijgt ongemeen snel.De voorbije maanden hebben ook een relationeel probleem blootgelegd. In de eerste golf waren meer dan de helft van de overlijdens mensen uit een woon- en zorgcentrum. Deze bevolkingsgroep was oververtegenwoordigd onder de slachtoffers. Ook al kunnen woon- en zorgcentra fijne plekken zijn met personeel dat erg veel voor de inwoners zorgt, zijn deze centra ook plekken waar onze vrijheid wordt beknot: we kunnen niet meer alleen wonen of samenleven met de mensen van wie we houden, en dus moeten we onze dagen delen met mensen die we niet gekozen hebben. En al staat het buiten kijf dat het personeel zich vol toewijding aan deze essentiële functie overgeeft, kunnen we niet ontkennen dat er een groot ziekteverzuim was. Begrijpelijk, de lichamelijke en mentale druk was immens. Maar toch moeten we durven vragen of zij die hun post verlaten hebben, ook hun eigen ouders in de steek zouden hebben gelaten? Dezelfde vraag kunnen we stellen aan verenigingen en openbare diensten die hun diensten afgebouwd hebben, in het bijzonder het OCMW. In deze tijden van crisis konden we niet altijd op de onderlinge steun rekenen die we zo nodig hadden.Net zoals op andere gebieden heeft de pandemie op relationeel vlak geen nieuwe wonde gecreëerd, maar de vinger gelegd waar de wonde al lange tijd bestond. Al jaren moeten we toezien hoe steeds meer mensen in isolement terechtkomen: in Brussel bestaat 60 procent van de huishoudens uit mensen die alleen wonen of alleenstaande ouders. En, ook opnieuw al jaren, wordt het aandeel vrouwen en mensen uit de armste bevolkingslaag die in kansarmoede terechtkomen, steeds groter. Respectievelijk 20 procent en 25 procent van deze groepen bevinden zich momenteel in die toestand. Niet elke relatie is goed: relaties kunnen aanleiding geven tot uitbuiting, onderdrukking, geweld of schadelijke interpersoonlijke contacten. Maar we kunnen niet zonder: geen enkel kind kan alleen opgroeien. We moeten dus op het beste te hopen en de impact van elke nieuwe relatie zo positief mogelijk maken. Eenvoudig gezegd zijn relaties een springplank naar groei als ze autonomie en persoonlijke ontwikkeling stimuleren en ruimte maken voor erkenning, wederkerigheid en vertrouwen. Zulke relaties zijn een voedingsbodem voor individueel welzijn en sociale cohesie. Twintig jaar geleden toonde Robert Putnam in de Verenigde Staten het onweerlegbare verband tussen relaties, lichamelijke gezondheid, mentaal welzijn, welzijn en sociale vrede aan. In ons land stelde Lieven Annemans een duidelijk verband tussen welzijn en relaties vast. Ook het onderzoek dat de UCL in samenwerking met de christelijke mutualiteit uitvoert, bevestigt die band. Relaties zijn ook positief voor de economie. Op microniveau is het netwerk rond een ondernemer de stuwende kracht achter nieuwe ideeën. En het is ook een feit dat hechte familiebedrijven het economisch en financieel beter doen dan andere bedrijven. Op macroniveau bestaat er dan weer een duidelijke correlatie tussen het vertrouwen tussen individuen en de werkgelegenheid.Ten slotte gedijt democratie het beste in een maatschappij waar ieder lid zich met elkaar verbonden voelt. Een eeuw geleden speelden totalitaire regimes slim in op de individualisering van de maatschappij. Vandaag vindt het extreemrechtse en extreemlinkse gedachtegoed vooral voet aan wal in landen waar mensen elkaar wantrouwen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de denktank Demos zowel de bevolking als experts aangesproken om een immens onderzoek te voeren naar de coronacrisis, hoe mensen die hebben ervaren en wat we uit die ervaring kunnen leren. 50.000 mensen namen deel aan het onderzoek en deelden hun ervaring. Hun verwachtingen werden in kaart gebracht en er werd een agenda opgesteld met maatschappelijke actiepunten. Twee belangrijke pijlers die in het onderzoek naar voren komen, zijn sterkere gemeenschappen en vrijwilligerswerk. Uit deze collectieve denkoefening van het Verenigd Koninkrijk blijkt namelijk dat wie op hun familie konden terugvallen, minder sociaal geïsoleerd raakten en minder mentaal getroffen werden tijdens de crisis. Bijna drie vierde van de ondervraagden gelooft bovendien dat 'een relanceplan moet verder bouwen op de door een groot deel van de bevolking gedeelde ambitie om gemeenschappen uit te diepen, samenwerking te vergroten en hulp aan elkaar te stimuleren'. We moeten 'stoppen met gemeenschappen als een toevallige extra te beschouwen en ze een centrale plaats geven in het relanceplan. (...) Overheidsinstellingen moeten nadenken over hoe ze gemeenschappen en vrijwilligerswerk kunnen inzetten als hefboom voor betere en doeltreffendere resultaten.'Deze conclusie is een krachtige inspiratiebron. Ook bij ons is vrijwilligerswerk een doeltreffend hulpmiddel. Terwijl overheidsinstellingen hun diensten afbouwden, konden vzw's hun activiteiten net uitbouwen dankzij de vele vrijwilligers die zich aanboden. Ook als we kijken naar welke acties het meeste impact hebben op het vlak van armoedebestrijding, lijken verenigingen die rekenen op vrijwilligers effectiever en efficiënter.Het is dus een goed idee om maatschappelijke samenhang te stimuleren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we de band tussen verenigingen, de staat en de politiek herzien. De staat doet namelijk regelmatig een beroep op vzw's, maar voor projecten die niets met hun doel te maken hebben. We moeten dus nadenken over een 'new deal' voor verenigingen: vzw's moeten projecten beter afbakenen, opvolgen en evalueren, vrijwilligers meer ondersteunen, en de middelen beter verdelen per sector en per regio. Overheidsinstellingen moeten op hun beurt financieringen nog structureler maken, de regels vereenvoudigen en overbodige tussenkomsten vermijden. Naast de inspanningen om vrijwilligerswerk te stimuleren, moeten we ook stilstaan bij de impact van de politiek op relaties. Net zoals we maatregelen toetsen aan hun wettigheid en hun milieu-impact, kunnen we ons systematisch afvragen wat bijvoorbeeld de relationele impact van een bepaald infrastructuurplan of een bepaalde onderwijshervorming is. In een maatschappij waar elke organisatie zijn eigen ding doet, is het een goed idee om banden te stimuleren tussen actoren uit zeer uiteenlopende sectoren (sociale diensten, ondernemingen, het onderwijs, de overheid ...).Het staat buiten kijf dat we een economisch en maatschappelijk relanceplan nodig hebben om de materiële aspecten van de maatschappij te herstellen. Maar daarnaast is het ook niet verkeerd om te geloven dat zo'n relanceplan alleen maar kan werken als het ook het immateriële stimuleert en de banden verstevigt die een samenleving mogelijk maken. Zetten we ook daarop in, dan kunnen we pas echt ten volle heropleven.