Je gaat met een klacht naar de dokter. Als je na een kwartier weer buitenstaat, stel je beduusd vast dat je slechts 1 zin hebt gehoord - 'Die hoest is een beetje verdacht en moet verder onderzocht worden' - en dat de rest van de uitleg volledig langs je heen is gegaan.
...

Je gaat met een klacht naar de dokter. Als je na een kwartier weer buitenstaat, stel je beduusd vast dat je slechts 1 zin hebt gehoord - 'Die hoest is een beetje verdacht en moet verder onderzocht worden' - en dat de rest van de uitleg volledig langs je heen is gegaan. Of je hebt maar wat zitten knikken toen je tegenover de arts zat, zonder toe te geven dat je zijn betoog niet helemaal hebt begrepen. 'In medische en paramedische opleidingen wordt de laatste tijd meer aandacht besteed aan communicatie met patiënten. Maar de focus ligt vaak alleen op gespreksvoering, zoals: slecht nieuws breng je het best meteen, zonder rond de pot te draaien. Welke woorden en formuleringen je gebruikt in een zorgsituatie en op welke toon je praat, daarover is nauwelijks informatie voorhanden. Met dit boek wilden we daar iets aan doen.'Dat zegt Frans Meijman, hoofddocent huisartsgeneeskunde aan het Amsterdamse UMC, gespecialiseerd in medische communicatie. Samen met Annelies Bakker, coördinator voorlichting bij het Nederlandse Epilepsiefonds, schreef hij het boek Medische mensentaal. 'Het gaat niet alleen over medische communicatie in de spreekkamer, maar ook over geschreven taal in bijvoorbeeld patiëntenfolders en op websites. Dat is een vak apart, omdat je daar geen reactie van je toehoorder ziet en dus niet kunt bijsturen of verduidelijken.' Het doel van de auteurs: een brug slaan tussen de taal die medische mensen hanteren als het gaat over ziekte, gezondheid en zorg, en de taal van gewone mensen. Dus verzamelden ze praktijkvoorbeelden, onderzoeksresultaten en een heleboel vuistregels. 'Maar verwacht geen kant-en-klare oplossingen, want die zijn er niet', waarschuwt Meijman. 'Alles hangt af van de context. We hebben in de eerste plaats een aantal pijn- en aandachtspunten in kaart gebracht.'Het allergrootste pijnpunt in medische communicatie? Voor de meeste mensen is het antwoord duidelijk: de overdaad aan moeilijke woorden. Als een patiënt niet weet wat een ganglion is of wat hypertensie betekent, verhoogt dat het risico op storingen in de informatieoverdracht. "Soms is niet de term zelf het probleem, maar het begrip waarvoor die gebruikt wordt", zegt Meijman. 'Zo wordt een ingeburgerd woord als migraine door patiënten vaak gebruikt als overtreffende trap voor hoofdpijn, terwijl het in medische termen alleen voor een specifiek soort hoofdpijn staat. Willen arts en patiënt elkaar goed begrijpen en eventuele interpretatieproblemen vermijden, dan toetsen ze het best bij elkaar af waar een term voor staat.'Frans Meijman vindt jargon niet eens zo'n struikelblok als het gaat om heldere communicatie in de spreekkamer of aan het ziekbed. 'Dokters krijgen vaak het verwijt dat ze een soort medische geheimtaal hanteren. Nu ben ik zelf zeker geen voorstander van potjeslatijn, dus het gebruik van moeilijke woorden als dat niet echt nodig is. Maar op de keper beschouwd is medisch jargon gewoon vaktaal: de terminologie van een bepaald vakgebied. Als de loodgieter praat over een sifon of zwanenhals, heb je daar in eerste instantie ook geen beeld bij, tot de man uitlegt wat het is en waar het voor dient. Soms is het gebruik van een vakterm gewoon onvermijdelijk. Dat mag geen probleem zijn, als de arts of zorgverlener maar vertaalt wat het moeilijke woord betekent. 'Die zwelling aan je pols is een ganglion: een goedaardige bobbel die gevuld is met een geleiachtige gewrichtsvloeistof.' Jargon is pas een stoorzender als er geen toelichting of goede uitleg volgt.'Er is iets wat meer verwarring zaait dan jargon, volgens Meijman: het gebruik van 'normale' woorden en formuleringen die in een medische context een andere betekenis krijgen en je zo op het verkeerde been zetten. Als je bijvoorbeeld te horen krijgt dat de testuitslag negatief is, klinkt dat niet meteen als goed nieuws in de oren. Daarvoor heeft de term 'negatief' een te ongunstige bijklank in het dagelijkse taalgebruik. Opgelucht ademhalen doe je pas als de arts uitlegt dat er dus geen enkele afwijking gevonden is. 'Nog een voorbeeld: je moeder ligt op intensieve zorgen en je krijgt te horen dat haar toestand stabiel is', vertelt Meijman. 'Je voelt je gerustgesteld: 'Oké, het gaat dus goed met haar.' Terwijl je in een zorgwekkende gezondheidstoestand uitermate stabiel kunt zijn." Ook een term als kijkoperatie kan tot misverstanden leiden. 'Het is een courant woord', bevestigt Meijman. 'Maar toch leg je als arts beter goed uit wat het doel is van de ingreep. Stel dat een patiënt met een hardnekkig knieprobleem een kijkoperatie krijgt, dan kan hij er onterecht van uitgaan dat zijn klachten eindelijk worden aangepakt - want daar doet het woord 'operatie' aan denken: aan behandelen, beter maken. Terwijl in eerste instantie misschien alleen in de knie wordt gekeken om te zien wat er aan de hand is.'Informatie over ziekte en gezondheid kan beladen en delicaat zijn. Als arts of verpleegkundige vermijd je liever patiënten bang te maken of onnodig te kwellen. Vandaar wellicht het veelvuldige gebruik van verhullende taal in zorgsituaties. Zoals: 'We hebben iets gezien op de scan.' (Iéts? Wat dan?) Of: 'Pas op met alcohol als u dit medicijn neemt.' (Wat is oppassen'? Mag je helemaal niet drinken, of slechts een klein beetje?) Meijman: 'Soms kunnen geen zekerheden worden gegeven, bijvoorbeeld over het verloop van een ziekte of bijwerkingen van een geneesmiddel. Maar omfloerst taalgebruik dient ook vaak om confrontaties uit de weg te gaan of de patiënt niet te verontrusten. Soms geeft een patiënt zelf de voorkeur aan een zachte heelmeester boven een arts die erg direct en expliciet is. Het is altijd een kwestie van wikken en wegen.'Toch is hij geen voorstander van vaagtaal, zoals hij het noemt. 'Ik pleit ervoor om, afhankelijk van de situatie, zo specifiek en concreet mogelijk te zijn. Tegen een patiënt die net een hartinfarct heeft gehad en ligt te creperen van de pijn zeg je niet dat 'het even kan duren voor de pijn wegtrekt'. Voor de arts zit er een bepaalde duur achter 'even', maar hoe interpreteert de patiënt dit? Gaat het om een uur, een dag, een week? Beter zeg je: 'Ik ga nu een pijnstillend middel toedienen, waarna de pijn binnen een paar minuten minder wordt maar nog niet helemaal verdwenen zal zijn.''Is het een goede zet om als zorgverlener voor de zekerheid terug te vallen op eenvoudig taalgebruik dat iedereen moeiteloos snapt? Nee, waarschuwt Meijman. Mensentaal hanteren is nog iets anders dan doorgeschoten versimpeling. Want los van het feit dat simplificaties vaak niet kloppen, kan een patiënt zich beledigd of niet serieus genomen voelen. 'Als je veel verkleinwoorden gebruikt en het hebt over 'pilletjes' of 'een prikje dat eventjes pijn doet', komt dat al snel betuttelend over. Ook een te belerende toon is uiteraard af te raden. Je hoeft echt niet altijd alles uit te leggen alsof er een volslagen leek tegenover je zit. Vooral chronische patiënten - en mantelzorgers - raken gaandeweg vertrouwd met het jargon van hun ziekte en vinden het vaak ook belangrijk om zich die termen eigen te maken. Op die manier kunnen ze beter begrijpen wat de arts zegt, hun klachten duidelijker omschrijven en wetenschappelijke lectuur raadplegen. Het maakt hen weerbaarder. Vergelijk het met een vreemde taal leren: als je vaak naar Frankrijk op vakantie gaat, is het ook handig als je het Frans een beetje onder de knie hebt.'