Ongeveer 1% van alle 2.655 Belgen (hoofdzakelijk uit Vlaanderen) die vorig jaar euthanasie ondergingen, koos voor de dood vanwege ondraaglijk psychisch lijden. Opvallend is dat een grote meerderheid van die groep in de loop van de euthanasieprocedure toch kiest voor het leven. Hoe komt dat? Cruciaal is volgens psychologe Ann Callebert een parallelle gerichtheid op de dood én het leven. 'Een doodswens ernstig nemen, bijvoorbeeld via de euthanasieprocedure, sluit niet uit dat je tezelfdertijd elke herstelkans moet proberen te grijpen.' Callebert schreef 2 boeken over euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. In haar laatste interviewde ze euthanasievragers die na een afgeronde procedure alsnog voor het leven kozen.
...

Ongeveer 1% van alle 2.655 Belgen (hoofdzakelijk uit Vlaanderen) die vorig jaar euthanasie ondergingen, koos voor de dood vanwege ondraaglijk psychisch lijden. Opvallend is dat een grote meerderheid van die groep in de loop van de euthanasieprocedure toch kiest voor het leven. Hoe komt dat? Cruciaal is volgens psychologe Ann Callebert een parallelle gerichtheid op de dood én het leven. 'Een doodswens ernstig nemen, bijvoorbeeld via de euthanasieprocedure, sluit niet uit dat je tezelfdertijd elke herstelkans moet proberen te grijpen.' Callebert schreef 2 boeken over euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. In haar laatste interviewde ze euthanasievragers die na een afgeronde procedure alsnog voor het leven kozen. Mensen met een doodswens vanwege ondraaglijk psychisch lijden vielen volgens Callebert te lang tussen wal en schip. 'Een wens om te sterven deed alarmbellen afgaan - de zorg zette bijna automatisch stappen om het risico op suïcide te verkleinen. Anderzijds waren er ook hulpverleners die het overbodig vonden om nog hulp aan te bieden in een euthanasieprocedure: de betrokkene had gekozen voor de dood. Die eenzijdige focus op het leven óf de dood deed onrecht aan wat de euthanasievrager wilde: wezenlijk gehoord worden.''Doodgaan is een maatschappelijk taboe geworden', zegt Callebert. 'Onze gezondheidsopleidingen schenken veel te weinig aandacht aan levenseindevraagstukken. Die maatschappelijke tendens ontneemt mensen met een doodswens een veilige gespreksruimte.'Callebert richtte 4 jaar geleden een herstelwerkgroep op, specifiek bedoeld voor mensen met een euthanasievraag vanwege ondraaglijk psychisch lijden. Daarmee pioniert ze wereldwijd. 'Bij ons kunnen mensen hun doodswens neerleggen zonder een nieuw behandelplan te moeten vrezen. Op hetzelfde moment exploreren we herstelvonken. Soms zie je de ogen van mensen oplichten als ze praten over een huisdier, hobby of kleinkind. Wat betekent dat? En hoe kunnen we die vonken aanblazen?''De verbinding met lotgenoten in de groep werkt helend', zegt Callebert. 'Mensen hoeven niets uit te leggen, hun kwetsbaarheid en doodsverlangen krijgen ruimte. Anderzijds vertellen deelnemers ook wat hen in leven houdt, ondanks alles. Daarmee versterken ze elkaar in de motivatie om '"och nog iets te proberen". Mensen hervinden soms verloren gewaande krachten. Het gevoel dat ze méér zijn dan hun psychische kwetsbaarheid vormt de basis van elke herstelkans.' Callebert beklemtoont dat haar werkgroep geen nieuwe vorm van therapeutische hardnekkigheid is. 'Gerichtheid op het leven sluit begrip voor de doodswens niet uit. Deelnemers die bij hun euthanasiebeslissing blijven, zijn hier even welkom als mensen die opnieuw kracht vinden dankzij de werkgroep. Ik vind het wel belangrijk om beide pistes in verbondenheid af te leggen. Vorig jaar waren ikzelf en iemand anders uit de groep aanwezig tijdens een euthanasie van een groepslid.''We streven naar nabijheid in elk scenario', vertelt ze. 'Kwalitatief aanwezig zijn, van mens tot mens, is onmisbaar. Je bent geen cliënt of patiënt, maar een gast. Als ervaringsdeskundige in de geestelijke gezondheidszorg zet ik mijn eigen kwetsbaarheid in. Vanuit mijn eigen gevoeligheid ben ik "raakbaar" voor de kwetsbaarheid van anderen. Authentieke betrokkenheid overstijgt de klassieke therapeutische relatie. Je stemt af op de beleving en levensloop van de andere. Zo voelen deelnemers zich écht gehoord. Zo'n aanpak vergt zelfzorg. Je kunt dit niet op een vrijblijvende manier doen.' 'Als sluitstuk zetten we in onze groep uitgebreid in op zingeving', vervolgt Callebert. 'Wat betekent dit bestaan voor jou? Hoe ervaar je het lijden verbonden aan je doodswens en kwetsbaarheid? Mensen in onze werkgroep worstelen vaak enorm met deze vragen. Ze raakten de draad van hun leven kwijt en vonden geen gepaste hulp binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg. De ervaring dat "niets werkt" en het impliciete stigma dat ze "therapieresistent" zijn, resulteert niet zelden in ondraaglijke existentiële pijn. Terwijl de ware betekenis van hun lange traject eigenlijk is: de bestaande behandelingen sloegen bij jou niet aan.'