Jo Vandeurzen werd minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in juli 2009, nadat hij met meer dan 69.000 voorkeurstemmen in het Vlaamse Parlement was verkozen. Na 10 jaar zet de 61-jarige Vandeurzen er een punt achter.

Het Vlaamse volksgezondheidbeleid is sinds de jaren 1980 bij uitstek een christendemocratische bevoegdheid geweest - met een vijfjarig groen intermezzo tussen de CVP en de CD&V door. Of 15 jaar onafgebroken CD&V-bestuur nog een verlenging krijgt, is zeer de vraag. Vijf jaar na de zesde staatshervorming is het terrein overigens in volle transitie. Maar wie zal het Vandeurzen kwalijk nemen dat hij (nog even) andere horizonten opzoekt.

De CD&V heeft in ieder geval wel een duidelijke stempel op het beleid gezet. Geen gestructureerd overleg naar Riziv-model in de Vlaamse volksgezondheid maar samenwerking met het 'middenveld'.

Vandeurzen probeerde bij het begin van zijn eerste mandaat een nieuw elan te brengen in het WVG-beleid, met de eerste eerstelijnsconferentie in 2010. Die was grondig voorbereid in de verschillende provincies met brede, geleide discussies in datzelfde middenveld. Nog veel beleidsnota's, rapporten, symposia,... volgen op verschillende terreinen. In 2016-2017 doet Vandeurzen de eerstelijnsconferentie nog eens over, om de hervorming van het eerstelijnslandschap uit te tekenen. Vandeurzen gaf misschien niet een heel erg bevlogen indruk maar zijn beleid deed dat vaak wel.

Kritiek

Niet iedereen is daar echter even enthousiast over. BVAS-voorman Marc Moens had het onlangs nog over "schrijvelaars" die meer documenten produceren dan je kunt lezen. Vandeurzen maakt er een administratief waterhoofd van, vindt hij. Maar het project van Vandeurzen is noodgedwongen ambitieus. Het sleutelwoord voor de zorg in de toekomst luidt immers 'integratie': meer samenwerking tussen de zorgverleners, netwerkvorming, gezamenlijk beleid binnen verschillende sectoren (voor Vandeurzen vooral ook welzijn). Het is geen Vlaamse of Belgische agenda, de ordewoorden zijn internationaal.

Na de eerste ELC waren de hervormingen nog tamelijk schuchter: de lancering van een eerstelijnspsychologische functie, Vitalink, éénlijn.be - om er enkele te noemen. Na de tweede grote conferentie in februari 2017, en nadat bij de zesde staatshervorming de Vlaamse bevoegdheden werden uitgebreid, kregen de plannen stevigere ambitie. Zoals de oprichting van eerstelijnszones en de zorgraden, van regionale zorgzones die moeten scharnieren met de ziekenhuisnetwerken.

Er is de laatste jaren nog hard gewerkt om dat allemaal op touw te zetten. Dat gebeurde bottom-up, maar de mate waarin de huisartsen er in de regel bij betrokken zijn geweest, hadden dezen zich wellicht anders voorgesteld.

Gehandicapten en woonzorgcentra

De ziekenhuiswereld zal zich Vandeurzen vooral herinneren door de invoering van het indicatorenproject, het publiek maken van de inspectieverslagen, het op gang zetten van de accreditatiebeweging - en in de latere jaren het tot stand brengen van de ziekenhuisnetwerken en het invoeren van de 'zorgstrategische planning', waar men niet omheen kan.

Vandeurzen kreeg in 2015 een departement onder zich dat goed was voor een begroting van 10,4 miljard euro - in 2018 verder aangegroeid tot 12,1 miljard. Maar hij moet voortdurend kritiek slikken wegens de schaarse budgetten voor gehandicapten,woonzorgcentra,...

De vele nieuwe bevoegdheden zijn dikwijls toch nog gekortwiekt - de sleutels blijven nog al te vaak bij de federale minister: de prestaties voor de thuisverpleging, of de huisartsenwachtdienst bijvoorbeeld. Zijn uitgebreide agenda is niet geheel afgewerkt. Wat komt er nog van de fundamentele hervorming van Impulseo terecht?

En veel hervormingen zijn nog maar juist op touw gezet. Wat de zorgraden in de praktijk zullen opleveren, zal in het post-Vandeurzentijdperk moeten blijken.... Wordt het een administratief waterhoofd, of komt er echt een nieuwe dynamiek los op het terrein?