Als jeugdadvocate aan de balie van Antwerpen kwam Ingrid De Jonghe regelmatig in contact met jongeren die in de knoop lagen met zichzelf of opgroeiden in een moeilijke thuissituatie. Ze konden nergens aankloppen voor hulp: het therapeutische aanbod was ontoereikend, de wachtlijsten waren ellenlang en de voorzieningen continu volzet. Dit moet anders, dacht De Jonghe, en ze besloot zelf de mouwen op te stropen.
...

Als jeugdadvocate aan de balie van Antwerpen kwam Ingrid De Jonghe regelmatig in contact met jongeren die in de knoop lagen met zichzelf of opgroeiden in een moeilijke thuissituatie. Ze konden nergens aankloppen voor hulp: het therapeutische aanbod was ontoereikend, de wachtlijsten waren ellenlang en de voorzieningen continu volzet. Dit moet anders, dacht De Jonghe, en ze besloot zelf de mouwen op te stropen. Op 20 november 2009, de Internationale Dag van de Kinderrechten, richtte ze de organisatie Jeugdtherapeuten zonder Grenzen op. Een paar maanden later, op 13 maart 2010, ging in het kielzog daarvan in Antwerpen het eerste TEJO-huis open, een warme plek waar jongeren konden aankloppen voor therapeutische hulp, gratis, anoniem en laagdrempelig. En vooral: onmiddellijk, als zij er nood aan hadden. 'Jongeren die de stap naar de hulpverlening zetten, lopen meestal al een tijd met hun problemen rond', zegt De Jonghe. 'Als ze te horen krijgen dat ze op een wachtlijst komen te staan, is de kans groot dat ze afhaken. Hier kunnen ze zonder afspraak binnenstappen.' Inmiddels zijn er 14 TEJO-huizen, verspreid over Vlaanderen, plus een drietal in opstart. In de afgelopen 10 jaar hebben bijna 10.000 jongeren de weg naar TEJO gevonden. Ingrid De Jonghe: 'TEJO is er voor alle jongeren tussen 10 en 20 jaar. We zien meer meisjes dan jongens: 65% tegenover 35%. De groep van de 13- tot 17-jarigen is het sterkst vertegenwoordigd. Een kwart is ouder dan 18 jaar, 1 op de 10 is jonger dan 13 jaar. We zijn niet zo strikt bij het hanteren van die leeftijdsgrenzen. Als een 9-jarige om hulp komt vragen, kan dat ook. Nog jonger gaan we niet, omdat therapeutisch werken met kinderen weer een heel andere aanpak vraagt. Onze bovengrens van 20 jaar is flexibeler. Het is trouwens opvallend dat de laatste jaren steeds meer jongeren boven 18 jaar aankloppen. Daarom bieden we ook groepstherapie aan voor jongeren van 18 tot 22 jaar: in een besloten groep van 8 à 10 deelnemers leren jongeren zichzelf te zijn, zich in te leven in anderen, elkaar te vertrouwen. Die support van leeftijdgenoten kan heel belangrijk zijn. Maar onze hoofdactiviteit is en blijft individuele therapie.'De Jonghe: 'Bovenaan staan problemen van relationele aard, zoals conflicten met ouders, leerkrachten, vrienden, broers en zussen. Maar ook depressieve gevoelens komen vaak voor, net als een negatief of afwezig zelfbeeld. Op de vraag 'Vertel eens wie je bent?', krijg ik vaak te horen: 'Ik zou het niet weten.' Of zelfs: 'Ik weet niet wat ik doe op deze wereld.' We zien ook regelmatig jongeren die zichzelf verminken, of die gebukt gaan onder angst en eenzaamheid. Sommige problemen hebben vooral te maken met de omstandigheden waarin de jongere opgroeit, zoals een (vecht-) scheiding. Andere zijn eerder eigen aan de veerkracht van de jongere, of het gebrek eraan. Wat ook opvalt: de thema's zijn niet echt veranderd in de loop van die 10 jaar, maar de problemen zijn talrijker, ernstiger en complexer geworden. In onze beginperiode zagen we pakweg 1 keer in 3 maanden een jongere die kampte met suïcidale gedachten. Vandaag krijgen we wekelijks een jongere over de vloer die weleens aan zelfdoding denkt. Het gaat duidelijk niet goed met onze jeugd.'De Jonghe: 'Doordat de wereld buiten vierkant draait. Ons leven staat bol van spanningen, stress en prikkels. Het tempo ligt hoog en de prestatiedruk is groot. Veel kinderen en jongeren kunnen nu al niet meer volgen en haken af. Soms groeien ze op met volwassenen die het zelf ook moeilijk hebben, die bang zijn om hun job te verliezen of die in een moeilijke scheiding zitten. Veel jongeren uit gebroken gezinnen geloven niet meer in duurzame relaties of hebben geen flauw idee hoe ze die moeten aangaan. Op sociale media draait het vooral rond oppervlakkigheden, waarbij mensen tegen elkaar opbieden wat ze allemaal doen en kunnen. Dat geeft nog meer druk, in plaats van verbinding. Uit een bevraging van de Vlaamse Jeugdraad uit 2016 blijkt dat maar liefst 35 tot 40% van de jongeren zich slecht in zijn vel voelt. Dat cijfer is volgens mij in geen geval overdreven.' De Jonghe: 'We zijn voortdurend op zoek naar therapeuten voor onze TEJO-huizen, dus bij dezen een warme oproep. Therapeuten bij TEJO voelen dat ze hier echt een verschil kunnen maken. Soms komen ze recht van de schoolbanken, soms hebben ze er een decennialange ervaring op zitten. We bieden ook voortdurend bijscholing. En we komen regelmatig met de medewerkers van alle TEJO's samen om onze therapeutische aanpak te bespreken. Ook al werkt elke therapeut vanuit zijn eigen denkkader en expertise, het is belangrijk om met zijn allen op één lijn te staan.'De Jonghe: 'Elke jongere krijgt een vaste therapeut, die hij wekelijks of tweewekelijks ziet. We werken kortdurend, gedurende een tiental sessies. Zijn de jongeren nog niet zo ver dat we ze kunnen loslaten, dan blijven we hen volgen tot ze elders terechtkunnen, bijvoorbeeld in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg. 8 op de 10 kunnen alleen verder als ze hier buitenstappen. Ze mogen ook altijd terugkomen. Soms loopt jaren later ineens een mailtje binnen van iemand die ooit bij ons in therapie is geweest: 'Nogmaals dank dat jullie toen naar me hebben geluisterd en me kracht hebben gegeven.''De Jonghe: 'Als studente was ik al volop actief als vrijwilliger in een buurthuis, waar ik op woensdag en zaterdag creaclubs begeleidde voor kansarme jongeren. Het was een enorme confrontatie voor mij, een meisje uit een beschermd milieu, maar ook een geweldige leerschool. In de organisatie van dat buurthuis heb ik mijn latere man leren kennen. Samen zijn we daarna jarenlang crisisopvanggezin geweest: kinderen en jongeren met een moeilijke thuiscontext kwamen bij ons logeren om tot rust te komen. Kortom: dat engagement heeft er altijd in gezeten. Als ik iets zie dat niet oké of onrechtvaardig is, probeer ik er iets aan te doen.'De Jonghe: 'Ik droom van een wereld met meer positieve aandacht voor jongeren en meer altruïsme. Iets doen voor iemand anders, zonder er iets voor terug te verwachten, gewoon omdat je het kunt en omdat het nodig is: daar hoef je echt geen hulpverlener voor te zijn. In zo'n wereld zouden jonge mensen een sterker persoonlijk welzijn kunnen vinden, zodat ze met minder zorgen volwassen kunnen worden. Als wij niet in staat zijn onze kinderen zonder zorgen te laten opgroeien, worden ze nooit de veerkrachtige volwassenen die we morgen nodig hebben voor een fijne en humane samenleving.'