Goed nieuws over vaccins is zelden nieuws. Nochtans zijn goed werkende vaccinatieprogramma's bijna even belangrijk voor de gezondheid van onze kinderen als proper drinkwater, en vereisen ze een even grote continue inspanning. In dat licht zijn de recente Vlaamse vaccinatiegraadgegevens belangrijk nieuws. Ze zijn ook een maat voor het vertrouwen van ouders én artsen in de vaccinatieprogramma's.

Iedereen die vaccins weigert, kan een bedreiging vormen voor de volksgezondheid

De nieuwe vaccinatiegraadstudie 2016 in Vlaanderen toont erg succesvolle gegevens bij zuigelingen en 16-jarigenen, ook bij zwangeren. Al ruim 10 jaar worden meer dan 90% van de zuigelingen ingeënt tegen polio, difterie, tetanus en kinkhoest, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B, pneumokokken en meningokokken C. Het zijn allemaal namen die de meeste ouders nu gelukkig niet veel meer zeggen. Voor de vaccinatie tegen mazelen, bof en rode hond (rubella) halen we bij de peuters meer dan 96%, wat het doel om mazelen en rode hond uit Europa te elimineren binnen bereik brengt. De vaccinatiegraad bij 16-jarigen is er zelfs nog op vooruit gegaan vergeleken met de vorige meting, in 2012. Deze cijfers tonen dat het systeem van georganiseerde vaccinatieprogramma's werkt en dit dankzij de dagelijkse inzet van zowel Kind &Gezin als de Centra voor Leerlingenbegeleiding aangevuld door huisartsen en kinderartsen.

Voor het eerst peilden de onderzoekers in deze studie ook via een reeks stellingen naar het vertrouwen van Vlaamse ouders in vaccinatie. Ze vonden bij ouders een groot vertrouwen in het nut en doeltreffendheid van vaccinaties, want meer dan 94% is akkoord dat vaccins belangrijk zijn voor hun eigen kind en voor de gezondheid van anderen. Bovendien worden de aanbevelingen en informatie die komt van vaccinerende artsen door meer dan 90% van de ouders als betrouwbaar ervaren. Daarnaast zagen ze dat de veiligheid van vaccinaties een bezorgdheid is die heel wat ouders (± 40%) delen. Dit is erg begrijpelijk, en het toont vooral hoe belangrijk het is dat ouders toegang krijgen tot duidelijke informatie over vaccins, de infectieziekten die via vaccins voorkomen kunnen worden en over de vaccinatieprogramma's. Een bezorgdheid van ouders betekent niet dat ouders twijfelen aan het nut van vaccinatie.

Valse claims, verpakt in emotionele verhalen

Opvallend is dat bepaalde media vooral aandacht hebben voor de 40% bezorgde ouders en de 20% ouders die vinden dat hun kind niet moet worden ingeënt tegen ziektes die momenteel niet meer voorkomen. En uit de niet deelname van ouders aan het onderzoek worden ook al snel verontrustende conclusies getrokken, terwijl dit perfect kan passen in het feit dat mensen gewoon minder tijd hebben om aan zo'n onderzoek mee te werken. Maar is dit een oud zeer van de journalistiek: de focus op het slechtere nieuws, eerder dan op het succesverhaal?

Sommige (sociale) media blijven twijfels zaaien over het nut van de vaccinatie, zonder te beseffen dat elke bijdrage tot verlagen van de vaccinatiegraad een bedreiging kan vormen voor de volksgezondheid. Zo lazen we vorige week onder andere dat rubellavaccinatie autisme zou veroorzaken, en dat vaccinatie verantwoordelijk is voor toenemende allergieproblemen bij kinderen. Hoewel wetenchappelijk bewijs hiervoor compleet ontbreekt, worden - zonder enige nuance of context - verhalen en emotionele beweringen bovengehaald die ouders kunnen doen twijfelen. Noem het maar feitelijkheden, persoonlijke ideeën, halve waarheden, onjuistheden, "alternatieve waarheden" (als eufemisme voor leugens). De techniek is vrij eenvoudig: men brengt volkomen valse claims, verpakt in emotionele verhalen en uitvergroot in de echokamers van het internet en de sociale media. Een "alternative truth" krijgt de waarde van de waarheid.

Het is voor de media blijkbaar minder evident om warme verhalen te brengen van jonge ouders die blij zijn dat hun kind niet werd getroffen door kinderverlamming.

Warme verhalen halen het van koude 'facts', meer nog, de feiten doen er niet meer toe, de perceptie haalt het van de rede! En als je dit voldoende en voortdurend blijft herhalen dan krijg je een soort van fact-free science, zeker wanneer deze door pseudo-'wetenschappers' wordt verkondigd. Het is bovendien voor de media blijkbaar minder evident om warme verhalen te brengen van jonge ouders die blij zijn dat hun kind niet werd getroffen door kinderverlamming, geen hersenontsteking kreeg door het mazelenvirus of niet overleed omwille van een vermeden infectie met de kinkhoestbacterie.

Wat pas echt opvalt, is dat wanneer een kandidaat-president via zo'n technieken aan de macht komt, de media en de bevolking hier veel kritischer mee omgaat. Mensen blijken dan over meer gezond verstand te beschikken, dan wanneer een soortgelijke tactiek vaccinatieprogramma's dreigt onderuit te halen. Aangepaste communicatie en informatieverspreiding dringt zich hier op, naast een adequate opleiding van (toekomstige) artsen, verpleegkundigen en apothekers met oog voor 'fact checking'.

Ook hier zullen we, net zoals Timothi Garton Ash (De Standaard, 30 december 2016), moeten pleiten voor het "anti-postfeitelijke", als antwoord op de 'alternative truth' die we terugvinden niet enkel in het vaccinatieverhaal maar ook in de dagelijkse politiek en het dagelijks beleid. Enkel door feiten na te trekken, verhalen te valideren, en verbanden wetenschappelijk vast te leggen zullen we de waarheid recht aandoen.

We hopen dat de media meer dan vroeger het geval was, feiten valideren, cijfers natrekken en verbanden staven funderen met wetenschappelijke gegevens, en niet met uit de context gerukte cijfers of persoonlijke verhalen.

Mag men dan niet kritisch staan ten opzichte van medische interventies in het algemeen en vaccinaties in het bijzonder? Een kritische attitude is net wat je in de wetenschap hanteert, niet zomaar iets aannemen, maar wetenschappelijk bewijs van doeltreffendheid en veiligheid verzamelen alvorens een beslissing te nemen- en dit vereist meer dan één studie. Dit is net wat overheden in binnen- en buitenland doen, wat regelgevende autoriteiten uitvoeren op internationaal niveau alvorens hun fiat te geven om een bepaald vaccin aan te bevelen in vaccinatieprogramma. Toegegeven, hier moeten we de mensen veel meer en beter van op de hoogte brengen, op een duidelijke en transparante wijze, via toegankelijke websites en sociale media. Dit voorjaar nog lanceert de Vlaamse Gemeenschap een dergelijk initiatief als antwoord op een van de aanbevelingen van de vaccinatiegraadstudie 2016.

Pierre Van Damme, Universiteit Antwerpen

Heidi Theeten, Universiteit Antwerpen

Corinne Vandermeulen, KULeuven

Goed nieuws over vaccins is zelden nieuws. Nochtans zijn goed werkende vaccinatieprogramma's bijna even belangrijk voor de gezondheid van onze kinderen als proper drinkwater, en vereisen ze een even grote continue inspanning. In dat licht zijn de recente Vlaamse vaccinatiegraadgegevens belangrijk nieuws. Ze zijn ook een maat voor het vertrouwen van ouders én artsen in de vaccinatieprogramma's. De nieuwe vaccinatiegraadstudie 2016 in Vlaanderen toont erg succesvolle gegevens bij zuigelingen en 16-jarigenen, ook bij zwangeren. Al ruim 10 jaar worden meer dan 90% van de zuigelingen ingeënt tegen polio, difterie, tetanus en kinkhoest, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B, pneumokokken en meningokokken C. Het zijn allemaal namen die de meeste ouders nu gelukkig niet veel meer zeggen. Voor de vaccinatie tegen mazelen, bof en rode hond (rubella) halen we bij de peuters meer dan 96%, wat het doel om mazelen en rode hond uit Europa te elimineren binnen bereik brengt. De vaccinatiegraad bij 16-jarigen is er zelfs nog op vooruit gegaan vergeleken met de vorige meting, in 2012. Deze cijfers tonen dat het systeem van georganiseerde vaccinatieprogramma's werkt en dit dankzij de dagelijkse inzet van zowel Kind &Gezin als de Centra voor Leerlingenbegeleiding aangevuld door huisartsen en kinderartsen. Voor het eerst peilden de onderzoekers in deze studie ook via een reeks stellingen naar het vertrouwen van Vlaamse ouders in vaccinatie. Ze vonden bij ouders een groot vertrouwen in het nut en doeltreffendheid van vaccinaties, want meer dan 94% is akkoord dat vaccins belangrijk zijn voor hun eigen kind en voor de gezondheid van anderen. Bovendien worden de aanbevelingen en informatie die komt van vaccinerende artsen door meer dan 90% van de ouders als betrouwbaar ervaren. Daarnaast zagen ze dat de veiligheid van vaccinaties een bezorgdheid is die heel wat ouders (± 40%) delen. Dit is erg begrijpelijk, en het toont vooral hoe belangrijk het is dat ouders toegang krijgen tot duidelijke informatie over vaccins, de infectieziekten die via vaccins voorkomen kunnen worden en over de vaccinatieprogramma's. Een bezorgdheid van ouders betekent niet dat ouders twijfelen aan het nut van vaccinatie.Opvallend is dat bepaalde media vooral aandacht hebben voor de 40% bezorgde ouders en de 20% ouders die vinden dat hun kind niet moet worden ingeënt tegen ziektes die momenteel niet meer voorkomen. En uit de niet deelname van ouders aan het onderzoek worden ook al snel verontrustende conclusies getrokken, terwijl dit perfect kan passen in het feit dat mensen gewoon minder tijd hebben om aan zo'n onderzoek mee te werken. Maar is dit een oud zeer van de journalistiek: de focus op het slechtere nieuws, eerder dan op het succesverhaal? Sommige (sociale) media blijven twijfels zaaien over het nut van de vaccinatie, zonder te beseffen dat elke bijdrage tot verlagen van de vaccinatiegraad een bedreiging kan vormen voor de volksgezondheid. Zo lazen we vorige week onder andere dat rubellavaccinatie autisme zou veroorzaken, en dat vaccinatie verantwoordelijk is voor toenemende allergieproblemen bij kinderen. Hoewel wetenchappelijk bewijs hiervoor compleet ontbreekt, worden - zonder enige nuance of context - verhalen en emotionele beweringen bovengehaald die ouders kunnen doen twijfelen. Noem het maar feitelijkheden, persoonlijke ideeën, halve waarheden, onjuistheden, "alternatieve waarheden" (als eufemisme voor leugens). De techniek is vrij eenvoudig: men brengt volkomen valse claims, verpakt in emotionele verhalen en uitvergroot in de echokamers van het internet en de sociale media. Een "alternative truth" krijgt de waarde van de waarheid.Warme verhalen halen het van koude 'facts', meer nog, de feiten doen er niet meer toe, de perceptie haalt het van de rede! En als je dit voldoende en voortdurend blijft herhalen dan krijg je een soort van fact-free science, zeker wanneer deze door pseudo-'wetenschappers' wordt verkondigd. Het is bovendien voor de media blijkbaar minder evident om warme verhalen te brengen van jonge ouders die blij zijn dat hun kind niet werd getroffen door kinderverlamming, geen hersenontsteking kreeg door het mazelenvirus of niet overleed omwille van een vermeden infectie met de kinkhoestbacterie.Wat pas echt opvalt, is dat wanneer een kandidaat-president via zo'n technieken aan de macht komt, de media en de bevolking hier veel kritischer mee omgaat. Mensen blijken dan over meer gezond verstand te beschikken, dan wanneer een soortgelijke tactiek vaccinatieprogramma's dreigt onderuit te halen. Aangepaste communicatie en informatieverspreiding dringt zich hier op, naast een adequate opleiding van (toekomstige) artsen, verpleegkundigen en apothekers met oog voor 'fact checking'.Ook hier zullen we, net zoals Timothi Garton Ash (De Standaard, 30 december 2016), moeten pleiten voor het "anti-postfeitelijke", als antwoord op de 'alternative truth' die we terugvinden niet enkel in het vaccinatieverhaal maar ook in de dagelijkse politiek en het dagelijks beleid. Enkel door feiten na te trekken, verhalen te valideren, en verbanden wetenschappelijk vast te leggen zullen we de waarheid recht aandoen. We hopen dat de media meer dan vroeger het geval was, feiten valideren, cijfers natrekken en verbanden staven funderen met wetenschappelijke gegevens, en niet met uit de context gerukte cijfers of persoonlijke verhalen.Mag men dan niet kritisch staan ten opzichte van medische interventies in het algemeen en vaccinaties in het bijzonder? Een kritische attitude is net wat je in de wetenschap hanteert, niet zomaar iets aannemen, maar wetenschappelijk bewijs van doeltreffendheid en veiligheid verzamelen alvorens een beslissing te nemen- en dit vereist meer dan één studie. Dit is net wat overheden in binnen- en buitenland doen, wat regelgevende autoriteiten uitvoeren op internationaal niveau alvorens hun fiat te geven om een bepaald vaccin aan te bevelen in vaccinatieprogramma. Toegegeven, hier moeten we de mensen veel meer en beter van op de hoogte brengen, op een duidelijke en transparante wijze, via toegankelijke websites en sociale media. Dit voorjaar nog lanceert de Vlaamse Gemeenschap een dergelijk initiatief als antwoord op een van de aanbevelingen van de vaccinatiegraadstudie 2016. Pierre Van Damme, Universiteit AntwerpenHeidi Theeten, Universiteit AntwerpenCorinne Vandermeulen, KULeuven