Smartphones, laptops en tablets versturen en ontvangen gegevens via draadloze communicatie. De gegevens worden uitgewisseld via elektromagnetische golven, zoals bij een radio. De technologie om dat mogelijk te maken, boekt vooruitgang. We staan aan de vooravond van de mobiele communicatietechnologie van de vijfde generatie, beter bekend als 5G, de opvolger van 4G.
...

Smartphones, laptops en tablets versturen en ontvangen gegevens via draadloze communicatie. De gegevens worden uitgewisseld via elektromagnetische golven, zoals bij een radio. De technologie om dat mogelijk te maken, boekt vooruitgang. We staan aan de vooravond van de mobiele communicatietechnologie van de vijfde generatie, beter bekend als 5G, de opvolger van 4G. We gebruiken bij het bellen, sms'en en mobiel internet op dit moment nog 2G, 3G en 4G. 5G zal 100 tot 200 keer sneller en betrouwbaarder zijn en zal ook meer apparaten met elkaar kunnen verbinden. Zelfrijdende auto's kunnen bijvoorbeeld niet zonder de nieuwe technologie. Er bestaan verschillende soorten elektromagnetische golven: radiogolven, infrarood licht, zichtbaar licht, ultraviolet licht, röntgenstralen, gammastralen... Ze verschillen enkel in frequentie van elkaar. De frequentie bepaalt de specifieke eigenschappen en de toepassing van elektromagnetische golven. Wifi-routers, smartphones, zendmasten en microgolfovens zenden golven uit die bij de radiofrequente straling gerekend worden: ze zijn laagfrequent. Röntgenstralen zijn een vorm van hoogfrequente straling. Elektromagnetische golven van hoge frequentie hebben voldoende energie om de verbinding tussen moleculen te breken. Behalve röntgenstralen behoren een deel van de ultravioletstralen en gammastralen tot deze categorie. Hoogfrequente stralen zijn in staat DNA te wijzigen en kanker te veroorzaken (zoals huidkanker, door overdreven blootstelling aan zonlicht). Van de elektromagnetische golven met lagere frequenties is de energie niet sterk genoeg om rechtstreeks moleculaire bindingen te breken: ze hebben geen impact op het genetisch materiaal en kunnen in principe geen kanker veroorzaken. De frequentie van laagfrequente straling is tot een miljoen keer trager dan van gevaarlijker hoogfrequente straling. Het is echter niet uitgesloten dat er andere manieren zijn waarop laagfrequente elektromagnetische stralen de gezondheid kunnen schaden. Lichaamscellen hebben een elektrische lading. Theoretisch zouden niet-ioniserende elektromagnetische stralen die cellulaire lading kunnen beïnvloeden. Maar als dat het geval is, dan is tot op heden niet aangetoond dat dat enige impact kan hebben op de gezondheid. De eerste smartphones met een ingebouwde 5G-chip zijn al op de markt, maar met de uitrol van het 5G-netwerk wordt geaarzeld. Door luid protest van onder andere Ondes.Brussels en andere tegenstanders houdt de Brusselse minister van Leefmilieu, Céline Fremault, het 5G-netwerk voorlopig tegen, 'omdat Brusselaars geen laboratoriumratten zijn'. Van de impact van de nieuwe technologie op de gezondheid kennen we het fijne nog niet, maar dat is moeilijk te onderzoeken in een laboratorium. Problemen komen pas aan het licht bij grootschalige blootstelling. Stel dat een 5G-netwerk het risico op kanker toch zou verhogen, dan weten we dat pas over 20 tot 30 jaar, de tijd die nodig is om van celschade te komen tot een tumor. Zo lang wachten om een 5G-netwerk uit te rollen, is moeilijk hard te maken. Europese landen hebben normen die bepalen aan hoeveel straling een bevolking maximaal mag worden blootgesteld. Over die normen bestaat geen consensus, omdat niemand goed weet hoeveel radiofrequente stralen dan wel schadelijk zouden zijn. Daarom verschillen ze van land tot land. In eigen land is de normbepaling gewestelijke materie. Zo is de Brusselse norm de strengste van de wereld, terwijl de Vlaamse en de Waalse vrijwel gelijk zijn. Het 5G-netwerk kan theoretisch worden uitgerold binnen de huidige blootstellingsnormen, maar de telecomindustrie wil een versoepeling om meer toepassingen mogelijk te maken.