In 2018, het jaar waarin de Belgische Gezondheidsenquête het laatst plaatsvond, gebruikte 1,5% van de Belgen in de leeftijdsgroep van 15 tot 64 jaar minstens 1 keer cocaïne in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. De gebruikers waren overwegend mannelijke twintigers en dertigers. Ter vergelijking: 77% van de Belgen dronk dat jaar alcohol, 7% gebruikte cannabis. Het percentage cocaïnegebruikers blijft dus vooralsnog laag, maar verdubbelde bijna sinds 2008.
...

In 2018, het jaar waarin de Belgische Gezondheidsenquête het laatst plaatsvond, gebruikte 1,5% van de Belgen in de leeftijdsgroep van 15 tot 64 jaar minstens 1 keer cocaïne in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. De gebruikers waren overwegend mannelijke twintigers en dertigers. Ter vergelijking: 77% van de Belgen dronk dat jaar alcohol, 7% gebruikte cannabis. Het percentage cocaïnegebruikers blijft dus vooralsnog laag, maar verdubbelde bijna sinds 2008. Tegelijk steeg ook de hulpvraag. Na alcohol (50%) en cannabis (14%) is cocaïne (13%) momenteel de voornaamste drug waarvoor Belgen een behandeling starten (Treatment Demand Indicator-registratie, 2019). 'En dat mag meer bekendheid krijgen, want cocaïne wordt helaas nog vaak beschouwd als een drug die "beheersbaar" en "weinig verslavend" is', zegt klinisch psycholoog Paul Van Deun. Hij was 33 jaar directeur van het centrum voor drugsverslaafden De Spiegel in Kessel-Lo en Asse, werkt vandaag als ambulant therapeut, en is voorzitter van VAD (Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs). 'Mensen met een cocaïneverslaving lijden vaak lang in stilte voor ze hulp zoeken', vertelt Van Deun. 'Ze herkennen zich - terecht - niet in het verengde beeld dat onze samenleving nog altijd van een verslaafde heeft: dat van een alcoholist of heroïnejunk die dagelijks gebruikt en in de marge van de maatschappij leeft. De meeste cocaïneverslaafden gebruiken bijlange na niet dagelijks en hebben een degelijke job en een goed inkomen. Vaak zijn het hardwerkende, ambitieuze jonge mensen, die voor het eerst met cocaïne in contact kwamen bij het uitgaan in milieus waar het geld rolt en de alcohol rijkelijk vloeit. Terwijl ze niet eens bewust op zoek waren naar een oppeppende drug, snoven ze "een lijntje". Omdat anderen hen voorhielden dat dat "het feest compleet maakt".' 'Maar ook na die eerste keer bleven ze de drug gebruiken, in soortgelijke contexten, onder gelijken. En hoe langer ze gebruikten, hoe vaker ze merkten dat ze weer eens gesnoven hadden, zonder dat ze dat eigenlijk van plan waren. En hoe meer hun gebruik hen ook begon te kosten - niet alleen financieel, ook op lichamelijk en psychisch vlak. Het begon hen te dagen dat cocaïne hen aan het lijntje hield, dat ze gebukt gingen onder de drang om te gebruiken. Wat hen met schaamte vervulde. Want zo hielden ze zichzelf voor: "Dan moet er wel iets fout zijn met mij. Want in de media wordt verteld dat zelfs dokters en advocaten de drug gebruiken. Het moet dus wel een drug zijn die beheersbaar, weinig verslavend, en niet noemenswaardig slecht voor je gezondheid is." Niets is minder waar, natuurlijk. Het loont dus om mensen breder te informeren over de risico's. Die zijn het grootst als je de drug injecteert, rookt of inhaleert, maar dat doet slechts een kleine minderheid van de gebruikers in onze contreien. Alle anderen snuiven "alleen maar" en denken vaak op die manier weinig risico's te lopen. Laten we die misvatting wegwerken.' Snuifcocaïne is chemisch gezien cocaïnehydrochloride, een wit, kristalachtig poeder dat vooral in Zuid-Amerika uit de bladeren van de cocaplant wordt gewonnen. Het wordt in onze contreien onder straatnamen als coke, C, sos of witte gedeald tegen zo'n 50 euro per gram. Het poeder wordt op een glad oppervlak opgedeeld in lijntjes, die, bijvoorbeeld via een kokertje, worden opgesnoven. Uit 1 gram halen gebruikers doorgaans zo'n 10 tot 20 lijntjes, waarbij ze, afhankelijk van hun ervaring met de drug, enkele halve tot meerdere volledige lijntjes, gespreid over een hele avond, gebruiken. Het effect van een lijntje voel je al na enkele minuten en houdt zo'n 15 tot 30 minuten aan. 'De meesten voelen zich dan opgepept, energiek, alert en euforisch', vertelt Van Deun. 'Ze zijn ook praatzuchtig, lopen over van zelfvertrouwen en voelen geen vermoeidheid, honger of dorst, waardoor ze kunnen blijven "gaan". Of meestal: kunnen blijven "uitgaan", zonder dat ze door de alcohol in slaap dreigen te vallen. Intussen putten ze hun lichaam uit en lopen ze, zeker met alcohol erbij, een verhoogd risico op onder meer acute hart- en vaatproblemen, epileptische aanvallen en ademhalingsproblemen." Hoe groter je aanleg voor deze problemen en hoe hoger de cocaïnedosis, hoe groter het risico. En soms loopt het weleens goed fout. Volgens de doodsoorzakenstatistieken zijn in België hooguit enkele overlijdens per jaar het directe gevolg van cocaïnegebruik. Maar dat is wellicht een onderschatting, volgens Van Deun. 'Bij een fatale afloop zijn hartproblemen meestal de oorzaak, maar die worden gemakkelijk als natuurlijke doodsoorzaak geregistreerd.' Niet alleen tijdens de cocaïneroes, ook erna nog heeft het 'witte goud' een zwarte keerzijde. 'Bij uitwerking van de dosis slaat het opgepepte gevoel om in een vermoeid, somber, onzeker, onverschillig, geïrriteerd of geagiteerd gevoel', vertelt Van Deun. 'En naarmate je vaker en intensiever snuift, kun je - tussen de dosissen in - nog met andere problemen te kampen krijgen. Van slaapproblemen, een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen en depressieve gevoelens, tot angsten, paranoia, hallucinaties, een verminderd libido, impotentie en neusbloedingen.'Ten slotte kunnen ook de producten waarmee de cocaïne door de dealers mogelijk wordt 'verdund' gezondheidsrisico's inhouden. 'Al gebruiken ze hiervoor in onze contreien meestal onschuldige producten', zegt Van Deun. 'Maar een garantie is er uiteraard nooit.' Hoe regelmatig en intensief je moet snuiven voor je - vooral psychisch - sterk afhankelijk van cocaïne kunt worden, is voor iedereen weer anders, onder meer omdat niet iedereen even verslavingsgevoelig is. Stoppen met gebruiken ligt wat complexer dan 'daar bewust voor kiezen en karakter tonen', zoals de omgeving vaak adviseert. 'De neurobiologie leert ons dat een cocaïneverslaving je brein "kaapt" en net je keuzevrijheid beknot', legt Van Deun uit. 'Je moet dus vooral weten hoe je de "breinkapers" of verslavingsmechanismen te slim af kunt zijn, en hoe je het jezelf gemakkelijker kunt maken om te stoppen. Laten we daarom belichten wat cocaïne precies met je brein doet.' Cocaïne beïnvloedt onder meer verschillende neurotransmitters: signaalstoffen die in de spleet tussen 2 zenuwcellen worden vrijgesteld om boodschappen van de ene naar de andere zenuwcel over te brengen. De meest bestudeerde in deze context is dopamine, met een belangrijke rol in het motivatiesysteem van het brein. Onder invloed van cocaïne nemen de zenuwcellen die dopamine vrijstellen deze signaalstof minder snel weer op. De vrijgestelde dopamine kan dus langer dopaminereceptoren - en dus ook het motivatiesysteem - activeren. Op die manier krijgen de cocaïne én alles wat met het gebruik ervan te maken heeft een bijzondere appreciatie, die je drijft om te blijven gebruiken. 'Maar na verloop van tijd zwakt het "leuke" effect van cocaïne onvermijdelijk af', zegt Van Deun. 'En zo goed als de eerste keer wordt het zelfs nooit meer, geven gebruikers aan. Het "plezier" tijdens de roes vermindert, terwijl de "ongemakken" tussen de dosissen in blijven, of zelfs nog verergeren. En toch blijven mensen gebruiken. Want hun drang om te gebruiken wordt ook - en zelfs hoe langer ze gebruiken, hoe meer - getriggerd door alles wat met het cocaïnegebruik te maken heeft: welbepaalde feestjes, sms'jes van dealers, cash geld op zak, anderen zien gebruiken, enzovoort. Bovendien raken door de aanhoudende kunstmatige dopamineverhoging in het brein ook de hersencentra verstoord die ons in staat stellen om voor onszelf te beslissen. Regelmatige en intensieve cocaïnegebruikers gaan bijgevolg alsmaar vaker "automatisch" gebruiken. Vanuit een reflex, zeg maar, op omgevingsprikkels, die de drang om te gebruiken sterk triggeren." Wil je het jezelf gemakkelijker maken om je gebruik af te bouwen, dan moet je dus ook de invloed van die externe prikkels proberen af te grenzen. Misschien betekent dat voor jou: een nieuw telefoonnummer nemen, zodat dealers je niet meer kunnen bereiken, minder dan 50 euro op zak dragen, niet meer naar welbepaalde feestjes gaan, je omringen met vrienden die niet gebruiken... 'Ervaren dat je met kleine, haalbare aanpassingen in je leven je gebruik al wat kunt verminderen, is belangrijk', benadrukt Van Deun. 'Je voelt je minder machteloos, én gesterkt om weer nieuwe doelen te stellen. Leg de lat dus niet meteen te hoog. Laat je ook niet ontmoedigen door een herval, want daarmee is niet alles verloren, én je kunt eruit leren. Neem ook stelselmatig ondergesneeuwde interesses weer op. Activiteiten die voorheen voldoening gaven, maar ook nieuwe boeiende bezigheden, helpen het verstoorde dopaminemechanisme te herstellen.''Blijf bovenal geloven in jezelf', besluit Van Deun. 'Maar wees je ervan bewust dat je overgevoelig blijft voor de drug én alles wat met het gebruik ervan te maken heeft. De magneetkracht ervan verandert niet, maar je kunt je wel oefenen in het bewaren van voldoende afstand. Aarzel niet om daarbij te steunen op een therapeut en alle mensen die je een warm hart toedragen. Laten we als samenleving verslavingsgevoelige mensen vooral goed ondersteunen, in plaats van hen te stigmatiseren of te criminaliseren.'