Adaptogenen zijn planten die de weerstand van het lichaam verhogen tegen stress. Het doel is dat het lichaam zich aanpast om gezond te overleven in moeilijke omstandigheden. Adaptogenen bestrijden vooral vermoeidheid, mentale problemen, psychische aandoeningen en gedragsstoornissen. In Chinese en Indiase zogenaamde ayurvedische behandelingen worden adaptogenen al eeuwen gebruikt.

Voorbeelden van adaptogenen zijn:

  • kurkuma;
  • tulsi of heilige basilicum;
  • maca;
  • ashwaganda.

Zo zou kurkuma werken tegen kanker, tulsi tegen depressies, het knolgewas maca zou dan energie geven en de wortel ashwaganda werkt tegen slapeloosheid en geheugenverlies.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Adaptogenen doen denken aan de "superfoods" uit het verleden, namelijk voedingsmiddelen die iets extra kunnen betekenen voor de gezondheid. In deze categorie vonden we toen gojibessen, chiazaad, hennepzaad, tarwegras en quinoa.

Het grote probleem van superfoods en adaptogenen ligt in de wetenschappelijke bewijsvoering: in het algemeen is het aantal interventiestudies om de effecten na te gaan, vrij beperkt. In een interventiestudie doet de onderzoeker iets dat het leven van de deelnemers beïnvloedt. Ze eten bijvoorbeeld (meer) kurkuma. De effecten van deze interventie worden dan vergeleken met een groep deelnemers die geen of minder kurkuma aten (controlegroep).

  • Kurkuma was in het verleden reeds het onderwerp van een literatuurstudie: er waren geen studies die de werking tegen kanker konden ondersteunen.
  • In een literatuurstudie over tulsi, die betaald werd door verkopers van tulsi, stelden de onderzoekers vooral vast dat er meer onderzoek nodig was om de gezondheidseffecten van tulsi te kennen.
  • Van maca is zelfs de veiligheid voor menselijk gebruik nog niet helemaal bewezen.
  • Wat betreft ashwaganda, een bekende kruid uit de Indiase ayurveda, zou het nuttig kunnen zijn bij Parkinson en Alzheimer. Maar ook hier is veel meer wetenschappelijk onderzoek nodig alvorens deze gezondheidsbewering te mogen dragen.

Superfoods en adaptogenen hebben een aantal kenmerken gemeen:

  • Er is een exotisch tintje aan dat ze geheimzinnig maakt.
  • Ze zijn vrij duur in aankoop.
  • Ze beloven de meest voorkomende gezondheidsproblemen succesvol aan te pakken.

Anderzijds moeten we toegeven dat de natuur vele scheikundige stoffen leverde die nadien succesvolle geneesmiddelen bleken te zijn. In afwachting van degelijk wetenschappelijk onderzoek lijkt het best om de aankoop van adaptogenen en superfoods uit te stellen.

Conclusie

Adaptogenen zijn planten die de weerstand van het lichaam verhogen tegen stress. Het doel is dat het lichaam zich aanpast om gezond te overleven in moeilijke omstandigheden. Het grote probleem van adaptogenen ligt in de wetenschappelijke bewijsvoering: die ontbreekt grotendeels. In afwachting van degelijk wetenschappelijk onderzoek lijkt het best geen geld te spenderen aan producten zonder aangetoond effect.

Lees meer op Gezondheid en Wetenschap

Adaptogenen zijn planten die de weerstand van het lichaam verhogen tegen stress. Het doel is dat het lichaam zich aanpast om gezond te overleven in moeilijke omstandigheden. Adaptogenen bestrijden vooral vermoeidheid, mentale problemen, psychische aandoeningen en gedragsstoornissen. In Chinese en Indiase zogenaamde ayurvedische behandelingen worden adaptogenen al eeuwen gebruikt.Voorbeelden van adaptogenen zijn:Zo zou kurkuma werken tegen kanker, tulsi tegen depressies, het knolgewas maca zou dan energie geven en de wortel ashwaganda werkt tegen slapeloosheid en geheugenverlies.Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?Adaptogenen doen denken aan de "superfoods" uit het verleden, namelijk voedingsmiddelen die iets extra kunnen betekenen voor de gezondheid. In deze categorie vonden we toen gojibessen, chiazaad, hennepzaad, tarwegras en quinoa.Het grote probleem van superfoods en adaptogenen ligt in de wetenschappelijke bewijsvoering: in het algemeen is het aantal interventiestudies om de effecten na te gaan, vrij beperkt. In een interventiestudie doet de onderzoeker iets dat het leven van de deelnemers beïnvloedt. Ze eten bijvoorbeeld (meer) kurkuma. De effecten van deze interventie worden dan vergeleken met een groep deelnemers die geen of minder kurkuma aten (controlegroep).Superfoods en adaptogenen hebben een aantal kenmerken gemeen:Anderzijds moeten we toegeven dat de natuur vele scheikundige stoffen leverde die nadien succesvolle geneesmiddelen bleken te zijn. In afwachting van degelijk wetenschappelijk onderzoek lijkt het best om de aankoop van adaptogenen en superfoods uit te stellen.Lees meer op Gezondheid en Wetenschap