...

Krampen steken plotseling op, je 'schiet' in een kramp. Achteraf besef je vaak dat je toch waarschuwingssignalen kreeg, zoals een gevoel van irritatie en vermoeidheid in de getroffen spier en trillende spiervezels. Enkele spieren knijpen plotsklaps zo pijnlijk hard samen dat je elke topprestatie mag vergeten, want bewegen is tijdelijk onmogelijk. Het enige wat rest, is de spier voorzichtig rekken tot elke vezel ontspannen is. Daarna kun je verder, maar rustig aan, want de spier blijft gevoelig en dreigt bij elke forse inspanning weer in een kramp te schieten.Vooral duursporters zoals marathonlopers en triatleten hebben last van krampen. Minstens de helft van hen staat ooit duvelend aan de kant. Maar jongeren met weinig of geen training die stevig van leer trekken, blokkeren evengoed. Over mogelijke oorzaken en oplossingen weten we nauwelijks iets, want krampen bestuderen is extreem moeilijk. Ze treden totaal onverwacht op en zijn te snel voorbij om iets te kunnen meten. Door dat gebrek aan kennis krijgt allerlei nonsens de vrije baan. Verbazend veel nonsens zelfs, door iedereen voortdurend herhaald, waardoor het steeds overtuigender gaat klinken. Zelfs wetenschappers gaan wel eens flink uit de bocht. Zoals de persoon die, zonder enige bron of cijfermateriaal, suggereerde dat sporters met grote kuitspieren meer risico lopen.Gelukkig is er nog Martin Schwellnus, professor aan de universiteit van Kaapstad. Hij is de enige onderzoeker die de voorbije 20 jaar nieuwe inzichten aangebracht heeft.In 1996 was het Schwellnus al duidelijk dat krampen vooral optreden wanneer sporters langer en op een hoger niveau presteren dan gewoonlijk. Dat werd de basis voor zijn vermoeidheidstheorie als verklaring voor krampen. Spieren worden vooral aangestuurd vanuit de hersenen, maar er spelen ook lokale structuren mee, zoals de spierspoeltjes en de organen van Golgi. De spoeltjes beschermen de spieren tegen overmatige uitrekking. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat je onderbeen vooruitschiet als de arts met een hamertje tegen de pees net onder de knie tikt. De tik rekt de dijspieren wat en dat lokt de reflex uit. De orgaantjes van Golgi hebben een omgekeerde functie. Ze remmen de samentrekking af en beschermen de spieren tegen te grote belastingen. Bij opkomende vermoeidheid laten de Golgi-orgaantjes het echter wat afweten, terwijl de spierspoeltjes actiever worden. Dat verbroken evenwicht, meer prikkeling tot samentrekken en minder tot ontspannen, kan tot een kramp leiden.Er zijn verschillende bewijzen geleverd voor de theorie, zoals de meetbaar verhoogde elektrische activiteit in verkrampte spieren. Dat het rekken van een verkrampte spier de remmende werking van de Golgi-apparaatjes herstelt en de spier zich daardoor weer ontspant, geldt als een extra bewijs. Bovendien werd vastgesteld dat de deelnemers met krampen tijdens de Ironman op Hawaï een veel agressievere wedstrijdtactiek aanhielden dan hun concurrenten. Ze gingen vooral hard tijdens het fietsen, met krampen tijdens het lopen tot gevolg. Die vaststellingen ondersteunen de vermoeidheidstheorie.De laatste jaren waren er nog andere interessante vaststellingen. Zoals aanwijzingen dat lichte spierschade door overtraining kort voor een evenement een risicofactor vormt. Vermoedelijk twijfelen de sporters aan hun niveau en doen ze er de laatste dagen nog een extra schep bovenop om zeker te zijn. Een foute aanpak, zo is al lang aangetoond, omdat je dan met vermoeide en misschien dus ook licht beschadigde spieren aan de start staat.Er is ook het verhaal van een elitetriatleet die frequent tot opgave gedwongen werd door krampen in de hamstrings. Volgens tests waren zijn bilspieren (gluteus maximus) te zwak, waardoor de hamstrings extra belast werden. Na aangepaste training was het euvel verholpen. Uiteraard bewijst een individueel verhaal niets, maar het opent wel een boeiende, nieuwe invalshoek. Ook slecht herstelde spierletsels spelen misschien een rol. Atleten en trainers hebben er nauwelijks oog voor, maar hamstrings en kuiten, de geliefde spiergroepen voor krampen, moeten heel vaak overuren presteren wanneer andere spiergroepen het laten afweten.