De wereldmarkt van tabaksproducten als sigaretten is in handen van vier grote multinationals: PMI (Philip Morris International), BAT (British American Tobacco), JTI (Japan Tobacco International) en ITG (Imperial Tobacco Group).

De tabaksindustrie vormt een bedreiging voor alle landen, arm én rijk.

Hun winsten komen terecht bij Amerikaanse, Europese en Japanse aandeelhouders, maar de verliezers zitten overal. In het arme Zuiden vinden we tabaksboeren en kinderen die het slachtoffer zijn van uitbuiting, heel de wereld bevat mensen die vroegtijdig sterven door ziektes ten gevolge van roken. En dan zijn er ook nog de nefaste gevolgen voor het milieu en het klimaat.

De mythe dat investeren in tabaksbedrijven een lucratieve zaak blijft, moet dringend onderuit worden gehaald. We staan immers op een kantelpunt in de geschiedenis.

De tabaksindustrie heeft veel geld, advocaten en lobbyisten aan haar zijde, maar ze bevindt zich niet aan de juiste kant van de geschiedenis, ondanks doorzichtige pogingen om het tegenovergestelde uit te dragen.

De tabaksindustrie staat vandaag terecht onder heel wat druk. Op wetgevend vlak wegen maatregelen door, steeds meer veroordelingen vinden plaats en de bevoorrading die momenteel steunt op kinderarbeid is ook onhoudbaar. Hoelang houdt de tabaksindustrie dit nog vol?

Werelddag Zonder Tabak

Elk jaar is het op 31 mei weer Werelddag Zonder Tabak. Dit jaar focust de Wereldgezondheidsorganisatie op de bedreiging die tabak vormt voor ontwikkeling.

Bij roken denken we spontaan aan de directe tol die tabak eist: het lijden, de ziekte en dood voor individuele burgers. Steeds vaker wordt er ook stilgestaan bij de maatschappelijke kosten van roken, zoals verhoogde uitgaven voor gezondheidszorg en verminderde productiviteit.

Maar er zijn nog andere aspecten die meer aandacht verdienen. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt terecht dat de tabaksindustrie een bedreiging vormt voor de duurzame ontwikkeling van alle landen: zowel arm als rijk.

De strijd tegen tabak kan daarentegen de armoedecyclus doorbreken, bijdragen tot het beëindigen van honger, duurzame landbouw en economische groei bevorderen, en kan tenslotte de strijd tegen klimaatverandering ondersteunen.

Een vicieuze cirkel voor de consument

Over de hele wereld zijn het vooral de armste lagen van de bevolking die het meest roken. Ook in ons land zijn het de hogere economische klassen en hoogopgeleide jongeren die van de sigaret afblijven. Mensen uit sociaal benadeelde groepen zijn vaker rokers.

Mensen uit sociaal benadeelde groepen zijn vaker rokers.

Roken wordt vaak gebruikt als middel om met de stress van moeilijke situaties om te gaan en lijkt op korte termijn verlossing te bieden tegen een betaalbare prijs. Roken is echter een verslaving en leidt tot allerlei ziekten, die op hun beurt weer kunnen leiden tot minder inkomen en dus tot meer armoede. Dit verhoogt de kans dat iemand blijft roken en creëert een vicieuze cyclus waar ook de kinderen van rokers moeilijker uit geraken. Aan de kant van de consumenten is er een duidelijk arm-makend effect van roken.

Een vicieuze cirkel voor de tabaksboer

Ook aan de kant van de tabaksproductie speelt verarming bij de gezinnen die van tabak leven. De tabaksteelt voor de wereldwijde markt gaat in minstens zeventien landen hand in hand met uitbuiting van tabaksboeren en met kinderarbeid. De levensomstandigheden op de tabaksplantages laten vaak te wensen over: er is geen drinkbaar water, er vindt ondervoeding plaats, en er is geen toegang tot gezondheidszorg. In Malawi tellen gezinnen actief in de tabaksteelt meer kinderen met dwerggroei dan andere gezinnen.

Alle winsten gaan naar de tabaksgiganten en de risico's - ook bij een slechte teelt - zijn voor de kleine boeren.

Ecologische gevolgen van tabak

De gevolgen voor het milieu van de tabaksteelt mogen niet onderschat worden. In de tabaksteelt gebruikt men grote hoeveelheden pesticiden en meststoffen. Deze giftige stoffen vervuilen het water en de grond.

Elk jaar gebruikt de tabaksteelt 4,3 miljoen hectare grond. Zo is de sector verantwoordelijk voor twee tot vier procent van de wereldwijde ontbossing.

Verder zorgt de verwerking van tabak jaarlijks voor meer dan twee miljoen ton vaste afvalstoffen. En dan heb je nog de problematiek van de peuken bij het zwerfvuil.

Terug naar de tabaksboeren. Zij komen rechtstreeks in contact met de pesticides omdat ze meestal geen beschermende kledij dragen. Tijdens de oogst absorberen ze zo via hun huid een dosis nicotine die gelijk is aan ongeveer vijftig sigaretten per dag. Velen worden ziek en krijgen de green tobacco sickness.

Economische belangen onethisch

Recent deed Philip Morris International (PMI) een poging om het slechte imago op te poetsen. Als je de website, volledig vernieuwd in januari, bekijkt, zou je de indruk kunnen krijgen dat PMI een respectabel en zorgzaam bedrijf is.

De vier CEO's van de vier grote tabaksmultinationals verdienen samen meer dan 25 miljoen dollar per jaar.

Het Danish Human Rights Institut (DHRI) dat heel de bevoorradingsketen onder de loep nam, stelt evenwel dat het bedrijf vandaag moet stoppen met de productie van sigaretten. Niet "ooit op een dag" zoals hun nieuwe bedrijfsfilosofie luidt, maar nu meteen.

De tabaksindustrie maakt elk jaar zo'n 44 miljard dollar winst, waarvan 27 miljard in midden- en lage-inkomenslanden. De vier CEO's van de vier grote tabaksmultinationals verdienen samen meer dan 25 miljoen dollar per jaar.

Gelukkig zijn er andere grootverdieners die tegengewicht in de schaal leggen. De Bloomberg Philanthropies en de Stichting Bill & Melinda Gates hebben een fonds van 4 miljoen dollar opgericht om landen met lage inkomens te helpen bij hun verdediging in handelsrechtszaken, aangespannen door de grote tabaksgiganten.

Van meer controle naar een echt endgame

Ngo's van over de hele wereld strijden al jarenlang voor toepassing van de kaderconventie tegen tabak van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Als duidelijk referentiekader in de strijd tegen tabak heeft deze conventie zeker zijn waarde. Toch rijst het besef dat er ook meer nodig is.

Een aantal landen maken plannen voor een endgame. Een maatschappij zonder rokers is wellicht een utopie. Landen die voor roken een endgame ambiëren, mikken op 5% rokers of minder.

Zolang we binnen de health box blijven denken, gaat er nooit sprake zijn van een endgame. Out of the box denken en linken leggen met milieu, mensenrechten, duurzame ontwikkelingsdoelstellingen of handelsakkoorden, dat allemaal zal de strijd tegen tabak verder vooruit kunnen helpen.

Weinig hoop voor België

Stilstaan is achteruitgaan, en België staat stil. Op de Tobacco Control Scale, het resultaat van een studie waarbij Europese landen vergeleken worden wat betreft hun tabakspreventiebeleid, zakte België van de 13e (in 2013) naar de 17e plaats (in 2016).

Een paar maanden geleden zag het er nochtans hoopvol uit. In de Kamercommissie Volksgezondheid werden op 7 maart 9 wetsvoorstellen in het kader van een anti-tabaksbeleid besproken. Maar sindsdien blijft het stil.

Het politieke immobilisme in ons land is verbijsterend. Er is hier geen wil, laat staan dat we een weg vinden.

Het politieke immobilisme in ons land is verbijsterend; en dit terwijl er elk jaar 15.000 Belgen vroegtijdig sterven door het roken en elk jaar meer dan 300.000 burgers lijden aan een tabakgerelateerde ziekte. Waar een wil is, is een weg. Maar er is hier geen wil, laat staan dat we dan de weg vinden.

Dat het ook anders kan, tonen de landen die beter scoren op de Tobacco Control Scale. Het meest ontroerd word ik door de Ieren. Daar hebben alle volksvertegenwoordigers unaniem het invoeren van neutrale sigarettenpakjes goedgekeurd. Iedere volksvertegenwoordiger, over alle partijen heen, stemde voor. En dit ondanks dreigementen van de tabaksindustrie met rechtszaken, ondanks brieven van de Amerikaanse Kamer van Koophandel waarin gedreigd werd handelscontracten op te zeggen. Is het nog nodig te vermelden dat deze Kamer van Koophandel nauwe banden heeft met de tabaksindustrie? Het globale plaatje is ondertussen wel duidelijk, niet? De tabaksindustrie kan niet behandeld worden als een gewone industrietak.

Suzanne Gabriels is manager tabakspreventie bij de Stichting tegen Kanker.

De wereldmarkt van tabaksproducten als sigaretten is in handen van vier grote multinationals: PMI (Philip Morris International), BAT (British American Tobacco), JTI (Japan Tobacco International) en ITG (Imperial Tobacco Group).Hun winsten komen terecht bij Amerikaanse, Europese en Japanse aandeelhouders, maar de verliezers zitten overal. In het arme Zuiden vinden we tabaksboeren en kinderen die het slachtoffer zijn van uitbuiting, heel de wereld bevat mensen die vroegtijdig sterven door ziektes ten gevolge van roken. En dan zijn er ook nog de nefaste gevolgen voor het milieu en het klimaat.De mythe dat investeren in tabaksbedrijven een lucratieve zaak blijft, moet dringend onderuit worden gehaald. We staan immers op een kantelpunt in de geschiedenis.De tabaksindustrie heeft veel geld, advocaten en lobbyisten aan haar zijde, maar ze bevindt zich niet aan de juiste kant van de geschiedenis, ondanks doorzichtige pogingen om het tegenovergestelde uit te dragen.De tabaksindustrie staat vandaag terecht onder heel wat druk. Op wetgevend vlak wegen maatregelen door, steeds meer veroordelingen vinden plaats en de bevoorrading die momenteel steunt op kinderarbeid is ook onhoudbaar. Hoelang houdt de tabaksindustrie dit nog vol?Elk jaar is het op 31 mei weer Werelddag Zonder Tabak. Dit jaar focust de Wereldgezondheidsorganisatie op de bedreiging die tabak vormt voor ontwikkeling.Bij roken denken we spontaan aan de directe tol die tabak eist: het lijden, de ziekte en dood voor individuele burgers. Steeds vaker wordt er ook stilgestaan bij de maatschappelijke kosten van roken, zoals verhoogde uitgaven voor gezondheidszorg en verminderde productiviteit.Maar er zijn nog andere aspecten die meer aandacht verdienen. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt terecht dat de tabaksindustrie een bedreiging vormt voor de duurzame ontwikkeling van alle landen: zowel arm als rijk.De strijd tegen tabak kan daarentegen de armoedecyclus doorbreken, bijdragen tot het beëindigen van honger, duurzame landbouw en economische groei bevorderen, en kan tenslotte de strijd tegen klimaatverandering ondersteunen.Over de hele wereld zijn het vooral de armste lagen van de bevolking die het meest roken. Ook in ons land zijn het de hogere economische klassen en hoogopgeleide jongeren die van de sigaret afblijven. Mensen uit sociaal benadeelde groepen zijn vaker rokers.Roken wordt vaak gebruikt als middel om met de stress van moeilijke situaties om te gaan en lijkt op korte termijn verlossing te bieden tegen een betaalbare prijs. Roken is echter een verslaving en leidt tot allerlei ziekten, die op hun beurt weer kunnen leiden tot minder inkomen en dus tot meer armoede. Dit verhoogt de kans dat iemand blijft roken en creëert een vicieuze cyclus waar ook de kinderen van rokers moeilijker uit geraken. Aan de kant van de consumenten is er een duidelijk arm-makend effect van roken. Ook aan de kant van de tabaksproductie speelt verarming bij de gezinnen die van tabak leven. De tabaksteelt voor de wereldwijde markt gaat in minstens zeventien landen hand in hand met uitbuiting van tabaksboeren en met kinderarbeid. De levensomstandigheden op de tabaksplantages laten vaak te wensen over: er is geen drinkbaar water, er vindt ondervoeding plaats, en er is geen toegang tot gezondheidszorg. In Malawi tellen gezinnen actief in de tabaksteelt meer kinderen met dwerggroei dan andere gezinnen.Alle winsten gaan naar de tabaksgiganten en de risico's - ook bij een slechte teelt - zijn voor de kleine boeren. De gevolgen voor het milieu van de tabaksteelt mogen niet onderschat worden. In de tabaksteelt gebruikt men grote hoeveelheden pesticiden en meststoffen. Deze giftige stoffen vervuilen het water en de grond.Elk jaar gebruikt de tabaksteelt 4,3 miljoen hectare grond. Zo is de sector verantwoordelijk voor twee tot vier procent van de wereldwijde ontbossing.Verder zorgt de verwerking van tabak jaarlijks voor meer dan twee miljoen ton vaste afvalstoffen. En dan heb je nog de problematiek van de peuken bij het zwerfvuil.Terug naar de tabaksboeren. Zij komen rechtstreeks in contact met de pesticides omdat ze meestal geen beschermende kledij dragen. Tijdens de oogst absorberen ze zo via hun huid een dosis nicotine die gelijk is aan ongeveer vijftig sigaretten per dag. Velen worden ziek en krijgen de green tobacco sickness.Recent deed Philip Morris International (PMI) een poging om het slechte imago op te poetsen. Als je de website, volledig vernieuwd in januari, bekijkt, zou je de indruk kunnen krijgen dat PMI een respectabel en zorgzaam bedrijf is.Het Danish Human Rights Institut (DHRI) dat heel de bevoorradingsketen onder de loep nam, stelt evenwel dat het bedrijf vandaag moet stoppen met de productie van sigaretten. Niet "ooit op een dag" zoals hun nieuwe bedrijfsfilosofie luidt, maar nu meteen.De tabaksindustrie maakt elk jaar zo'n 44 miljard dollar winst, waarvan 27 miljard in midden- en lage-inkomenslanden. De vier CEO's van de vier grote tabaksmultinationals verdienen samen meer dan 25 miljoen dollar per jaar.Gelukkig zijn er andere grootverdieners die tegengewicht in de schaal leggen. De Bloomberg Philanthropies en de Stichting Bill & Melinda Gates hebben een fonds van 4 miljoen dollar opgericht om landen met lage inkomens te helpen bij hun verdediging in handelsrechtszaken, aangespannen door de grote tabaksgiganten.Ngo's van over de hele wereld strijden al jarenlang voor toepassing van de kaderconventie tegen tabak van de Wereldgezondheidsorganisatie.Als duidelijk referentiekader in de strijd tegen tabak heeft deze conventie zeker zijn waarde. Toch rijst het besef dat er ook meer nodig is.Een aantal landen maken plannen voor een endgame. Een maatschappij zonder rokers is wellicht een utopie. Landen die voor roken een endgame ambiëren, mikken op 5% rokers of minder.Zolang we binnen de health box blijven denken, gaat er nooit sprake zijn van een endgame. Out of the box denken en linken leggen met milieu, mensenrechten, duurzame ontwikkelingsdoelstellingen of handelsakkoorden, dat allemaal zal de strijd tegen tabak verder vooruit kunnen helpen. Weinig hoop voor BelgiëStilstaan is achteruitgaan, en België staat stil. Op de Tobacco Control Scale, het resultaat van een studie waarbij Europese landen vergeleken worden wat betreft hun tabakspreventiebeleid, zakte België van de 13e (in 2013) naar de 17e plaats (in 2016).Een paar maanden geleden zag het er nochtans hoopvol uit. In de Kamercommissie Volksgezondheid werden op 7 maart 9 wetsvoorstellen in het kader van een anti-tabaksbeleid besproken. Maar sindsdien blijft het stil.Het politieke immobilisme in ons land is verbijsterend; en dit terwijl er elk jaar 15.000 Belgen vroegtijdig sterven door het roken en elk jaar meer dan 300.000 burgers lijden aan een tabakgerelateerde ziekte. Waar een wil is, is een weg. Maar er is hier geen wil, laat staan dat we dan de weg vinden.Dat het ook anders kan, tonen de landen die beter scoren op de Tobacco Control Scale. Het meest ontroerd word ik door de Ieren. Daar hebben alle volksvertegenwoordigers unaniem het invoeren van neutrale sigarettenpakjes goedgekeurd. Iedere volksvertegenwoordiger, over alle partijen heen, stemde voor. En dit ondanks dreigementen van de tabaksindustrie met rechtszaken, ondanks brieven van de Amerikaanse Kamer van Koophandel waarin gedreigd werd handelscontracten op te zeggen. Is het nog nodig te vermelden dat deze Kamer van Koophandel nauwe banden heeft met de tabaksindustrie? Het globale plaatje is ondertussen wel duidelijk, niet? De tabaksindustrie kan niet behandeld worden als een gewone industrietak.Suzanne Gabriels is manager tabakspreventie bij de Stichting tegen Kanker.