De onderbelichte kant van de stikstofcrisis: ‘Minder vlees is ook goed voor de longen’

© Getty
Trui Engels Journalist Knack.be

Vlaanderen heeft een van de hoogste concentraties reactief stikstof in Europa. Dat is een drama voor de ontwikkeling van onze natuur, maar ook onze eigen gezondheid lijdt er onder. Volgens luchtkwaliteitexpert Wouter Lefebvre moeten we álle bronnen van vervuiling aanpakken.

Als er één dossier is waar de Vlaamse regering deze dagen meer dan ooit wakker van ligt, is het wel het stikstofdossier. Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) noemt het zelfs een van de moeilijkste zaken die ooit op tafel kwamen.

De Vlaamse uitstoot van stikstof moet dringend omlaag omdat het de nabije en verre omgeving bedreigt. Bepaalde plantensoorten als heide en orchideeën raken verstikt door andere woekerende planten, zoals brandnetels en bramen; insecten verdwijnen en dus ook de vogels die daarvan afhankelijk zijn; en bomen sterven af omdat de bodem verzuurt.

Wat echter niet iedereen weet, is dat deze situatie ook gevolgen heeft voor de gezondheid van de mens.

Maar eerst een lesje chemie: het molecuul stikstof (N2) is op zichzelf onschadelijk. Onze lucht bestaat er zelfs voor zowat 78 procent uit. Stikstof is noodzakelijk voor alle vormen van leven. Ook ons lichaam bevat het als bouwstof. Als er enkel en alleen stikstof in de lucht hing, zouden mensen en dieren stikken, vandaar de naam ‘stikstof’. Gelukkig kunnen we dankzij de aanwezigheid van zuurstof zorgeloos ademen in de buitenlucht.

Of toch niet helemaal, want door menselijk toedoen zoals verbranding gaat stikstof in de atmosfeer allerlei reacties aan met andere atomen. ‘Het is die reactieve stikstof die een probleem vormt’, legt Wouter Lefebvre van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) uit. ‘Wanneer stikstof en zuurstof met elkaar verbinden, ontstaan er bijvoorbeeld stikstofoxiden. Afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof die wordt gebonden per stikstofatoom krijgen we stikstofmonoxide, een gas dat ongevaarlijk is voor de mens, of stikstofdioxide, een bruinrood, slecht ruikend gas dat wél gevolgen heeft voor de gezondheid. Stikstofmonoxide wordt in de lucht ook omgezet in stikstofdioxide. We moeten ze dus beide in het oog houden.’

Astma bij kinderen in de stad

De gezondheidseffecten zijn zowel acuut als chronisch. Op korte termijn kunnen hoge concentraties stikstofdioxide bij mensen met een luchtwegenaandoening tot meer geïrriteerde en ontstoken luchtwegen, kortademigheid, ernstige hoestbuien en felle astma-aanvallen leiden. Op langere termijn vermindert stikstofdioxide het functioneren van de longen en stimuleert het de ontwikkeling van astma.

Stikstofuitstoot in Europa
Stikstofuitstoot in Europa© Universiteit van Heidelberg

Een slechtere longfunctie kunnen we best missen in tijden van corona. Op termijn zouden mensen door een lange blootstelling aan stikstofdioxide gevoeliger kunnen worden voor covid-19, opperen onderzoekers. En longkankerpatiënten hebben een lagere overlevingskans in gebieden waar veel stikstofdioxide aanwezig is. Stikstofoxiden dragen ook nog eens bij aan de vorming van ozon, dat bij inademing schade aan de luchtwegen veroorzaakt.

Naast problemen met de longen is er een verband tussen de blootstelling aan stikstofdioxide en het ontwikkelen van een hoge bloeddruk, wat dan weer een risicofactor is voor hartziektes en beroertes.

De allerkleinsten zijn het grootste slachtoffer van de stikstofcrisis. Uit een recente grootschalige studie van de Washington University in The Lancet Planetary Health blijkt dat in 2019 maar liefst 1,85 miljoen kinderen wereldwijd astma opliepen door hoge gehaltes stikstofdioxiden. Het gaat vooral om kinderen die in de stad wonen, waar de stikstofgehaltes in de lucht hoger zijn dan op het platteland.

Fijn stof, de grootste boosdoener

Lefebvre wijst nog op een bijkomend probleem van stikstofdioxide. Het is een grote bron van secundair fijn stof, dat gevormd wordt door chemische reacties in de atmosfeer. Daarvan weten we ondertussen dat het ook hart- en vaatziekten, longaandoeningen en vroegtijdige sterfte teweeg kan brengen.

‘Stikstofdioxiden zijn op zichzelf al schadelijk, maar de gezondheidsimpact van fijn stof is nog eens vele malen groter dan die van stikstofdioxide’, benadrukt Lefebvre. ‘Fijn stof is heel duidelijk het grootste milieugerelateerde risico voor onze gezondheid. Zo blijkt uit gegevens van het Europese Milieuagentschap dat er in België in 2019 6.500 vroegtijdige overlijdens te wijten waren door fijnstofdeeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer, 750 door stikstofdioxide en 270 door ozon.’

Dalende trend

Maar er is ook goed nieuws. De concentraties stikstofdioxide zijn de laatste jaren aan een snel tempo aan het verbeteren. ‘Sinds 2020 kennen de meeste officiële meetpunten in Vlaanderen geen overschrijdingen van de Europese norm meer voor stikstofdioxide. Dat komt onder meer door de lage-emissiezones en de shift van diesel naar benzine. Nieuwe dieselwagens zijn bovendien veel properder geworden. 2020 en 2021 kenden daarnaast een nog grotere daling van de stikstofpollutie in onze steden dankzij de coronamaatregelen. Toch waren er wel lokale overschrijdingen langs snelwegen, drukke binnenstedelijke verkeersaders en sommige street canyons, smalle straten met aan weerskanten gesloten bebouwing, waardoor vuile lucht blijft hangen.’

Vlaanderen haalt dus sinds 2020 de Europese jaarnorm voor stikstofdioxide (gemiddeld 40 microgram per kubieke meter) op de officiële meetpunten, maar wetenschappers zijn het erover eens dat de grens van 40 eigenlijk geen veilige minimumwaarde is voor stikstofdioxide. De Europese doelstellingen zijn immers het resultaat van een afweging tussen gezondheidseffecten en economische en technische haalbaarheid. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO houdt enkel rekening met gezondheidseffecten en heeft vorig jaar de gezondheidsadvieswaarden (de waarde waaronder de gezondheidsrisico’s beperkt zijn) naar beneden bijgesteld, van 40 microgram per kubieke meter naar 10 en voerde ook een dagadvieswaarde van 25 microgram per kubieke meter in. Die zeer strenge dagadvieswaarde wordt alleen gehaald in landelijke meetstations in de Ardennen.

Minder vlees, beter voor de longen

In Vlaanderen blijft de regering ondertussen talmen in het stikstofdossier. De grootste bronnen van stikstofoxiden zijn dan wel het verkeer en de industrie, maar de olifant in de kamer is de veeteelt. De lucht in Vlaanderen is erg rijk aan ammoniak. Dat is reactieve stikstof die onder andere ontstaat door vervluchtiging uit (kunst)mest. In zijn geheel is de landbouwsector voor maar liefst 94 procent verantwoordelijk voor de ammoniakemissies in Vlaanderen. Ammoniak slaat sneller neer op de natuur dan stikstofoxiden en speelt daarom een grote rol bij de vermesting en verzuring van de bodem.

‘Voor de gezondheid van de mens zijn ammoniakconcentraties in onze lucht niet rechtstreeks schadelijk’, zegt Lefebvre. ‘Het is bovendien een gas met een heel sterke geur, die je niet bepaald gaat opzoeken. Maar ammoniak is eveneens, net zoals stikstofdioxide, heel belangrijk bij de vorming van fijn stof. De grote veestapel in Vlaanderen draagt dus bij aan de fijnstofproblematiek. Minder vlees eten zou voor een daling van de vleesproductie kunnen zorgen en dus ook onze longen ten goede komen. We moeten daarom álle bronnen van stikstof aanpakken om fijn stof zoveel mogelijk te beperken. Dat zou ons al een heel eind verder helpen.’

Elke Vlaming ademt slechte lucht in

Helaas ontkomen we bijna nergens in Vlaanderen aan fijn stof. ‘Luchtkwaliteit is meer dan alleen een stedelijk probleem. Elke Vlaming ademt slechte lucht in. Hier leeft een persoon gemiddeld een half jaar minder lang door luchtvervuiling. Let wel, dit zijn statistische resultaten. Niet iedereen verliest een half jaar van zijn leven. Velen zullen niets verliezen, anderen meerdere jaren. De luchtvervuiling tot nul herleiden, is onmogelijk, maar we kunnen ze wel zo veel mogelijk op een maatschappelijk verantwoorde manier naar beneden krijgen. De luchtkwaliteit is al een stuk beter dan enkele decennia geleden. Je kunt je de vraag stellen of het snel genoeg gaat, maar we zijn alvast op de goede weg.’

Tips om jezelf te beschermen tegen luchtvervuiling

  • Verlucht je woning. Als je huis in een drukke straat ligt, kan het nuttig zijn dat je het via de rustigere kant verlucht. Zo komt er minder vuile lucht binnen.
  • Neem een rustigere parallelweg wanneer je te voet of met de fiets de stad doorkruist.
  • Beperk je consumptie van vlees. Studies hebben aangetoond dat een vermindering van de vleesconsumptie, en dus ook de productie, in Europa met iets meer dan 30 procent leidt tot een daling van de fijnstofconcentratie in België met 3 tot 5 procent.
  • Koop zoveel mogelijk voeding bij of van lokale producenten om het (langeafstands)vervoer te beperken.
  • Kies voor groenten en fruit die eigen zijn aan het seizoen waarin je ze koopt. Als je in de winter tomaten wilt, besef dan dat die hoogstwaarschijnlijk in serres geteeld zijn en dat die verwarmd moeten worden.
  • Stook zo weinig mogelijk door goed te isoleren. Kies voor schone verwarmingsmethodes zoals een warmtepomp of aardgas in plaats van houtverbranding en gebruik zeker geen open haard.
  • Rijd minder met de auto en koop zeker geen dieselauto. Fiets en wandel meer. Het is zowel goed voor de lucht als voor je conditie.

Bron: ‘Onze lucht’, Wouter Lefebvre. Lannoo. ISBN 9789401456470

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content