Eenvoudig gesteld is het een spierkwetsuur/ontsteking waarin zich botweefsel vormt. De kwetsuur komt niet vaak voor, maar is ook geen zeldzaamheid. Het is een goedaardig verschijnsel. Dat neemt niet weg dat wie ermee geconfronteerd wordt zich weleens zorgen maakt, ook omdat er weinig over bekend is.
...

Eenvoudig gesteld is het een spierkwetsuur/ontsteking waarin zich botweefsel vormt. De kwetsuur komt niet vaak voor, maar is ook geen zeldzaamheid. Het is een goedaardig verschijnsel. Dat neemt niet weg dat wie ermee geconfronteerd wordt zich weleens zorgen maakt, ook omdat er weinig over bekend is. Wat er bij myositis ossificans juist aan de hand is diep in de spier is niet helemaal duidelijk. Voor zover bekend loopt er iets mis met de fibroblasten, bindweefselcellen die te hulp snellen bij het herstel van wonden en een cruciale rol spelen door in het gewonde weefsel een nieuwe structuur op te zetten. Waarom een deel van de bindweefselvormende cellen zich omvormt tot botvormende cellen is niet geweten, maar het is een ongelukkige ontwikkeling, omdat botcellen en de 'verkalkingen' die ze veroorzaken niet thuishoren in spierweefsel. Gelukkig verdwijnen de verkalkingen na verloop van tijd. Andere cellen in de omgeving reageren erop, waardoor botafbrekende cellen samentroepen en het boeltje opruimen. Dat zijn trage processen die kunnen aanslepen, afhankelijk van de graad van ontwikkeling. Gemiddeld is de toestand na 10 weken gestabiliseerd en ben je weer relatief pijnvrij. Soms duurt het maanden voor het zover is. Verbenende spierkneuzingen komen het meest voor in sporten met brutale tackles, zoals voetbal en rugby. Maar ze duiken ook op in sporten waarbij een lokale, harde slag op de spieren mogelijk is, zoals bij klimmers die bij een val hard tegen de rotsen of de klimmuur knallen. De grote spiergroepen van de dijen en de bovenarmen worden het vaakst getroffen. Myositis ossificans kan ook ontstaan door frequente microtrauma's op dezelfde plek. Dat gebeurt weleens bij ruiters aan de binnenkant van de dijen door lokale druk van een slecht zittend zadel en bij schutters in de schouderspieren door de terugslag van de schoten. Al bij al lijken dergelijke gevallen echter vrij zeldzaam. Aan verbenende spierkneuzingen is niet bijster veel te doen. Het is raadzaam zo snel mogelijk de klassieke preventieve RICE-behandeling op te starten met rust (R), ijs (I), compressie (C) met een drukverband en elevatie (E) door het lidmaat hoger te leggen dan het hart - allemaal maatregelen om de bloeduitstorting en de zwelling tegen te gaan. Het probleem is dat sporters vaak denken dat ze niet meer dan een pijnlijke blauwe plek hebben opgelopen die snel weer zal verdwijnen, en dat ze pas wanneer de pijn langer dan gewoonlijk aanhoudt een arts consulteren. Ook in dat geval is de RICE-behandeling aanbevolen. Rusten en eventueel pijnstillers innemen, lijkt verder de enige goede aanpak. Je neemt het best pijnstillers op basis van paracetamol - andere hebben dikwijls een bloedverdunnend effect, wat de bloeduitstorting en de gevolgen ervan kan verergeren. Het letsel masseren of agressief rekken is om dezelfde redenen geen goed idee. Soms wordt gesuggereerd de verbening met schokgolven te behandelen of de knobbel weg te snijden als hij lang blijft zitten, maar er is veel discussie over of dat iets uithaalt. Zodra de pijn het toelaat, kun je voorzichtig beginnen te bewegen, eventueel met ondersteuning van het getroffen lidmaat door iemand die wil helpen. Daarna kun je de belasting langzaam opdrijven. Overdrijf niet: de pijn verbijten, is niet de juiste aanpak. Verloopt het herstel snel, dan kun je soms al na een 10-tal weken weer aan de slag, maar meestal gaan er 4 tot 6 maanden over. Binnen een jaar is nagenoeg iedereen weer op zijn oorspronkelijke niveau. Er bestaan effectief vormen van myositis ossificans die het gevolg zijn van tumorvorming, maar voor zover bekend zijn die niet het gevolg van sporters. Verder onderzoek via scans kan duidelijkheid brengen, maar daarvoor moet het letsel minstens 4 à 6 weken oud zijn.